Waller [jr.], Fran├žois Gerard (1895-1974)

 
English | Nederlands

WALLER [JR.], François Gerard (1895-1974)

Waller [jr.], François Gerard, président-directeur van de Koninklijke Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek NV te Delft (Vrijenban, thans Delft 29-9-1895 - Mallorca (Spanje) 17-4-1974). Zoon van François Gerard Waller, président-directeur van de Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek, en Dorothea Beatrix Diederika Vreede. Gehuwd op 22-3-1923 met Aline Jeanne Marie de Vries. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Waller [jr.], François Gerard

Wallers levensomstandigheden werden al vroeg bepaald door de ontwikkeling van de gistfabriek, waarvan zijn vader in 1895, naast de stichter J.C. van Marken, directeur was. In 1897 vertrok het gezin voor een jaar naar Brugge, waar de eerste buitenlandse vestiging van de onderneming tot stand moest worden gebracht.

Na in 1913 de schooljaren in Delft met het HBS-diploma te hebben afgesloten, begon Waller zijn studie als student in de scheikunde aan de Technische Hoogeschool aldaar. Deze werd, na een onderbreking van driejaren ten gevolge van de mobilisatie gedurende de Eerste Wereldoorlog, in 1922 beëindigd. Van de biochemieus prof. G. van Iterson en van de microbioloog prof. A.J. Kluyver is vooral grote invloed uitgegaan op Wallers vorming tot biochemieus. Gedurende ongeveer een jaar werkte hij daarna te Berlijn en in het Carlberg Instituut te Kopenhagen onder leiding van prof. S.P.L. Sørensen.

Op 15-5-1923 werd het dienstverband met de gistfabriek aangegaan, waar zijn vader inmiddels president-directeur was geworden. Door zijn grote belangstelling en aanleg voor technische toepassingsmogelijkheden van de microbiologie, zijn wetenschappelijke kennis en inzicht stimuleerde hij al spoedig na zijn komst in het laboratorium het onderzoek naar de mogelijkheden van nieuwe microbiologische procédé's. Op 17-12-1929 werd Waller benoemd tot procuratiehouder en op 9-5-1935, twee dagen vóór het overlijden van zijn vader, tot lid van de directie, waarvan ir. W.H. van Leeuwen als president-directeur en zijn broer H.F. Waller als directeur sedert 1926 deel uitmaakten.

Nadat vóór 1940 de fabricage van oplosmiddelen en vitamine-C in gang was gezet, werd op Wallers initiatief gedurende de Tweede Wereldoorlog in het diepste geheim, langs geheel eigen wegen en vindingen de bereiding van penicilline ontwikkeld. De fabricage van dit produkt is het begin geweest van het vervaardigen van andere antibiotica langs eigen weg, waaruit weer de semisynthetische penicillines en uiteindelijk de enzymen zijn voortgevloeid. De arbeid aan deze vele Produkten mag Wallers levenswerk worden genoemd. Zij waren evenzo vele bewijzen van Wallers intelligentie, van zijn wetenschappelijke aanpak van problemen als van zijn grote werkkracht en doorzettingsvermogen. Hijzelf liet echter nooit na het aandeel van zijn medewerkers daarbij in het licht te stellen. In en opmerkelijk korte spanne tijds werd door de fabricage van laatstgenoemde produkten niet alleen aan de onderneming, maar ook aan de vaderlandse industrie een nieuwe, voor de volksgezondheid belangrijke bedrijfstak toegevoegd. Prof. Kluyver typeerde deze ontwikkeling in 1948 als een Nederlands monument van op wetenschappelijk inzicht gebaseerd technisch kunnen.

In 1957 volgde Waller ir. Van Leeuwen op als president-directeur van de gistfabriek, welke functie hij tot 1965 vervulde. Tot 1972 was hij nog als commissaris aan deze onderneming verbonden, die sedert 1967 gefuseerd was met Brocades Stheeman & Pharmacia NV te Meppel.

Met zijn aanstekelijk optimisme en de hem nooit verlatende humor wist Waller zijn medewerkers te stimuleren de moed niet op te geven. Zijn vindingrijkheid zowel op het gebied van de research als op dat van de commercie was vrijwel onuitputtelijk. Daaraan paarde Waller een behoorlijk sociaal begrip: hem ging het wel en wee van het personeel ter harte, zoals vooral tijdens de Duitse bezetting bleek. Zijn omgangsvorm met collega's, medewerkers en relaties werd gekenmerkt door een ontwapenende charme. De stuwkracht en industriële visie van Waller vond ook buiten de door hem geleide onderneming waardering. Dit bleek uit de onderscheidingen die hem in de loop der jaren werden verleend, maar ook uit de commissariaten die hij bekleedde. Als zodanig was hij betrokken bij de Algemene Kunstzijde Unie te Arnhem, de Billiton Mij. te 's-Gravenhage, de Haven- en Scheepvaartbedrijven te Rotterdam, "De Porceleyne Fles", de Fransch-Hollandsche Oliefabrieken Calvé en Van Markens Drukkerij Vennootschap, alle te Delft; het Ingenieursbureau voor Bouwnijverheid te Oegstgeest en de Rubberfabriek Vredestein te Loosduinen. Tevens vervulde hij sedert 1965 enige tijd het voorzitterschap van de Hartstichting.

A: Archiefstukken op Waller betrekking hebbend in archief-Gist-Brocades NV te Delft.

L: Gesprek met ir. F.G. Waller, 'De vondst die voor ontelbaren genezing betekent' in De Nederlandse Industrie 1960, 638-639; gegevens over de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en over Wallers directie in De Fabrieksbode in de periode van 1923 tot 1966; E.W. ter Horst, in De Ingenieur 86 (1974) 443.

I: E.W. ter Horst, in De Ingenieur 86 (1974) 443.

W. de Vries Wzn.


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013