Zee, Daniel van der (1880-1969)

 
English | Nederlands

ZEE, Daniel van der (1880-1969)

Zee, Daniel van der (Daan), schrijver en socialist (Schiedam 16-6-1880 - 's-Gravenhage 10-7-1969). Zoon van Bemardus van der Zee, kurkenfabrikant, en Lena de Koning. Gehuwd op 11-8-1904 met Maria Catharina Eijsberg. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Zee, Daniel van der

Daan van der Zee begon zijn maatschappelijke loopbaan na een halfvoltooide onderwijzersopleiding, als klerk op het stadhuis in Schiedam. Door een vlotte studie in gemeenteadministratie en gemeenterecht stond een mooie ambtelijke carrière voor hem open.

Naast zijn werk begon Van der Zee politieke activiteiten te ontplooien. Door gesprekken met zijn stadgenote Anke van der Vlies, later bekend onder haar pseudoniem Enka, een socialiste die uit christelijke overtuiging tot het socialisme was gekomen, werd hij ervan overtuigd dat christendom en socialisme geen onverenigbare grootheden waren. Volgens hem was wel zulk een christen-socialisme dat afgeleid kon worden uit de christelijke zedenleer anders van aard en inhoud dan een socialisme van niet-christenen - een opvatting die naar zijn mening een afzonderlijke christelijke socialistische partij rechtvaardigde. Zo behoorde hij in 1907 tot de oprichters van de Bond van Christen-Socialisten (BCS), waarvan hij van 1909 tot 1914 het voorzitterschap bekleedde. In deze periode schreef hij ook veel in het partij orgaan Opwaarts. Daarnaast nam hij in 1912 het initiatief tot oprichting van het Socialistisch Verbond, dat tot doel had alle religieus geïnspireerde socialisten te verenigen. In 1914 werd de naam van dit Verbond veranderd in die van Religieus Socialistisch Verbond.

Hoewel hij in 1914 hoofdcommies bij de secretarieafdeling in Schiedam was geworden - een rang onder referendaris - was hij toch van mening dat zijn promotiemogelijkheden verkleind werden door activiteiten binnen christelijk-socialistische organisaties. Hij nam ontslag en werd directeur van de drukkerij De Toekomst, maar dit werd geen succes.

In 1916 vertrok hij naar Indië, waar Van der Zee al spoedig op 1 augustus tijdelijk aangesteld werd in de rang van hoofdcommies bij het departement van Onderwijs en Eeredienst. Na enkele rangen doorlopen te hebben werd hij in 1920 gemeentesecretaris in Batavia. Binnen het ambtelijk-hiërarchieke bestuurssysteem kon hij naar eigen zeggen ook werkelijk het politieke beleid helpen bepalen. Dit bezorgde hem in de koloniaal-Europese pers de bijnaam van 'De Roode Mussolini'. Ondertussen was hij in 1916 al toegetreden tot de Indisch Sociaal-Democratische Vereeniging (ISDV) en na 1917 tot de Indisch Sociaal-Democratische Partij (ISDP) zonder daarin overigens een rol van betekenis te spelen.

Voortdurende negatieve berichtgeving over zijn persoon en arbeid in de rechtse Indische pers maakte hem het werken niet altijd even gemakkelijk, zodat hij in 1928 van de mogelijkheid gebruik maakte om met pensioen naar Nederland te gaan, waar hij zich met zijn gezin in Den Haag vestigde. Van 1931 tot 1941 was hij er gemeenteraadslid voor de SDAP en zette hij zich als oprichter van het Instituut voor arbeidersontwikkeling (sinds-1945 van het Haags Instituut voor arbeidersontwikkeling -Hivo) in voor de culturele en intellectuele emancipatie van de arbeider. Binnen de SDAP gold Van der Zee, die o.a. in opdracht van het partij bestuur enkele boeken over de Indische kwestie schreef, als een van de belangrijkste Indië-experts. Hij pleitte voor erkenning van de nationalistische bewegingen en voor het onmiddellijk inschakelen van de inheemse bevolking bij het bestuur om een gewelddadige uitbarsting te voorkomen.

Bij een terugblik op het leven van Daan van der Zee kan vastgesteld worden dat hij al vrij jong in Indië het hoogtepunt in zijn maatschappelijke en politieke carrière bereikt had. Het is een teleurstelling voor deze bijzonder energieke en arbeidszame man geweest dat hij, na zijn pensionering terug in Nederland, hier in maatschappij en politiek onvoldoende aan zijn trekken kwam. Een uitlaatklep voor de ongebruikte energie (en frustraties) vond hij in noeste literaire arbeid. Als journalist, romanschrijver en dichter heeft hij veel gepubliceerd; o.a. in De Nieuwe Gids en Het Volk. Tevens schreef hij veel voor het amateurtoneel. De kwaliteit van het literaire werk van Daan van der Zee, een typische tachtiger-epigoon, is niet hoog.

A: Collectie-Daan van der Zee in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage.

P: Godsonteering (Amsterdam, 1907); Het christen-socialisme (Schiedam, [1914]); De S.D.A.P. en Indonesië (Amsterdam, 1929); De brandende stad (Amsterdam, 1930; herdr. Schiedam, [1972]); De wereld vrij! (Amsterdam, 1931); Het fascisme naar wezen en beteekenis (Amsterdam, 1933); Oud-Schiedam, met Hollandais achtergrond in een historische ontwikkeling van zeven eeuwen (Assen, 1961); Een tijdsverschijnsel. De voormalige Bond van Christen-Socialisten ('s-Gravenhage, [1965]); autobiografie in machineschrift van D. van der Zee onder beheer van R. Verweerd.

L: H. Auer, 'Daan van der Zee met pijp en pen. Verdienstelijk burger woensdag 80 jaar', in Haagsch Dagblad, 11-6-1960; Het Vaderland, 11-7-1969.

I: Website Biografisch woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland: http://www.iisg.nl/bwsa/bios/zee.html [30-5-2007]. [Van der Zee in 1907].

R. Verwoerd


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013