Vries, Simon Philip de (1870-1944)

 
English | Nederlands

VRIES, Simon Philip de (1870-1944)

Vries, Simon Philip de, rabbijn (Neede 4-10-1870 - Bergen-Belsen (Duitsland) 24-3-1944). Zoon van Manuel de Vries, veehandelaar en wever (huisindustrie), en Rosette Spier. Gehuwd op 7-3-1894 met Judith de Jong. Uit dit huwelijk werden 6 zoons en 3 dochters geboren.

In Neede was geen joodse gemeente. Daarom gingen Simon en zijn broer Nathan voor godsdienstonderwijs te voet naar Borculo, een afstand van ruim vijf kwartier. De onderwijzer S. Schaap ontdekte de bijzondere aanleg van deze leerling, wat ertoe leidde dat deze op dertienjarige leeftijd leerling werd van het Nederlandsch Israëlitisch Seminarium te Amsterdam, waar hij de opleiding voor rabbijn volgde. Hij legde staatsexamen A af en behaalde in 1892 de graad van maggied. Kort tevoren was hij benoemd tot leraar-secretaris van de joodse gemeente te Haarlem. Persoonlijke omstandigheden beletten de voortzetting van zijn studie voor de moré-titel (vereist voor benoeming tot opperrabbijn). Naast deze hoofdfunctie arbeidde hij later ook als geestelijk verzorger van joodse patiënten in Meerenberg (toen een psychiatrische inrichting) en van gevangenen. Zijn grote bekendheid, ook buiten Nederland, verwierf hij op ander gebied. Voor hem gold het Zionisme als vervulling van het profetisch ideaal in onze dagen, in tegenstelling tot de grote meerderheid der Nederlandse joden, die het aanvankelijk als utopie beschouwde. Het bracht hem in conflict met orthodoxe tegenstanders, die het politieke Zionisme afwezen, met uitzondering van een kleine groep, de Mizrachie, waarvan hij in Nederland de leidende figuur werd. Dat verwikkelde hem in een polemiek met opperrabbijn L. Wagenaar, die zijn denkbeelden bestreed in een brochure Lema an iyyôn ('s-Gravenhage, 1905), waarop rabbijn De Vries antwoordde met Ma anë Le iyyôn.

Talrijke artikelen over diverse onderwerpen publiceerde hij in joodse couranten en periodieken, o.a. in maandbladen als Achawah (orgaan van de Ned.-Isr. godsdienstonderwijzers), Mizrachi bulletin, enz. Ook was hij geruime tijd vaste medewerker van het Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland. Ook andere publicistische arbeid had zijn aandacht. Jarenlang lichtte hij het niet-joodse publiek in over joodse problematiek met een 'Joodse Kroniek' in de Oprechte Haarlemsche Courant. Zijn boek Joodsche riten en symbolen (Zutphen, 1928-1932. 2 dl.; [Nieuwe uitg.] Amsterdam, 1968) is nog steeds een vraagbaak voor velen. Toch vond deze noeste werker tevens nog tijd voor wetenschappelijke arbeid. Hij werd ook leraar in het Hebreeuws aan drie scholen, wat tot samenstelling van een leerboek leidde.

In december 1940 nam de rabbijn afscheid van zijn gemeente, ter gelegenheid waarvan een keuze uit zijn publikaties en preken verscheen. Reeds hadden de Duitsers Nederland bezet. Hoezeer de joden in bange onzekerheid verkeerden, van wat werkelijk te wachten stond had men nog geen idee. In 1942 verhuisde hij naar Amsterdam. In 1943 werd De Vries naar Westerbork gevoerd, waar hij, ongebroken van geest, voortging anderen moed en vertrouwen in te spreken. Op 11 januari 1944 werd hij met zijn vrouw naar het concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd, waar hij kort na de dood van zijn echtgenote stierf.

P: Bibliografie in onder L genoemd werk van E. Dasberg.

L: Rabbijn de Vries. Dienaar des Jodendoms. [Artikelen van S. Dasberg et al. uitg.] ter gelegenheid van zijn afscheid als rabbijn te Haarlem (Amsterdam, 1940). Hierin ook 'Levensschets' van zijn hand; E. Dasberg, Rabbijn Simon Philip de Vries. Neede 1870, Bergen-Belsen 1944. De geschiedenis van zijn leven (Lochern, 1973).

H. Beem


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013