Smits, Josse Antoin (1813-1872)

 
English | Nederlands

SMITS, Josse Antoin (1813-1872)

Smits, Josse Antoin (Judocus), oprichter-hoofd-redacteur van De Tijd (Eindhoven 7-3-1813 - Amsterdam 2-8-1872). Zoon van Willibrordus Smits, medicinae doctor, en Maria Anna Vogelpoel. afbeelding van Smits, Josse Antoin

Smits' vader was afkomstig uit een sinds begin van de 18e eeuw te Eindhoven gevestigde familie van bierbrouwers en wijnhandelaren. Judocus was de derde zoon en het zesde kind uit het huwelijk van zijn ouders. Op 4-jarige leeftijd verloor hij zijn vader en kreeg hij als voogd zijn oom Henricus Smits. Enige tijd werd hij bovendien in het gezin opgenomen van Antonius Willibrordus Smits, halfbroer van zijn vader. Na enkele jaren de Latijnse school te Eindhoven te hebben gevolgd, werd Smits in 1831 leerling van het klein-seminarie van het apostolisch vicariaat van Den Bosch, Beekvliet te St. Michielsgestel. In 1834 vervolgde hij zijn studie op het groot-seminarie Herlaer, eveneens te St. Michielsgestel, waar hij naast zijn theologiestudie sinds 1837 enige lessen in filosofie gaf als 'theologant-professor'. Op 22 september 1838 werd hij tot priester gewijd. In augustus 1839 stapte hij van het docentschap over naar de zielzorg. Te Zevenbergen en Geertruidenberg assisteerde hij enkele weken, waarna hij in september benoemd werd tot kapelaan te Waalwijk. Na een hevige bloedspuwing -een kwaal waarmee hij zijn hele leven te kampen had - verliet hij plotseling, om overigens niet geheel duidelijke redenen. Waalwijk in december 1841 en keerde hij naar Eindhoven terug.

Op uitnodiging van zijn kerkelijke overheden, apostolisch vicaris H. den Dubbelden en diens secretaris G.P. Wilmer, nam Smits vervolgens per 1 januari 1842 het hoofdredacteurschap van de Noord-Brabander - driemaal per week verschijnend in Den Bosch - over van de gouvernementele J.J.F. (Jan) Wap. Hij maakte er een heftig oppositioneel 'volksorgaan' - zoals hij dat noemde - van, tot verontrusting van de Brabantse politieke en klerikale machthebbers, die dit van een priester niet verwacht hadden. Na veel hieruit voortvloeiende conflicten, ook met de uitgever, dwong dit establishment Smits ertoe per 1 februari 1845 zijn functie bij de krant op te geven. Smits' radicaal-politieke periode - waarin hij o.a. met de kamerleden J.H. graaf Van Rechteren en L.F.J. van Sasse van Ysselt koning Willem II persoonlijk ertoe had trachten over te halen het ministerie-Van Hall aan de kant te zetten - nam hiermee een einde. Nu stichtte Smits in Den Bosch als concurrent van de liberaal-oppositionele Noord-Brabander de katholieke krant: De Tijd. Godsdienstig-staatkundig dagblad, waarvan het eerste nummer 17 juni 1845 verscheen. De Bossche coadjutor J. Zwijsen, in wie Smits zijn geestelijke leider gevonden had, beloofde hij 'de katholijke zaak' te verdedigen, voorzichtig en onafhankelijk op te treden en geen bepaalde politieke kleur aan de krant te geven. Het driemaal per week verschijnende blad had naast de Noord-Brabander niet veel succes en dreigde aan schulden ten onder te gaan. Zwijsen drong er bij de eigenaar-hoofdredacteur op aan met zijn krant naar Amsterdam te verhuizen. In de hoofdstad was een groter lezerspotentieel voor een nieuwe katholieke krant dan in Den Bosch; er bestonden reeds lang plannen voor de oprichting van een katholiek dagblad en de bankier P. van Cranenburgh (1792-1858) was bereid een dergelijke uitgave te financieren. De Brabander Smits zwichtte node en op 2 juli 1846 verscheen het eerste nummer van De Tijd. Noord-Hollandsche Courant in Amsterdam, waar het blad geleidelijk aan uitgroeide tot het toonaangevende opiniërende orgaan van de Nederlandse - met name Bovenmoerdijkse - katholieken. Dit groeiende succes verwierf Smits niet alleen door zijn directe journalistieke arbeid, maar ook door zijn vele contacten en intensieve samenwerking met leidinggevende geloofsgenoten. Per 1 maart 1848 verscheen De Tijd zesmaal per week en tien jaar later was het blad door de groei van het aantal abonnees uit de schulden. Hoofddoel van Smits in en buiten De Tijd was de strijd voor de godsdienstige en politieke rechten van de Nederlandse katholieken. Dit hield in politicis in dat De Tijd voorzichtig sympathiseerde met het beleid van Willem II, zolang dit in het belang was van het katholieke volksdeel, en na 1848 tot Smits' dood dat het blad onder dezelfde restrictie de meeste kabinetten steunde, eerst de liberale, later ook de meer conservatieve. In 1848 gaf Smits welbewust, omdat er de katholieke zaak mee gediend was, alle steun aan de voorstellen tot grondwetswijziging. Om dezelfde, hem sacrosancte reden werden ook veel zaken welbewust uit de krant gelaten, o.a. de verdeeldheid in katholieke kring over de onderwijskwestie, de pogingen tot herstel van de hiërarchie te komen, waarvoor hij buiten de krant om voor 1853 al jarenlang ijverde, en de lastercampagne van internuntius S.M. Vecchiotti tegen aartsbisschop Zwijsen in 1862, waarin Smits zich mengde ten gunste van zijn leidsman.

