Smit, Jakob (1879-1947)

 
English | Nederlands

SMIT, Jakob (1879-1947)

Smit, Jakob, archiefambtenaar en geschiedschrijver (Oldemarkt 27-1-1879 - 's-Gravenhage 31-7-1947). Zoon van Jan Hermannes Smit, graanhandelaar, en Jacoba Johanna Kroes. Gehuwd op 16-5-1931 met Adriana Elisabeth Petronella Muller. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

Smit bezocht na de dorpsschool van Oldemarkt de Franse school te Steenwijk en de rijksnormaalschool aldaar, niet met het oog op een loopbaan bij het onderwijs, maar voor zijn algemene vorming. Toch werd hij zo gegrepen door het ideaal van goed volksonderwijs, dat hij besloot onderwijzer te worden. Zijn belangstelling ging vooral uit naar Nederlands, geschiedenis een aardrijkskunde. In 1898 werd hij geplaatst in de Haarlemmermeer en na enkele maanden in IJmuiden, waar hij de hoofdakte behaalde. In 1907 werd hij onderwijzer te 's-Gravenhage. Hier deed hij uitgebreid archiefonderzoek, mede om zo zijn onderwijs in verband te brengen met de plaatselijke historie. Juist dank zij dergelijk onderzoek kon hij voor Haagse dagbladen artikelen schrijven over het verleden van de residentie, die tussen 1913 en 1918 telkenmale gebundeld werden.

Inmiddels had een zich aanvankelijk dreigend voordoende doofheid hem genoopt ontslag te nemen als onderwijzer. Hij aanvaardde een betrekking als fotograaf aan het Algemeen Rijksarchief, waar hij tevens zegels beschreef en de handboekerij ordende. Weldra werd hij verbonden aan de afdeling Zuid-Holland, eerst als commies, later als hoofdcommies. Resultaat van zijn inventarisatie was zijn boek De Zuidhollandsche weeskamers, haar taak en de liquidatie van haar zaken (Alphen a/d Rijn, 1946). Na zijn pensionering voltooide hij, naast Het archief der Rekenkamer ter auditie van de gemeenelandsrekeningen en de opvolgende colleges met de daaronder berustende rekeningen ('s-Gravenhage, 1946), de inventarisatie der archieven betreffende de 'Financie van Holland'.

Van huis uit doopsgezind, was Smit onder invloed van de bekende christen-socialist ds. S.K. Bakker toegetreden tot de Ned. Herv. Kerk. Zijn omgang met Ned. Herv. predikanten als F. Reitsma en J.P. de Bie bracht Smit ertoe klassikale en synodale akten te doorvorsen, waardoor studies ontstonden als 'De vestiging van het protestantisme in Den Haag en zijn eerste voorgangers' en 'Michiel Andrieszoon...', beide verschenen in het Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis in 1926 en 1931. Smit was een steunpilaar van de strijdbare protestantse Evangelische Maatschappij en schreef veel in Het Klokketouw, het maandblad van de Haagse afdeling.

In 1922 was intussen reeds zijn hoofdwerk in zijn geschiedschrijving verschenen: Den Haag in den Geuzentijd, over de periode 1559-1584. De latere algemeen rijksarchivaris R. Bijlsma verklaarde dat dit boek van deze begaafde autodidact evenveel waard was als vier proefschriften te zamen. Smits artikel getiteld 'Op leven en dood. Benige feiten en beschouwingen betreffende het tweede beleg van Leiden' (Jaarboek van Die Haghe 1924, 390-421) werd evenzeer van groot belang geacht. Nog in 1969 noemde R.H. Brommer deze publikatie de meest interessante archiefstudie na 1874 betreffende het ontzet van 1574.

Deze onverzettelijke man van strenge plichtsbetrachting, hoge normen en, ondanks zijn fortuin, sobere levenswijze, was, hoewel Overijselaar in hart en nieren, geschiedschrijver van 's-Gravenhage geworden.

P: Zie voor bibliografie levensbericht van J. Steur hieronder vermeld

L: J.L. van der Gouw, in Nederlands Archieven-blad 52 (1947-1948) 85-86; J. Steur, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1947-1949. Levensberichten 154-162.

J. Steur †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013