Wumkes, Geert Aeilco (1869-1954)

 
English | Nederlands

WUMKES, Geert Aeilco (1869-1954)

Wumkes, Geert Aeilco, Fries schrijver en historicus (Joure, gem. Haskerland 4-9-1869 - Leeuwarden 7-5-1954). Zoon van Dirk Wumkes, fabrikant van naaigaren, en Jantje Smith. Gehuwd op 6-9-1900 met Alida Sap. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Wumkes, Geert Aeilco

Wumkes was afkomstig uit een orthodox-protestants gezin van Oostfriese afkomst. Na de openbare lagere school en de Franse school te Joure te hebben bezocht gaf de jonge Wumkes te kennen dat hij niet bij zijn vader in het bedrijf wilde, maar graag predikant zou worden. Mede omdat de fabriek niet goed meer liep, stemden zijn ouders daarmee in. Van 1883 tot 1889 verbleef Wumkes op het internaat Ruimzicht te Doetinchem. Deze in de geest van het Réveil werkende instelling stond toen onder leiding van ds. J. van Dijk, aan wie Wumkes in 1917 een biografie zou wijden. Na het behalen van zijn eindexamen ging hij in Utrecht theologie studeren. In 1891 werd zijn opstel 'Het priesterlijk orakel der Hebreen' als antwoord op een door de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam uitgeschreven prijsvraag bekroond met een gouden medaille. In 1893 legde Wumkes het kandidaatsexamen, het kerkelijk en het proponentsexamen af, waarna hij als predikant beroepen werd door de gemeente Hoorn op Terschelling. Hier maakte hij zich verdienstelijk in de strijd tegen drankmisbruik en strandjutterij. Toen hij alweer van het eiland vertrokken was, verscheen zijn eerste publikatie: Tusschen Flie en Borne. Schetsen uit de geschiedenis van Schellingerland (1900 , herdr. Leeuwarden, 1968). In 1898 had hij inmiddels een beroep aanvaard vanuit het Drentse Roden. Na een jaar volgde zijn vertrek naar het Groninger Zeerijp. In 1902 slaagde hij voor het doctoraal examen aan de Groninger universiteit. Twee jaar later promoveerde Wumkes cum laude bij C.H. van Rhijn op De Gereformeerde Kerk in de Ommelanden tusschen Eems en Lauwers (1595-1796) (Groningen, 1904; fotomech. herdr. Groningen, 1975). Verder publiceerde hij in de Groninger Volksalmanak, het tijdschrift Het Noorden en in een aantal Groninger kranten. In 1916 en 1917 trad hij op als redacteur van het Tijdschrift Groningen en van 1918 tot en met 1923 van het Maandblad Groningen.

Sedert 1906 predikant in Sneek zette hij zich hier in 1915 in voor het behoud van de kerkelijke eenheid tussen rechtzinnigen en vrijzinnigen binnen de Ned. Herv. Kerk. Een oprecht vroom gemoed achtte hij van meer betekenis dan strenge leerstelligheid. Vandaar zijn grote belangstelling voor het Réveil, die tot uiting kwam in zijn eerste grote Friestalige publikatie, It Fryske Réveil yn portretten (1911, herdr. 1938). Vanuit die tolerante houding zijn ook zijn studies over het baptisme en de Pinkster-gemeente te begrijpen.

