Veder, Jan Constantijn (1872-1930)

 
English | Nederlands

VEDER, Jan Constantijn (1872-1930)

Veder, Jan Constantijn, cargadoor en reder (Rotterdam 17-11-1872 - Rotterdam 4-6-1930). Zoon van Jan Hoyte Veder, koopman en bankier, en Betsy Teengs. Gehuwd op 18-1-1900 met Martha Liane Cäcilie Theresia Schreiner. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren. afbeelding van Veder, Jan Constantijn

Jan Constantijn Veder werd geboren in een geslacht dat sinds de 18e eeuw niet meer uit de Rotterdamse scheepvaart en handel is weg te denken. Een eigen loopbaan lag daardoor ook voor hem vast: na lagere school en HBS in zijn geboortestad ging hij werken op het kantoor van zijn voorouders in die zelfde stad. Toen hij zijn opleiding in het buitenland voltooid had werd hij in 1898 eerst procuratiehouder bij Hudig & Veder, cargadoors en agenten van rederijen, waaronder de Koninklijke Nederlandsche Stoombootrederij te Amsterdam, en later firmant. Daarmede was ook het rederijbedrijf NV Hudig en Veder's Stoomvaartmaatschappij verbonden. Bovendien was hij firmant van de firma John Hudig & Son, die sinds 1818 optrad als Lloyd's Agents en agent van talrijke andere buitenlandse verzekeringsmaatschappijen. Voornamelijk trok Veder echter de aandacht door zijn werkzaamheid binnen de Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Rotterdam: in 1912 verkozen tot lid, als derde in het geslacht der Veders, in 1922 vice-president en in 1924 voorzitter.

In de moeilijke jaren na de Eerste Wereldoorlog toonde hij zich een evenwichtige persoonlijkheid, die diep ingrijpende problemen in alle rust tegemoet trad, zoals vooral het in 1925 gesloten verdrag met België, dat de Kamer van Koophandel & Fabrieken met het oog op de positie van de Rotterdamse haven in de internationale concurrentie bijzonder fel en met succes heeft bestreden, vooral wegens het daarin voorziene Moerdijkkanaal, een rechtstreekse grootscheepse verbinding tussen de Antwerpse dokken en de Rijn.

Zijn ervaring en grote kennis deden hem vele functies ten deel vallen. Zo was hij o.a. president-commissaris van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, commissaris van de Graan Elevator Maatschappij, van de NV Rotterdamsche Koel- en Vrieshuizen, van de Amsterdamsche Bank en verder was hij een tijd lid van de Commissie ter herziening van handelsverdragen.

Hij genoot achting als een nobele persoonlijkheid, van wie kracht uitging en die harde slagen van het noodlot in de persoonlijke sfeer voorbeeldig wist op te vangen. Zijn betrekkelijk vroege dood in 1930 gaf de Kamer aanleiding tot diep rouwbetoon.

P: 'La ville et la région de Rotterdam; son commerce et ses industries', in Journal de la Marine Marchande 11 (1929) 520 (21 maart) 441-148.

L: Notulen van de openbare vergadering van de Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Rotterdam van 5 juni 1930 en Jaarverslag Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Rotterdam 1930, 5; Gedenkboek [van de] Kamer van Koophandel en Fabrieken, Rotterdam, 1803-1928. [Door W.F. Lichtenauer et al.]. (Rotterdam, 1928) passim.

I: Gedenkboek [van de] Kamer van Koophandel en Fabrieken, Rotterdam, 1803-1928. (Rotterdam, 1928) afbeelding XVIII.

W.F. Lichtenauer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013