Teixeira de Mattos, jhr. Louis Frederik (1872-1945)

 
English | Nederlands

TEIXEIRA DE MATTOS, jhr. Louis Frederik (1872-1945)

Teixeira de Mattos, jhr. Louis Frederik (verheven in de Ned. Adel bij KB van 10-12-1892 no. 25) civiel ingenieur, auteur op het gebied van waterstaat en waterstaatsgeschiedenis (Amsterdam 18-5-1872 - 's-Gravenhage 30-10-1945). Zoon van Isaäc Eduard Teixeira de Mattos, bankier, en Abigael Mendes. Gehuwd op 11-11-1897 met Kitty van Schreven. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. afbeelding van Teixeira de Mattos, jhr. Louis Frederik

Portugees-Israëliet van afstamming, zowel van vaders- als van moederskant, zou Louis Frederik Teixeira de Mattos meer dan zijn voorouders geïntegreerd raken in de Nederlandse maatschappij, doordat hij sinds 1896, te Porrentruy in de Zwitserse Jura bekeerd, Waals-hervormd van godsdienst was. Kort tevoren afgestudeerd als civiel ingenieur aan de Polytechnische School te Delft was hij in functie als adjunct-ingenieur bij de Provinciale Waterstaat van Overijssel van 1898-1900, adjunct-commies ten departemente van Waterstaat, Handel en Nijverheid van 1901-1902, tweede secretaris van de Staatscommissie tot voorbereiding van de wettelijke regeling van het waterstaatsbestuur van 1902-1907, lid en secretaris van de Staatscommissie voor het binnenschipperijbedrijf van 1905-1912. Deze laatste commissie bracht een uitvoerig Verslag uit ('s-Gravenhage, 1911); het belang hiervan werd van regeringswege zo hoog aangeslagen, dat Teixeira hiervoor koninklijk werd onderscheiden. Overigens was dit niet voor de eerste keer.

Door zijn fortuin kon jhr. Teixeira de Mattos het zich permitteren van een normale ambtelijke loopbaan af te zien. Typerend is, dat hij in 1902 als adjunct-commies ten departemente ontslag nam, toen hij tot tweede secretaris van de commissie voor de waterstaatswetgeving was benoemd. Typerend evenzeer, dat hij in 1907 uit genoemde commissie ontslag nam 'wegens herhaalde en langdurige afwezigheid uit 's-Gravenhage'. De bebouwing van een heuvelachtig terrein te Beekbergen op de Veluwe hield Teixeira destijds bezig. Hierop verrees het landgoed "Het Spelderholt", door hem bewoond van 1908-1920. Vervolgens was hij te Apeldoorn gevestigd tot 1924.

Met zijn zwager mr. N.G. van Taack Tra Kranen behoorde Teixeira de Mattos in 1904 tot de oprichters van de Nationaal-Historische Partij, een groepering van rechtsgezinde liberalen, die in 1912 in de Christelijk-Historische Unie is opgegaan. De fusie leidde ertoe, dat Teixeira zitting kreeg in de gemeenteraad van Apeldoorn van 1913-1923, wethouder van Openbare Werken was van 1917-1923, lid van de Provinciale Staten van Gelderland van 1923-1924. Als politicus kantte hij zich tegen invoering van het vrouwenkiesrecht. Voordrachten door hem gehouden over Onze Grondwet werden door het De Savornin Lohman-fonds in druk uitgegeven ('s-Gravenhage, 1921). Ook als commissaris van de Ned. Heide Maatschappij en ereridder in de Johanniterorde diende Teixeira de Mattos intussen het algemeen belang. Aan de Staat der Nederlanden schonk hij in 1921 een gedeelte van "Het Spelderholt", d.w.z. het hoofdgebouw, enkele dienstwoningen, het pompgebouw en het grondbezit in de naaste omgeving van het huis, in totaal ca. 14 ha., op voorwaarde dat er 'een of meer openbare instellingen in het belang van bosch-, land- of/ en tuinbouw' zouden worden ondergebracht. Het was het Proeffokstation voor de Pluimveeteelt, dat hier toen onderdak kreeg. Sinds 1964 leeft de naam van de schenker te Beekbergen voort in het Teixeira de Mattos-park.

Publicistische activiteiten op zijn vakgebied - de waterstaat - heeft Teixeira, zolang hij leefde, vrijwel constant ontplooid. Het begon met Twee bescheiden met betrekking tot het dijkwezen in de provincie Overijssel (Zwolle, 1900). Daarna verscheen De Dedemsvaart, een boek van bijna duizend blz., van illustraties voorzien, dat met een afzonderlijke, losbladige atlas voor rekening van de Staten van Overijssel werd uitgegeven (Zwolle, 1903). Teixeira's hoofdwerk echter is geworden: De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland, waarvan het eerste deel in 1906 het licht zag. Ten dienste van de provincie Zuid-Holland heeft hij zich hiervoor volledig ingezet, toen hij sinds 1924 ambteloos te 's-Gravenhage woonde. Uiteindelijk gewerd hem voor deze belangeloze arbeid van de kant van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een bijzonder bewijs van waardering: Teixeira zag zich, de zeventig reeds gepasseerd, 23 juli 1945 met 'den honorairen rang van Administrateur-Titulair Provinciale Griffie van Zuid-Holland' begiftigd.

Teixeira's gezondheid had in de oorlog geleden, hoewel hij door de Duitse bezetter was ontzien. Hem trof daarbij het ongeluk, dat het aan Voorne en Putten gewijde deel van zijn werk, in manuscript ter Provinciale griffie berustend, zij het nog niet gereed, 3 maart 1945 aan het bombardement van het Korte Voorhout ten offer viel. Ofschoon Teixeira na de ramp de moed opbracht zijn werk te hervatten en er tot zijn dood mee door te gaan, de voltooiing was hem onder deze omstandigheden niet vergund. Anderen hebben zich over Het eiland Voorne en Putten met de Welplaat moeten ontfermen.

Van beide boeken over de Dedemsvaart en de Waterschappen van Zuid-Holland geldt, dat ze in al hun uitvoerigheid een schat bevatten aan actuele en historische gegevens. De successieve delen van het laatste werk weerspiegelen de ontwikkeling van de auteur, die zich - naar terecht is opgemerkt - aan zijn eigen werk heeft geschoold tot een man van gezag op waterstaatkundig gebied.

P: De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland ('s-Gravenhage, 1906-1961. 10 dl. in 14 bd.). Met afzonderlijke kaarten. Hiervan deel VII, I door K.B.A. Buijtendorp (1952); voorts deel VII, II door G.J.C. Schilthuis met epiloog door J.L. van der Gouw (1961). Andere publikaties als vermeld.

L: J.L. van der Gouw, 'Het levenswerk van Jhr. L.F. Teixeira de Mattos', in Nederlands Archievenblad 84 (1980) 33-39; L.W. Hordijk, 'Jhr. L.F. Teixeira de Mattos', in Holland 15 (1983) 159-163.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1452.

J.Fox


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013