In Sneek werd Wumkes pas goed de overtuigde strijder voor een radicaal, christelijk gefundeerd Fries nationalisme. Met de gereformeerde predikant Sipke Huismans werd door hem in 1908 het Kristlik selskip for Fryske tael en skriftekennisse opgericht, waarin hij jarenlang een belangrijke rol zou vervullen. Zo was van 1909 tot 1918 de redactie van het maandblad van de vereniging Yn ús eigen tael in zijn handen. In later jaren werkte hij mee aan verschillende Friese tijdschriften, zoals Sljucht en rjucht, Frisia, It Heitelân, De Vrije Fries, De Holder, De Stim fen Fryslân - waarin hij ook onder de pseudoniemen Geaman en Wynsen publiceerde -, De Weitstrop en It Beaken. Zijn bijdragen bestonden vooral uit bijbelse meditaties, populair-historische studies, biografieën en boekbesprekingen. Het biografische genre trok hem het meest. Zo schreef hij ruim duizend artikelen voor het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek. De meeste van zijn artikelen werden verzameld en uitgegeven in een reeks van kloeke werken. De eerste van deze bundels, Bodders yn de Fryske striid (1926) , omvat een serie biografische schetsen van figuren uit de Friese cultuurgeschiedenis. Friese geschiedenis vatte Wumkes in Grootfriese zin op, zodat in dit boek ook artikelen over Oost- en Noordfriezen zijn opgenomen. Hoewel dit werk in wetenschappelijk opzicht nogal wat te wensen overliet, had het toch grote betekenis voor de Friese taalstrijd, in het bijzonder voor de Friestalige historiografie. Uit dit omvangrijke boek, dat in de Friese literatuur een klassieke plaats heeft verworven, blijkt hoe sterk Wumkes onder invloed stond van de romantische opvattingen, die vooral het geschiedbeeld van het Friese Genootschap, waarvan hij jarenlang lid was, hadden bepaald. De vier delen Paden fen Fryslân (1932-1943) getuigen van een enorme belezenheid en een grote, op het minieme detail gerichte belangstelling, maar ook van een geringe diepgang. Dit hele werk bestaat in feite uit een reeks van onuit-gewerkte en halfvoltooide studies. Zelf beschouwde hij de meeste van deze artikelen slechts als aanzetten tot verder wetenschappelijk onderzoek. Het derde deel heeft een ander karakter, het bevat meer dan honderd vertalingen van redevoeringen, brieven en dagboekfragmenten. Nog sterker komt Wumkes' zin voor detail tot uiting in zijn Stads- en dorpskroniek van Friesland (1700-1900). (1930-1934. 2 dl.). Ook voor Groningen stelde hij -uit artikelen van J. Vinhuizen - een dergelijk werk samen.

Zijn grootste betekenis ligt zonder twijfel in zijn strijd voor het gebruik van het Fries in de kerk. In 1915 hield hij als eerste orthodoxe predikant een preek in het Fries. Deze en andere Friese preken van hem verschenen ook in drukvorm. Daarnaast schreef hij een aantal bijbelse dagboeken in het Fries. Na jarenlange arbeid voltooide hij in 1933 met E.B. Folkertsma een Friese vertaling van het Nieuwe Testament. Tien jaar later kwam ook hun vertaling van het Oude Testament gereed, waarmee de eerste volledige Friese bijbelvertaling een feit was. Voor al dit zeer omvangrijke werk had hij meer tijd gekregen toen hij zijn predikantsplaats in 1924 verruild had voor de post van hoofd van de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden. Hij bekleedde deze functie met groot enthousiasme tot zijn pensionering in 1940. Daarnaast was hij van 1910 tot 1936 leraar Hebreeuws aan het Sneker gymnasium. In 1928 gaf hij de stoot tot de vorming van de Provinciale Onderwijsraad van Friesland, waarvan hij tot 1948 als voorzitter optrad. In 1938 werd mede op zijn initiatief de Fryske Akademy opgericht. Na de oorlog vond hij nog tijd voor het schrijven van een autobiografie Nei sawntich jier (1949). Bij zijn tachtigste verjaardag gaf de Fryske Akademy een Earebondel (Bolsward, 1950) uit.

Tot in het jaar van zijn dood bleef Wumkes artikelen publiceren. Voor de Friese Beweging en voor de Friese en Groninger geschiedschrijving was hij, vooral door zijn enthousiasmerende inzet voor het Fries in de kerk en door zijn omvangrijk compila-tiewerk, van grote betekenis.

A: Handschriften en brieven aanwezig op het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden.

P: Behalve Catalogus der Friesche taal- en letterkunde en overige Friesche geschriften [in de] Provinciale Bibliotheek van Friesland (Leeuwarden, 1941) een onvolledige bibliografie in bovengenoemde autobiografie en beknopt overzicht van historische artikelen in Repertorium Frieslands verleden, overzicht van tijdschriftartikelen de Friese geschiedenis betreffende. Samengest. door J.J. Kalma (Leeuwarden, 1955).

L: J.J. Hof, Fjirtich jier taelstriid (Dokkum, 1941-1942.4 dl.) III en IV passim; H. Algra, 'Dr. G.A. Wumkes en syn bitsjutting foar Fryslân', in It Beaken 16 (1954) 233-239; J.J. Kalma, 'Geert Aeilco Wumkes (1869-1954). Bodder yn de Fryske striid', in Dit wienen ek Friezen (Leeuwarden, 1964) I, 113-117; Sj. van der Schaaf, Skiednisfan de Fryske Biweging (Leeuwarden, 1977) passim; G.R. Zondergeld, De Friese Beweging in het tijdvak der beide Wereldoorlogen (Leeuwarden, 1978) passim; D.A. Tamminga, Fan hearren en sizzen. Anekdoaten oer Fryske skriuwersfan earder en letter (Leeuwarden, 1981) 129-132.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1662.

G.R. Zondergeld


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013