Verschoor, Anna Helena Margaretha (1895-1978)

 
English | Nederlands

VERSCHOOR, Anna Helena Margaretha (1895-1978)

Verschoor, Anna Helena Margaretha (bekend onder de naam Annie Romein-Verschoor), essayiste (Hatert, gem. Nijmegen 4-2-1895 - Amsterdam 5-2-1978). Dochter van Jan Verschoor, marineofficier, en Anna Helena Margaretha Brakke. Gehuwd op 14-8-1920 met Jan Marius Romein, historicus. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Verschoor, Anna Helena Margaretha

Annie Romein-Verschoor was afkomstig uit een zeevarende familie. Haar jeugd bracht zij ten dele door in Hellevoetsluis (1900-1905),ten dele in het Indonesische Soerabaja, waar haar vader in 1906 werd aangesteld als technicus bij de marine. Haar moeder was vaak psychisch onevenwichtig, wat op Annies leven van grote invloed is geweest. In Indië volgde zij vier jaar de HBS, kwam in aanraking met een kolonialisme dat ze verfoeide, en schreef haar eerste verhalen en fragmenten. In het meisjesboek Aan den Oedjoeng, gepubliceerd in 1928, gaf zij iets weer van haar Indische jeugdjaren.

Na de terugkeer van het gezin in Nederland in 1910 maakte zij in Den Helder de HBS af. Twee jaar later volgde het staatsexamen. Van 1914 tot 1921 studeerde zij in Leiden de destijds nog gecombineerde vakken Nederlands en geschiedenis. Van 1915 tot 1918 was zij lid van de Vereeniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden. Haar wetenschappelijke en beroepsmatige oogmerken waren niet erg uitgesproken: een algemeen verlangen naar schrijven en journalistiek was, hoe vaag ook, aanwezig. Deze liefhebberij zette zich voort in de bijdragen die zij leverde aan het studentenblad Minerva. Wanneer zij in 1917 Jan Romein ontmoet, vindt zij in hem niet alleen haar toekomstige echtgenoot, maar ook de marxistische ideeën die haar beslissend zullen beïnvloeden. In het jaar van hun huwelijk, 1920, traden beiden toe tot de Communistische Partij in Nederland. Ondanks het royement uit de partij, dat naar eigen zeggen zeven jaar later plaatsvond, bleef zowel de overtuiging als de vriendenkring van het echtpaar communistisch, althans radicaal links.

Het huwelijk betekende voor Annie Romein-Verschoor de arbeidsintensieve combinatie van zorg voor een gezin met drie kinderen, intellectueel partnerschap met haar man, en zelfstandig werk op haar eigen terrein. Van 1926 tot 1932 schreef zij voor het Algemeen Handelsblad in totaal tegen de 200 recensies in de rubrieken 'Skandinavische literatuur' en 'Nieuwe Nederlandsche boeken'. De vrouwen- resp. damesromans die de laatste paar jaargangen een belangrijk bestanddeel vormden van de Handelsblad kritieken , gebruikte ze korte tijd later als grondslag voor haar proefschrift De Nederlandsche romanschrijfster na 1880. Een literair-sociologische studie. Promotor was Albert Verwey. In 1936 werd deze dissertatie herdrukt onder de titel Vrouwenspiegel. Annie Romeins 'literaire sociologie' berustte op een deels historisch-materialistische, deels cultuurhistorische benadering van de literatuur. Zowel hier als in essays van later datum trachtte zij van haar onderwerp het maatschappelijk karakter te bepalen en de voorgeschiedenis te traceren. In een tijd waarin van enige literatuursociologische methode nog geen sprake was, oogstte Vrouwenspiegel naast kritiek ook bijval, vooral in de kring van Forum. Niettegenstaande de 'onverdraagzame en ongemotiveerd-hooghartige wijze' waarop volgens de minderheid van de Commissie van voordracht 'over verscheidene verdienstelijke schrijfsters de staf is gebroken', ontving het boek van de Maatschappij voor Letterkunde te Leiden de dr. Wijnaendts Francken-prijs, omdat tegenover deze bezwaren ook deugden stonden als 'een tintelende geest en een verrassende stijl'.

Haar stellig door Jan Romein aangemoedigde belangstelling voor de geschiedschrijving kwam openlijker tot uiting in het geschiedenisleersysteem dat zij rond 1930 voor het Montessorionderwijs ontwierp, dan in haar zuiver literair-kritisch werk voor het Algemeen Handelsblad. De details die zij voor dit systeem vond en toepaste, dienden als basis voor het wetenschappelijk zelfvertrouwen waarmee zij als co-auteur van haar man optrad bij het schrijven van De Lage Landen bij de Zee (1934). Van hun daaropvolgende gezamenlijke produktie. Erflaters van onze Beschaving (1938), nam ze zeventien van de in totaal zesendertig biografische portretten voor haar rekening. Deze twee boeken vestigden, najaren van broodschrijverij, blijvend de roem en welstand van de 'firma' Jan en Annie Romein.

Buiten het studeerkamerwerk - zij droeg ook bij aan verschillende literaire tijdschriften - was Annie Romein in de jaren '20 en '30 actief in politieke organisaties als de Rode Hulp, De Tribune, het comité Hulp aan Spanje, de antifascistische Bond van Kunstenaars ter verdediging van de Kultuur (BVKK) en het Comité van Waakzaamheid. Haar grote praktische (hulp)vaardigheid kwam eveneens tot uitdrukking in de wijze waarop zij gezin en huishouden organiseerde, zodat Jan Romein zonder enige stoornis kon doorgaan met zijn geleerdearbeid - ook onder de moeilijke omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog, toen zij en haar man niet op hun eigen adres konden wonen. In de oorlog schreef ze nu en dan voor de illegale Vrije Kunstenaar en begon zij aan haar geromantiseerde biografie, Vaderland in de Verte, die handelde over het leven van Hugo de Groot.

