Zwager, Hajo Hendrik (1926-1973)

 
English | Nederlands

ZWAGER, Hajo Hendrik (1926-1973)

Zwager, Hajo Hendrik, historicus (Hillegom 9-12-1926 - Amsterdam 1-1-1973). Zoon van Jan Gezinus Zwager, belastingambtenaar, en Nomke ter Hark.

Zwager bracht zijn eerste levensjaren in Hillegom en Lisse door en verhuisde op zevenjarige leeftijd naar Amsterdam, waar hij op het Vossius-gymnasium in 1944 het einddiploma van de A-opleiding behaalde. Wegens de oorlogsomstandigheden nog een jaar op school gebleven, verwierf hij (zonder examen) ook het B-diploma. Als leerling van de toenmalige leraar B.W. Schaper aangetrokken tot de geschiedenis, begon hij in 1945 met de historische studie in Amsterdam. Hier viel hij op door zijn bijzondere begaafdheid, die o.a. tot uiting kwam in een redacteurschap van Propria Cures van 1948 tot 1949 en in een cum laude afgelegd doctoraal examen in 1950, bij welke gelegenheid hij tevens lesbevoegdheid Nederlands verwierf. Na een tweetal tijdelijke leraarsbanen werd hij in 1951 aangesteld aan het Coornhertlyceum te Haarlem, de school waar hij tot zijn overlijden werkzaam zou blijven. Als leraar bouwde Zwager een grote reputatie op: niet alleen was hij een uitstekend docent en een boeiend verteller, maar bovendien wijdde hij vele uren aan andere schoolactiviteiten, vooral het schrijven en regisseren van toneelstukken en revues. Vanaf 1964 was hij tevens verbonden aan de Nutsa-cademie te Rotterdam, waar hij aan de MO-opleiding lessen gaf in oude geschiedenis en over het tijdperk van zijn voorkeur, de achttiende eeuw.

Zwager wilde 'een goed leraar' zijn. Dat hij zeker ook een goed historicus was bewijzen zijn publikaties. Een aantal artikelen in Het Parool werden in 1958 gebundeld in het boekje Liefde en historie; belangrijker was evenwel in hetzelfde jaar zijn dissertatie De motivering van het algemeen kiesrecht in Europa. Een historische studie (1958), in Amsterdam bij zijn leermeester prof. J.M. Romein verdedigd. Daarop volgde twee publikaties, die een bijzonder getuigenis afleggen van de eruditie en belezenheid van de auteur, namelijk Waarover spraken zij? Salons en conversatie in de achttiende eeuw (1968) en het eerste oorspronkelijke werk gewijd aan Nederland en de Verlichting (Bussum, 1972). Tekenend was dat Zwager ook belangstelling en deskundigheid toonde op het terrein van de (vooral antieke) numismatiek: een reeks artikelen was hier het resultaat van zijn verzamelactiviteiten.

Als begaafd en boeiend spreker, als docent, als veelzijdig en innemend mens had Zwager in uiterlijk en optreden iets van de achttiende-eeuwse gentleman-amateur, de man die op velerlei terreinen thuis was en die door zijn enthousiasme voor velen een bron van inspiratie kon zijn. Achter de gemakkelijke omgangsvormen bespeurde men wel een zekere reserve, die vertrouwelijkheid uit de weg ging, maar ongetwijfeld was de man die op betrekkelijk jeugdige leeftijd aan een hartkwaal overleed, geslaagd in zijn verlangen 'een goed leraar' te zijn geweest.

P: Zie het hieronder genoemde levensbericht door S.B.J. Zilverberg.

L: S.B.J. Zilverberg in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden 1973-1974, 166-174; H.P.H. Jansen, in Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 90 (1975) 83-85.

H. van der Hoeven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013