Aten [jr.], Adriaan Hendrik Willem (1908-1979)

 
English | Nederlands

ATEN [JR.], Adriaan Hendrik Willem (1908-1979)

Aten [jr.], Adriaan Hendrik Willem, scheikundige (Amsterdam 22-1-1908 - Amsterdam 18-1-1979). Zoon van Adriaan Hendrik Willem Aten, hoogleraar, en Jacqueline Henriette Agathe van Iterson. Gehuwd op 10-8-1938 met Marie Rufina Noeggerath. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Aten jr. doorliep het gymnasium in Hilversum en studeerde scheikunde aan de Universiteit van Utrecht (1925-1933). Na zijn studie werkte hij aan een aantal buitenlandse universiteiten: Johns Hopkins University in Baltimore (1934/1935), Columbia University in New York (1935/1936) en het Instituut voor Theoretische Fysica in Kopenhagen (1937/1938). In New York werkte hij bij H.C. Urey aan het verrijken van C 13 en N 15 isotopen via uitwisselingsreacties. Dit was het begin van zijn levenslange wetenschappelijke belangstelling: het werken met isotopen. Na een kort verblijf in Freiburg bij G. de Hevesy volgde hij deze naar het Kopenhaagse instituut van N.H.D. Bohr. Onder leiding van De Hevesy verrichtte hij het onderzoek waarop hij op 5 juli 1939 cum laude in Utrecht promoveerde: Isotopes and the formation of milk and eggs (Purmerend, 1939). Promotor was E. Cohen.

Na het behalen van de doctorsgraad aanvaardde Aten een functie op het Natuurkundig Laboratorium van de N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken in Eindhoven. Al in het voorjaar van 1939, dus vrijwel onmiddellijk na de schokkende ontdekking van de kernsplijting door O. Hahn en F. Strassmann, publiceerde hij samen met C.J. Bakker en F.A. Heyn over het kernsplijtingsproces, of zoals men toen zei: 'het breken van kernen', van uranium en thorium, waarbij als splijtingsprodukten onder meer radioactief xenon en krypton werden gedetecteerd ('Transmutation of uranium and thorium by neutrons' en 'Transmutation of thorium by neutrons', in Nature 143 (1939) 516-517 en 679).

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte dit driemanschap in Nederland (Eindhoven) onder andere aan de ontwikkeling en de toepassingsmogelijkheden van het synchrocyclotron, een installatie die de grondslag vormde van het in de naoorlogse jaren door Philips, de Stichting Fundamenteel Onderzoek van de Materie, en de gemeente Amsterdam opgerichte Instituut voor Kernfysisch Onderzoek (IKO) te Amsterdam. Het cyclotron werd in 1949 in werking gesteld. Na zijn militaire dienst van 1944 tot 1947 was Aten van 1947 tot 1970 directeur van de chemische afdeling van het IKO. Op 20 maart 1950 aanvaardde hij bovendien een benoeming tot buitengewoon hoogleraar in de analytische chemie met behulp van radioactieve stoffen aan de Universiteit van Amsterdam met het uitspreken van een oratie: De macht van het kleine. Van 1970 tot 1973 was Aten directeur van het Centraal Bureau voor nucleaire metingen van Euratom te Geel in België. De Hevesy-medaille werd Aten te Groningen in 1977 toegekend.

Atens werkterrein was de radiochemie, en het is zonder twijfel mede aan zijn veelzijdige belangstelling, deskundigheid en grote vindingrijkheid te danken dat dit vakgebied in Nederland werd geïntroduceerd en tot snelle ontwikkeling kwam. De op het IKO gedurende een reeks van jaren gegeven isotopencursussen hebben hiertoe mede bijgedragen. Onder leiding van Aten werd aan het IKO een indrukwekkend onderzoekprogramma uitgevoerd over de isolering van isotopen door middel van radiochemische methoden. Meer dan twintig nieuwe isotopen werden ontdekt in cyclotrontargets die aan straling werden blootgesteld. Zo werden met A.G. Jones poloniumisotopen geïsoleerd ('Neutron-déficient isotopes of polonium', in Radiochimica acta 13 (1970) 176-181).

Er werd een speciale studie gemaakt van het element astatium. Het Amsterdamse cyclotron bleek zeer geschikt te zijn voor de produktie van dit element, waarvan geen stabiele nucliden voorkomen ('The chemistry of astatine', in Advances in inorganic and radiochemistry 6 (1964) 207-223). Voorts werd met G. Samson een aantal organische astatiumverbindingen bereid en onderzocht (bijv. 'Syntheses of astatobenzene', in Radiochimica acta 13 (1970) 220-221.

Naast dit werk publiceerden Aten en medewerkers zeer veel over gebruik en toepassingen van radioisotopen. Hij verrichtte niet alleen substantieel onderzoek op het gebied van tracertechnieken en hot-atom chemie, maar leverde ook op een breed scala van wetenschapsgebieden bijdragen door het combineren van radiochemische methoden en scheidingstechnieken. Dit betrof niet alleen fysisch chemisch onderzoek maar ook onderwerpen op astronomisch, archeologisch, paleontologisch, medisch en biologisch gebied. Zo had bijvoorbeeld de niet-destructieve activeringsanalyse van voorwerpen van kunst en wetenschap (oude munten, zilveren kunstvoorwerpen, meteorieten) zijn grote belangstelling. Aten was redacteur van Radiochimica acta en International journal of applied radiation and isotopes. Van het eerstgenoemde tijdschrift was hij tevens medeoprichter. Hij publiceerde met zijn medewerkers ruim 200 artikelen en trad ca. 30 keer op als promotor. Gedurende vele jaren werkte Aten in internationale commissies mee aan het ontwikkelen van standaarden op radiochemisch gebied. Aten was eveneens betrokken bij de Noors-Nederlandse samenwerking op het gebied van de kernenergie (JENER te Kjeller) en de oprichting en eerste activiteiten van het Reactor Centrum Nederland te Petten.

P: Lijst van publikaties voor intern gebruik in bibliotheek van onder L genoemd Nationaal Instituut.

L: Behalve interviews in Chemisch Weekblad 65 (1969) 45 (7 november) 14 - 15 en 73 (1977) 29 (22 juli) 3: L. Lindner, in Radiochimica acta 24 (1977) 4 (,) I-II; Liber Amicorum Adriaan H.W. Aten. Aangeboden te Amsterdam op 21 januari 1978 ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag [Amsterdam, 1978]. Aanwezig o.a. in bibliotheek van Nationaal Instituut voor kernfysica en Hoge-Energiefysica te Amsterdam; R. van Lieshout, in Chemisch Weekblad 75 (1979) 5 (2 februari) 3.

D.H.W. den Boer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013