Stokvis, Jozef Emanuel (1875-1951)

 
English | Nederlands

STOKVIS, Jozef Emanuel (1875-1951)

Stokvis, Jozef Emanuel, journalist en politicus ('s-Gravenhage 23-2-1875 - 's-Gravenhage 30-12-1951). Zoon van Mozes David Stokvis, boekhouder, en Hendrika de Vries. afbeelding van Stokvis, Jozef Emanuel

Stokvis, komend uit een klein joods middenstandsgezin, trad na zijn lagere schooltijd als 14-jarige in dienst bij een effectenkantoor te 's-Gravenhage. Daarna had hij moeite een passende betrekking te vinden: hij werkte eerst in een boekenantiquariaat, vervolgens op de gemeentesecretarie te 's-Gravenhage en moest als milicien in dienst. Maar in 1897 vond hij gerichter emplooi in de journalistiek. Hij was achtereenvolgens werkzaam bij de Haagsche Courant, het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage en van 1904 tot 1908 bij Het Vaderland. Van het begin af aan bleek bij deze journalistieke werkzaamheden zijn maatschappelijke en politieke belangstelling. Zijn daarbij getoonde radicaal-liberale sympathieën traden nog het duidelijkst aan de dag in een bijdrage in 1900 aan het toen als links-liberaal bekendstaande tijdschrift Vragen des tijds 1899-1900, II, 59-90 onder de titel van 'Het reservekader', handelend over de militaire dienstplicht, in Nederland. Deze, ook parlementaire, belangstelling komt eveneens tot uitdrukking in zijn redacteurschap (sedert 1908) van het analytisch Kort verslag der Tweede Kamer en bij zijn optreden als kamerverslaggever voor De Telegraaf, toenmaals een radicaal dagblad. Naast zijn journalistieke werkzaamheden studeerde Stokvis met goed resultaat voor de MO-akten staatsinrichting en staathuishoudkunde en gaf hij in die vakken enige uren per week les aan HBS'en in Den Haag en Dordrecht.

In 1910 werd hij op aanbeveling van C.Th. van Deventer als opvolger van M. Vierhout benoemd tot hoofdredacteur van het Semarangse dagblad De Locomotief, in die tijd de voornaamste spreekbuis van de ethische richting in de koloniale politiek. Zijn aanvankelijke verbondenheid met de ethische richting blijkt tevens uit de uitgave van H.T. Colenbrander van het driedelige werk Leven en arbeid van mr. C.Th. van Deventer (Amsterdam, 1916-1917. 3 dl.), een soort bronnenpublikatie van brieven en werken van Van Deventer. Als gevolg echter van de opkomende nationale beweging in Indonesië, waarover Stokvis regelmatig artikelen schreef in De Locomotief, betwijfelde hij of het het gouvernement wel ernst was met de ethische koloniale politiek. In 1917 trad hij af als hoofdredacteur; en hij vertrok in 1918 naar Nederland. Van zijn twijfel legde hij rekenschap af in zijn artikel 'Ethiek en geld' dat in de Koloniale Studiën 2 (1917-1918) I, 311-327, 387-433 is verschenen.

Terug in Nederland werd Stokvis in 1919 lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en medewerker van Het Volk en De Socialistische Gids. Zijn belangstelling voor Nederlands-Indië bleef echter bestaan, zoals blijkt uit zijn redacteurschap in Nederland voor het tijdschrift De Taak en de publikatie van het werkje Van wingewest naar zelfbestuur in Nederlandsch-Indië (Amsterdam, 1922), waarin Stokvis het koloniaal systeem als uitbuiting van de Indonesische bevolking fel kritiseert en pleit voor zelfbestuur onder Indonesische leiding, met de onafhankelijkheid van Indonesië als einddoel. Voor 'eenzijdige welwillendheid van het moederland' was, zoals Stokvis dat in zijn inleiding formuleerde, geen plaats meer. Dezelfde gedachten vinden we terug in het koloniale beginselprogramma van de sdap opgesteld door een commissie waarvan Stokvis het secretariaat had gevoerd. In 1922 zou dit programma reeds door de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging (ISDV) worden aanvaard, en in 1930 pas door de sdap in Nederland.

