Wertheim Salomonson, Johannes Carel August (1864-1922)

 
English | Nederlands

WERTHEIM SALOMONSON, Johannes Carel August (1864-1922)

Wertheim Salomonson, Johannes Carel August, radioloog-neuroloog (Ambt-Almelo 18-2-1864 - Amsterdam 16-9-1922). Zoon van Maurits Wertheim Salomonson (bij KB van 24-4-1860 nr. 73 werd Maurits Salomonson toegestaan Wertheim aan zijn naam toe te voegen), directeur Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal, en Sophia Rosette Wertheim. Gehuwd op 27-12-1894 met Henriette Johanna Estella Hymans. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Wertheim Salomonson volgde te Almelo de HBS met 3-jarige cursus en vervolgens de vierde en vijfde klasse van de HBS in Zutphen, alwaar spoedig zijn buitengewone aanleg voor wis- en natuurkunde bleek. Op zeventienjarige leeftijd ging hij in Leiden na het admissie-examen geneeskunde studeren. In 1888 volgde de bevordering tot arts en op 30 juni van dat jaar zijn promotie met lof tot doctor in de geneeskunde op een proefschrift getiteld: Stereognosis (Leiden, 1888), waarin zijn natuurkundige belangstelling tot uitdrukking kwam.

De jonge doctor aanvaardde een assistentschap bij prof. P.K. Pel in Amsterdam om opgeleid te worden tot neuroloog. In die tijd was de elektrotherapie van het zenuwstelsel in opkomst, waar Wertheim Salomonson zich terstond op specialiseerde. Hij stichtte in Amsterdam een polikliniek voor zenuwziekten; dit gebied wist hij aan de inwendige geneeskunde te onttrekken. Dank zij dit werk aan de kliniek was de publikatie van een aantal belangrijke klinische mededelingen van zijn hand mogelijk.

Na de benoeming van C. Winkler in 1896 tot hoogleraar in de neurologie te Amsterdam kwam het door middel van een assistentplaats voor Wertheim Salomonson in het Binnengasthuis tot een samenwerking tussen universiteit en particuliere kliniek van de jonge neuroloog. Hierdoor lukte het de neurologie als zelfstandig klinisch specialisme te laten gedijen. Eind 1899 werd Wertheim Salomonson benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de zenuwziekten en de röntgenologie aan de Universiteit van Amsterdam. De leeropdracht voor röntgenologie behoorde, met de leerstoel in Berlijn, tot de eerste op dit gebied in Europa. Toen C. Winkler in 1915 naar Utrecht vertrok werd, na enige strubbelingen in de gemeenteraad van Amsterdam, het hoogleraarschap in een ordinariaat omgezet.

Door zijn grote technische vaardigheid en kennis van de natuurkunde, vooral op het gebied van de elektriciteit, kan men Wertheim Salomonson als een 'medisch ingenieur avant la lettre' beschouwen. Hij zag terstond het belang van Wilhelm Conrad Röntgens ontdekking van de x-stralen in en reeds op 5 februari 1896 werd voor het Genootschap ter bevordering der Natuur- Genees- en Heelkunde te Amsterdam een reeks foto's vertoond die met een röntgenbuis waren opgenomen en die hij te zamen met Ernst Cohen had vervaardigd. In 1898 richtte Wertheim Salomonson in het Binnengasthuis een röntgenologische afdeling in, die nog dat zelfde jaar in vele gevallen werd ingeschakeld voor diagnostisch onderzoek. In 1901 werd op zijn initiatief de Nederlandsche Vereeniging voor Electrologie en Röntgenologie opgericht. Het vierde internationale congres op dit gebied werd in 1908 in Amsterdam gehouden met Wertheim Salomonson als voorzitter.

Naast de röntgenologie bleef hij ook de neurologie beoefenen, daarbij o.a. gebruik makend van Einthovens snaargalvanometer voor zijn studies over de spiertonus. De foto's die hij in 1917 van het netvlies van het oog vervaardigde, waren een novum. Overal waar de natuurkunde het gebied der geneeskunde raakte, was Wertheim Salomonson actief. Hoewel hij een hulpvaardig en vriendelijk man was, die geheel opging in zijn technisch en wetenschappelijk werk, verwaarloosde hij niet zijn universitaire plichten. In 1921 werd hij rector magnificus. Aan de vooravond van de rectoraatsoverdracht overleed hij op 16 september 1922.

Wertheim Salomonson heeft zowel de neurologie als de röntgenologie in de Nederlandse wetenschap gevestigd en Amsterdam tot eerste universitair centrum voor deze gebieden gemaakt. Als zodanig is hij in binnen- en buitenland erkend en gewaardeerd. Hij was sinds 1912 lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen en erelid van Franse, Duitse en Engelse Röntgenologenverenigingen.

A: Instrumentarium en deel collectie van zijn boeken in Universiteitsbibliotheek Amsterdam, ander deel onder beheer van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

P: Behalve het in de tekst genoemde werk: De leer der neuronen. Inaugurele rede (Amsterdam, 1900); Schemata der huidinnervatie door perifere zenuwen volgens dermatonen (Amsterdam, 1902); Pathologie en therapie der neuritis, myositis, zenuwgezwellen. neuralgie en myalgie (Amsterdam, 1911); De levensverrichtingen als rhythmische gebeurtenissen beschouwd. Rectorale rede (Amsterdam, 1922). Verder ca. tweehonderd artikelen vermeld in bibliografie van Acta Radiologica 2 (1923) 6-13.

L: Behalve kranteknipsels e.d. in rubriek personalia van het Museum Boerhave: C. Winkler, in Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 66 (1922) IIa, 1374-1376; D.H. van der Goot, in Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 66 (1922) IIb, 2424-2428; F.S. Meyers, in Psychiatrische en neurologische bladen 26 (1922) 269-275; F.A.F.C. Went, in Verslag der Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afd. Wis- en Natuurkunde 1922-1923, 345-348; N. Voorhoeve, in Acta Radiologica 2 (1923) 1-6; J. Cobben, 'Nederlandse pioniers in de radiologie', in Journal belge de Radiologie 42 (1959)738-745.

A.M. Luyendijk-Elshout


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013