Sonnaville, Ludovicus Antonius Gijsbertus de (1837-1914)

 
English | Nederlands

SONNAVILLE, Ludovicus Antonius Gijsbertus de (1837-1914)

Sonnaville, Ludovicus Antonius Gijsbertus de, muziekpedagoog ('s-Gravenhage 31-1-1837 - Katwijk 18-12-1914). Zoon van Johan Anthony de Sonnaville, majoor der Jagers, en Maria Theresia van der Kun.

De Sonnaville kwam uit een katholiek milieu, voltooide zijn gymnasiale opleiding aan het internaat van de jezuïeten, het St. Willibrord-College te Katwijk a/d Rijn, om vervolgens van 1859 tot 1873 zijn opleiding als jezuïet af te ronden. In 1873 werd hij aangesteld als muziekleraar, koor- en orkestdirigent aan genoemd college; hier zou hij ook het grootste deel van zijn leven doorbrengen.

In de eerste jaren van deze carrière vond hij een nieuw systeem uit het leren lezen van muziek van blad voor pianoleerlingen te vergemakkelijken, en het is dit systeem, dat spoedig bekendheid in Nederland verwierf, zelfs zo dat het nog thans wordt toegepast, evenwel zonder dat hierbij de naam van De Sonnaville genoemd wordt. Het door De Sonnaville ontdekte systeem gaat terug op een principe dat in de kern van de van de zaak eenvoudig is. Beziet men het vanuit de tegenwoordige stand van de muziekwetenschap, dan zou men vermoeden dat hij, om tot zijn vinding te komen, de historie van het muziekschrift had bestudeerd. Want zijn ontdekking komt neer op het doen opleven van een der fasen die in de ontwikkeling van het muziekschrift waren overgeslagen. Deze ontwikkeling begin bij de vinding van het zg. tertslijnig muziekschrift rond 1025 door Guido van Arezzo, een stelsel van evenwijdige lijnen, die elk op zich zelf voorzien werden van een noot op, boven of onder de lijn, d.i. de omvang van een terts; vandaar het tertslijnig muziekschrift.

Uit dit principe ontstond in de loop der eeuwen de muzieknotatie voor toetsinstrumenten, bestaande uit een muzieklijnenstelsel voor de lagere tonen, vooral voor de linkerhand, en een stelsel, voor de hogere tonen, voor de rechterhand. Bij het leren muzieklezen door kinderen ontstonden moeilijkheden vanwege het combineren van noten met de daarbijhorende toetsen, vooral dan wanneer gebruik gemaakt werd van hulplijntjes boven en onder de systemen. Onbewust deed De Sonnaville de historie herleven doordat het muzieklijnenstelsel oorspronkelijk (1025) niet gedacht was als verdeeld over twee zelfstandige systemen, één voor de linker en één voor de rechterhand, maar als één systeem met zoveel lijnen als men wilde. Dit laatste bereikte De Sonnaville door tussen de twee systemen voor het pianospel één lijn te trekken, zodat de lage tonen regelmatig doorliepen naar de hogere en hoogste tonen. Op deze tussenlijn plaatste hij de centrale C-toon, waarvan hieronder een voorbeeld. muziekvoorbeeld

Van hieruit ontstonden octaafreeksen van de hoogste tonen naar het midden (de discantreeks met de octaven: 4,3,2, l ) en van het midden naar de laagste bastonen (de bas octaafreeksen: l, 2, 3,4); derhalve 'even' en 'oneven' octaven. Ook binnen het octaaf verkregen de zeven tonen even of oneven cijfers: had men te maken met een oneven octaaf, dan staan de tonen c e g b op en bij een even octaaf tussen de lijnen. Aldus werd door De Sonnaville een 'piano-lottospel' ontworpen ter bevordering van het piano-onderricht voor kinderen. Bekende musici toonden destijds belangstelling voor dit piano-onderrichtsysteem, zoals Willem Kes, oprichter van het Concertgebouworkest, Willem Mengelberg en Simon van Milligen.

A: Dossier-De Sonnaville in Archief van de Nederlandse Provincie der Jezuïeten, waarin een bundel recensies over zijn systeem.

P: In de jaren 1890-1910 publiceerde De Sonnaville een twintigtal brochures; de meest bekende hiervan zijn Het piano-lotto of het systeem-De Sonnaville op de kinderkamer ter voorbereiding van vroegtijdig piano spelen. (Leiden, [1897]) en Beknopte verklaring van het systeem De Sonnaville 5e dr. (Leiden, 1901).

L: Catharina van Rennes, in Muziekcollege 2 (1914-1915) 98-102; S. van Milligen, in Caecilia 72 (1915) 7-9; J.J. Graaf, in St. Gregorius-blad. Tijdschrift tot bevordering van kerkelijke toonkunst 40 (1915) 25-30; [Red.], in De Katholieke Illustratie 49(1915)204.

J.M.A.F. Smits van Waesberghe


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013