Inmiddels was Stokvis in 1922 naar Indië teruggekeerd. Hij moest daar Ch.G. Cramer, ingenieur Burgerlijke Openbare Werken opvolgen, die voor de ISDV lid was van de Volksraad. Op 25 juni 1923 werd Stokvis hierin benoemd. Hij was van 1923 tot 1928 tevens voorzitter van de ISDV en redacteur van het orgaan van deze partij. Het Indische Volk, dat in 1917 als weekblad opgericht was. Evenals Cramer had Stokvis als Volksraadlid zijn bedenkingen tegen de zogenaamde associatiepolitiek, welke politiek als uitgangspunt had de harmonie van belangen van Europeanen en Indonesiërs. Voor Stokvis was slechts het Indonesische belang uitgangspunt van zijn handelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij na zijn aftreden in 1931 als lid van de Volksraad, terug in Nederland en opnieuw lid van het partijbestuur van de SDAP, naar aanleiding van de muiterij op 'De Zeven Provinciën' in 1933 opkwam voor de Indonesische schepelingen. Stokvis werd in 1935 lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en in 1937 lid van de Tweede Kamer voor de SDAP, en na de Tweede Wereldoorlog tot oktober 1946 voor de SDAP en vervolgens de Partij van de Arbeid (PVDA). Gedurende de Tweede Wereldoorlog moest hij onderduiken voor de Duitsers. In zijn kamerlidmaatschap trad Stokvis spoedig op als expert en woordvoerder van de sociaal-democraten voor koloniale aangelegenheden. In zijn standpunt ten aanzien van de Indonesische kwestie na de oorlog was hij zeer consequent. Hij bedankte voor het lidmaatschap toen de partij haar goedkeuring hechtte aan de tweede politiële actie in Indonesië. Nadat Nederland eind 1949 de souvereiniteit van Indonesië had erkend werd Stokvis weer lid van de partij. Stokvis behoorde met mensen als J. van Gelderen (†1940), H.H. van Kol (†1925), W.H. Vliegen (†1947) en J.W. Albarda (†1957) tot de oude garde van de SDAP. Als jood was hij bovendien aanhanger van het zionisme, in welke beweging hij geen rol van betekenis speelde.

Stokvis stond bekend als een beminnelijk man, die de anderen zoveel mogelijk in hun waarde liet, ook zijn tegenstanders. Hij had de gave personen bijzonder raak te typeren. Van een verder niet bij name bekend geworden openbare figuur in Indonesië heeft hij eens gezegd: 'De man loog zoals een normaal mensch ademhaalt - en men móet toch ademhalen.'

A: Collectie-Stokvis in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISO), praktisch geheel bestaande uit knipsels en documentatie over koloniale vraagstukken.

P: Behalve zijn reeds genoemde publikaties: Pemerintah dan rai'at. Dimelajoekan [oleh] S. Latif (Buitenzorg, [1923]), behelzende een verzameling artikelen en redevoeringen uitg. door de Partij Sosial Demokrat Hindia; 'Van Limburg Stirum', in Indonesië. Tweemaandelijks tijdschrift gewijd aan het Indonesisch cultuurgebied 2 (1948-1949) 19-38; zie voor het merendeel van zijn publikaties over koloniale vraagstukken tot 1930 Repertorium op de literatuur betreffende Nederlandsche koloniën ('s-Gravenhage, 1935,1934) VII-VIII.

L: Volksraad. Overzicht betreffende het zittingsjaar 1928-1929 (Weltevreden, 1929) 27; F. van Weezel, in De Vlam, 4-3-1950; F. Kief, ibidem, 5-1-1952; B. van Tijn, ibidem, 12-1-1952; W. Middendorp, in Socialisme en democratie 1952, 70-72; D.M.G. Koch, Batig slot. Figuren uit het oude Indië (Amsterdam, 1961) 97-103; C. Dutilh, 'Het koloniaal beginselprogram van de SDAP 1919-1930'[Leiden, 1971]. Ongepubliceerde doctoraal scriptie Leiden in IISG.

I: D.M.G. Koch, Batig Slot. Figuren uit het Oude Indië (Amsterdam, [I960]) fotokatern.

F.G.P.Jaquet


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013