Het hoofdredacteurschap van De Tijd heeft Smits tot zijn dood toe uitgeoefend, bijgestaan door mederedacteuren, vanaf 1846 de Amsterdamse arts J.W. Cramer (1817-1881), met wie hij in 1857 om niet opgehelderde redenen brak, en vanaf 1863 de Limburgse priester J.W. Brouwers (1831-1893). In 1865 werd de literair begaafde Amsterdamse zeepzieder M.W. van der Aa (1830-1905), die al eerder bijdragen aan De Tijd geleverd had, medeëigenaar van De Tijden in 1868 verkocht Smits het blad voor f 18.000,- aan hem, onder beding dat geen hoofdredacteur benoemd kon worden zonder toestemming van minstens de helft van de bisschoppen. Andere medewerkers waren bijv. Jozef Alberdingk Thijm en Herman J.A.M. Schaepman, die in 1870 mederedacteur werd.

Naast zijn dagelijks werk fungeerde Smits vanaf 1848 tevens als rector van het Sint-Piusgesticht te Amsterdam, een klooster van de onderwijscongregatie van de zusters van liefde, door Zwijsen gesticht. In dit klooster woonde Smits. In 1854 werd hij als dank voor aan de kerk bewezen diensten door paus Pius IX tot honorair kamerheer en in 1868 tot protonotarius apostolicus benoemd.

A: De papieren-Smits zijn op eigen verzoek vernietigd, maar een vijfhonderdtal brieven van zijn hand bevinden zich in archieven, vermeld in het proefschrift van Peijnenburg (zie hieronder).

P: Voor de publikaties van Smits zie eveneens het proefschrift van Peijnenburg.

L: L.J. Regier en N. de Rooy, In vrijheid herboren ('s-Gravenhage, 1953) passim; G.A. M. Beekelaar, Rond grondwetsherziening en herstel der hiërarchie (Hilversum [etc.], 1964); J.W.M. Peijnenburg, Judocus Smits en zijn Tijd (Amsterdam, 1976. 2 dl.); recensie van G.A.M. Beekelaar, in Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 94 (1979) 123-125; J.A. Bornewasser, 'De 'openheid' van Judocus Smits moet men met een korrel zout nemen', in De Tijd, 30-4-1976; M. Bossenbroek, "Een jammerlijk uiteinde van een verleidelijk begin': De Tijd over Napoleon III', in Tijdschrift voorgeschiedenis 94 (1981) 221-237.

I: J.W.M. Peijnenburg, Judocus Smits en zijn Tijd (Amsterdam, 1976. 2 dl.) Deel I, 1.

G.A.M. Beekelaar


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013