Haar ambitie voor de journalistiek kwam na 1945 opnieuw tot gelding in haar medewerking als redactielid aan de Vrije Katheder. Tot de ondergang van dit blad, dat een progressieve samenwerking van communisten met niet-communisten nastreefde, maar in mei 1950 opgeheven moest worden door inmenging van de CPN, schreef zij hierin wekelijks commentaren, verslagen, beschouwingen en kritieken, meestal gericht op de naoorlogse actualiteit.

De veelzijdige belangstelling die zij had opgebouwd op de terreinen van geschiedenis, letteren en sociologie (door haar het 'drielandenpunt' genoemd), kwam na de bevrijding tot volle bloei. Vanaf die tijd tot in haar laatste jaren publiceerde ze tal van essays, die een intellectuele reflectie vertegenwoordigen op sociale, politieke en literaire verschijnselen. Het opiniërende en waardebepalende karakter van haar beschouwingen gaf haar de naam een 'harde' te zijn, maar maakte haar ook tot een voorbeeld voor de vele vrouwen wier positie van meisje-voor-hele-dagen ze trachtte los te wrikken.

De universiteitscursus 1951-1952 die het echtpaar samen in Indonesië doorbracht, werd voor Annie Romein een kleinere vreugde dan voor haar man. Evenals hij uitgenodigd voor het geven van cursussen en lezingen aan studenten, en wat haar betreft ook voor leden van de Indonesische vrouwenvereniging, moest zij door een heupfractuur, die haar drie maanden in het ziekenhuis hield, in veel gevallen verstek laten gaan. In het boekje Met eigen ogen heeft ze verslag van deze reis gedaan en een aantal indrukken weergegeven van het nog maar juist zelfstandige Indonesië anno 1952.

Een laatste aandeel in het werk van haar man leverde zij door, na zijn dood in 1962, met ongewone precisie zijn magnum opus. Op het breukvlak van twee eeuwen, voor uitgave klaar te maken. In de zestien jaar die zij hem overleefde bleef ze, met een energie die nu vrijer besteed kon worden, het maatschappelijk gebeuren volgen, dit plaatsen in een historische context, en er haar commentaar op geven. Haar persoonlijke betrokkenheid bij sommige van haar onderwerpen, bijv. de benadering van de ouderdom, die zij in het Rosa Spierhuis als bevoogdend ervoer, was de oorzaak van een heftiger toon en een ingewikkelder stijl dan ander, rustig-docerend of kritisch-vertellend werk van haar hand laat zien.

De betekenis van Annie Romein-Verschoor werd eerst goed onder ogen gezien na het verschijnen van haar twee delen memoires Omzien in verwondering (1971). Maakte zij voordien in de beeldvorming van de buitenwacht veelal deel uit van de 'firma', door de publikatie van haar autobiografie werd de aandacht sterker gevestigd op haar persoonlijke rol in het intellectuele en links-politieke leven van het twintigste-eeuwse Nederland. Uitnodigingen voor lezingen, artikelen, uitgaven en interviews overschreden de laatste tien jaar van haar leven verre de belangstelling die haar daarvóór toeviel. Een verschijnsel dat meewerkte aan de waardering voor Annie Romein was de heropkomst van de vrouwenbeweging, die in hetzelfde decennium plaatsvond. Haar avant-gardistisch feminisme in bijv. Vrouwenspiegel werd herontdekt, het boek opnieuw uitgegeven. Naast de bladen waarin zij vanouds publiceerde, Vrij Nederland, De Gids, De Groene Amsterdammer, De Nieuwe Stem, Wending en Rekenschap, kwam het feministische tijdschrift Opzij met haar bijdragen.

Naast de voortrekkersfunctie die zij voor de vrouwenemancipatie vervulde, is haar betekenis vooral gelegen in haar intellectuele veelkantigheid, haar non-conformisme, en de niet te stuiten werkkracht waarmee zij tot aan haar overlijden op 83-jarige leeftijd met haar talenten gewoekerd heeft. Haar belangrijkste geestelijk erfgoed is deswege de gedachte dat het gewoon is om, als vrouw, uitzonderlijk te zijn.

A: Collectie-Annie Romein-Verschoor in Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis; televisie-interview met J. Regier op 2 januari 1978 in de rubriek 'Markant' van de NOS in Historisch Archief NOS afd. biografieën en in hieronder genoemd themanummer van Bulletin.

P: Selectieve bibliografie in 'Annie Romein-Verschoor'. Themanummer van Bzzlletin 9 (1980) 81 (dec.) 26; Vrouwenwijsheid. Een bundel kritieken en essays over de vrouw. Verz. en van aant. voorzien door Claire Rappange [Amsterdam, 1981].

L: Beknopte lijst met secundaire literatuur over Annie Romein-Verschoor in bovenvermeld themanummer van Bzzlletin, 27; Angenies Brandenburg, "Annie is van ijzer", ibidem, 3-25; J.W. Oerlemans, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1978-1979, 82-87.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1245 [Foto: Hanna Elkan].

Angenies Brandenburg


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013