Bijnen, Johannes Arnoldus van (1910-1944)

 
English | Nederlands

BIJNEN, Johannes Arnoldus van (1910-1944)

Bijnen, Johannes Arnoldus van, ambtenaar, verzetsstrijder (Oosterhout (Nb) 31-5-1910 - Apeldoorn 1-12-1944). Zoon van Arnoldus van Bijnen, verzekeringsinspecteur, en Antonia Kastelijns. Gehuwd op 2-1-1940 met Cornelia Elisabeth Proost. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. afbeelding van Bijnen, Johannes Arnoldus van

Van Bijnen bezocht in Bergen op Zoom de Hoogere Handelsschool met vijfjarige cursus, waar hij in 1930 het diploma behaalde. Na zijn opkomst in militaire dienst op 3 oktober 1930 volgde hij de opleiding voor reserveofficier aan de School voor Reserve-Officieren te Kampen. In 1931 werd hij benoemd tot reserve-tweede luitenant van het Wapen der Infanterie, zijn bevordering tot reserve-eerste luitenant volgde in 1935.

In de crisisjaren vervulde Van Bijnen diverse betrekkingen, totdat hij in 1938 een aanstelling kreeg bij de afdeling Sociale Zaken in Bergen op Zoom. Hij genoot in die tijd regionale bekendheid als schaker. Tijdens de mobilisatie 1939/ 1940 was hij gelegerd te Odiliapeel. Zijn compagniescommandant was de reservekapitein C.B. Ninaber van Eijben, die later een belangrijke rol zou gaan spelen in de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Na de meidagen van 1940 werd Van Bijnen gedemobiliseerd en hervatte hij zijn werkzaamheden in Bergen op Zoom, waar hij als zeer anti-Duits bekend stond. In zijn schooltijd was hij zeer bevriend geraakt met J.J.F. Borghouts (1910-1966), die later als verzetsstrijder zou opereren onder de schuilnaam 'Peter Zuid'. In 1941 werd Borghouts ambtenaar bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Bergen op Zoom, waar ook Van Bijnen werkzaam was gebleven. Beiden waren reeds in 1942 betrokken bij hulp aan onderduikers, waarbij de contacten met Ninaber van Eijben frequent waren. Op 21 juni 1943 dook Van Bijnen onder en vestigde zich te Driebergen, waar Ninaber van Eijben woonde. Toen deze laatste op 19 augustus 1943 werd gearresteerd en naar Duitsland afgevoerd - hij ovedeed 10 maart 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen - nam Van Bijnen, onder de schuilnaam Frank, zijn taak over als leider van het district Driebergen van de LO. Samen met Borghouts, die eveneens in Driebergen was ondergedoken, ontwikkelde hij grote activiteit voor de LO.

In het voorjaar van 1944 kwam Van Bijnen in contact met L. Scheepstra (schuilnaam Bob), een van de topleiders van de Landelijke Knokploegen (LKP). Met hem had Van Bijnen bijna wekelijks besprekingen over het te plegen gewapende verzet. In de maanden juni-juli ontwierp hij een goed doordacht sabotageplan en bepleitte hij de vorming van zogenaamde Burger Verzetsgroepen, die de vijand in zijn bewegingen zouden hinderen. Op 25 augustus 1944 werd hij door de leiders van de LKP gekozen tot Landelijke Sabotage Commandant en vestigde hij zijn hoofdkwartier in Rotterdam. Hij verdeelde het land in vier gewesten, waarin Gewest III (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) onder bevel kwam van zijn vriend Borghouts. Eind augustus 1944 kwam uit Londen de opdracht over te gaan tot het saboteren van de spoorwegverbindingen in Nederland. Van Bijnen, die dank zij de wapendroppings inmiddels over explosieven beschikte, liet in de eerste helft van september een reeks van sabotagedaden uitvoeren, waarmee hij het Duitse spoorwegverkeer ernstig belemmerde.

Toen inmiddels op 5 september 1944 de Binnenlandsche Strijdkrachten werden opgericht had Van Bijnen aanvankelijk zijn bedenkingen tegen het opgaan van zijn organisatie LKP in een groter geheel. Toch groeide bij hem het besef dat bundeling van het verzet een noodzaak was, zodat hij in verband met de coördinatie medio november 1944 zich bereid verklaarde zijn hoofdkwartier te verplaatsen naar Amsterdam, waar zich de commandant van de Binnenlandsche Strijdkrachten, kolonel H. Koot, bevond. Toen kort daarna, op 22 november 1944, een aantal bekende verzetsmensen in Utrecht door de Duitsers waren gearresteerd en opgesloten in de Koning Willem III-kazerne te Apeldoorn, maakte Van Bijnen plannen dezen te doen bevrijden. Daar de plaatselijke verzetsleiders naar zijn mening te langzaam handelden, ging hij zelf, in gezelschap van de Rotterdamse verzetsstrijder Samuel Esmeijer en H. Verschoor, die de auto bestuurde, op 28 november 1944 naar Apeldoorn om de situatie te verkennen. Een Duitse patrouille verraste hen, er ontstond een handgemeen. Esmeijer werd dodelijk getroffen en Van Bijnen zwaar gewond. De Duitsers brachten hem naar een lazaret, waar hij enkele dagen later bezweek. Verschoor werd gearresteerd en zou in 1945 in een concentratiekamp overlijden.

Het stoffelijk overschot van Van Bijnen werd op 6 december 1944 door de Sicherheitsdienst overgedragen aan de Gemeentepolitie van Apeldoorn. Van Bijnen werd aanvankelijk begraven te Apeldoorn en is later herbegraven te Driebergen. Zijn verzetsdaden werden postuum geëerd met de Militaire Willemsorde 4e klasse en de Amerikaanse onderscheiding van de Legion of Merit.

L: Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP (Kampen [etc.], 1951. 2 dl.); A.J.C. Rüter, Rijden en staken ('s-Gravenhage, 1960); G.J. van Ojen jr.. De Binnenlandse Strijdkrachten ('s-Gravenhage, 1972); L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1980-1982) X; C.M. Schuiten, Frank van Bijnen 1910-1944 ('s-Gravenhage, 1985); W. Klinkenberg en H. van den Berge, Samuel Esmeijer, een politieman die kiezen moest ('s-Gravenhage, 1985).

I: ANP Historisch Fotoarchief, beeldnummer 49969.

C.M. Schulten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013