Bokma de Boer, Sjoukje Maria Diderika (1860-1939)

 
English | Nederlands

BOKMA DE BOER, Sjoukje Maria Diderika (1860-1939)

Bokma de Boer, Sjoukje Maria Diderika (pseud. Nienke van Hichtum), schrijfster (West-Dongeradeel, gem. Nes (Fr) 13-2- 1860 - Hilversum 9-1- 1939 ). Dochter van Albertus (Minderts) Bokma de Boer, predikant, en Dieuke Klaasesz. Gehuwd op 11-10-1888 met Pieter (Jelles) Troelstra, politicus en Fries dichter. Dit huwelijk, waaruit 1 zoon en 1 dochter werden geboren, werd ontbonden op 6-11-1907. afbeelding van Bokma de Boer, Sjoukje Maria Diderika

Dominee Bokma de Boer was wat men toen een moderne predikant noemde. In zijn gezin heerste een progressieve sfeer. Sjoukje bezocht van 1875 tot 1879 in Dokkum de 'School voor jonge dochters', een soort kostschool o.l.v. dominee M.W. Scheltema en zijn schoonzuster mej. G. Tideman. Scheltema ontdekte vertellerskwaliteiten in zijn leerling en spoorde haar aan zich op het schrijven toe te leggen. Dit advies volgde zij, al wilde zij niet direct herkenbaar zijn. Daarom koos zij een pseudoniem. De voornaam Nienke ontleende ze aan twee vrouwen die haar vader bij het werk in de tuin hielpen en beiden Nynke heetten; de achternaam Van Hichtum was die van een gehucht in de buurt van Workum. De eerste verhalen schreef zij in het Fries; een bron vond zij echter in een bundel Duitse vertellingen van Richard Leander. Deze waren zowel voor kinderen als volwassenen leesbaar en bleven tientallen jaren daardoor populair. Zo kwam zij ertoe wat zij schreef te bestemmen voor lezers van 8 tot 88, een streven waaraan zij levenslang trouw bleef.

Een stimulans om in het Fries te vertellen ontving zij door haar ontmoeting met Pieter Jelles Troelstra op een studentenbal in Groningen. In mei 1885 volgde een verloving en in 1888 trouwden ze. Troelstra was weliswaar van Friese geboorte, maar een spreker van het zg. stadfries. In zijn studentenjaren werd hij een beoefenaar en een propagandist van de Friese taal, die Nienke in Nes van de dorpskinderen geleerd had. Als redacteur van For hûs en hiem. Tidskrift for it fryske hûsgesin voerde hij een kinderrubriek in, waarvan zijn vrouw de leiding kreeg. De verhalen die zij in het blad vertelde, werden gebundeld, en zo verschenen haar eerste boekjes: Teltsjes yn skimerjoun (1886-1890). Niet alleen waren deze verhaaltjes in de schemeravond aantrekkelijk voor alle leeftijden, er ging ook een opvoedende kracht van uit. Het tijdschrift verloor snel abonnees toen Troelstra een socialistisch gedicht publiceerde en zijn mederedacteur E.J. Halbertsma meende dit te moeten corrigeren. Nienke van Hichtum staakte haar medewerking en Troelstra legde de redactie neer [1890]. De jaren die volgden, brachten armoe in het jonge gezin, waarin twee kinderen geboren waren. Voor haar eigen kinderen bleef zij vertellen, tegelijkertijd trachtend aan hun verlangen om te weten tegemoet te komen. Eerst verhuist de familie naar Amsterdam, waar in financieel opzicht een dieptepunt bereikt wordt; in 1893 vestigt ze zich in Utrecht. Troelstra redigeert, schrijft en colporteert De Baanbreker, maar Nienke, die wel probeert mee te colporteren en in elk geval de administratie verzorgt, kan dit leven niet volhouden. Sinds 1896 schrijft zij verhalen voor het door Nellie van Kol geredigeerde Ons Blaadje. In 1899 zegt zij medewerking toe aan de Volkskinderbibliotheek, die weinig succes heeft. Intussen is de situatie wat verbeterd: verhuizingen naar Den Haag, waar Troelstra sinds 1897 als kamerlid werkzaam is, en naar Haarlem, een gunstig gelegen plaats voor een volksvertegenwoordiger die ook hoofdredacteur van het in Amsterdam uitgegeven socialistische dagblad Het Volk is, tasten haar zwakke gezondheid verder aan.

In 1903 verschijnt Afke's tiental, dat haar naam voorgoed vestigt en die zelfs tot in het buitenland bekend maakte. Inmiddels is er een 48e dr. van verschenen. De hoofdfiguur Afke in dit boek is als 'mem' een monument voor een moederschap zoals de schrijfster zich dat idealiter voorstelt, terwijl zijzelf in de praktijk aan dit ideaal door gebrekkige gezondheid meende niet te kunnen voldoen. Nog niet volkomen gezond treft haar bovendien het heengaan van haar vader (1904) en moeder (1905) zwaar. Een kuur in Dresden brengt weliswaar een licht herstel, maar het besef behalve als moeder, ook als echtgenote te kort te schieten bezorgt haar ernstige depressies. Zij besluit het huwelijk te verbreken, wat in 1907 tot scheiding leidt. Verdriet en vereenzaming drijven haar tot harde, voortdurende arbeid: het schrijven van verhalen óf voor afzonderlijke publikaties of voor bundels met andere auteurs. Ze verzamelt sprookjes en vertellingen uit verschillende landen, bijvoorbeeld uit het poolgebied (De geschiedenis van den kleinen Eskimo Kudlago) en Afrika (de Oehoehoe- verhalen). Zo verschijnt in 1926 Sprookjes uit verre landen met oude thema's op een nieuwe wijs en in 1930 De avonturen van Kek, den jongen Koper-Eskimo. Ook keert ze terug naar de vroegere jaren in Friesland met een verhaal dat Afke... terzijde streeft: Jelle van Sipke-Froukjes (1932).

De kwaliteit van haar werk zowel in litterair als in opvoedkundig opzicht maakte haar tot een hoog gewaardeerd medewerkster van het pedagogisch tijdschrift Het Kind. In dit verband verdient het onder haar eigen naam in samenwerking met Jop Pollman geschreven boek Het spel van moeder en kind (1937) genoemd te worden.

Van de drie schrijfsters die naar jaren en intenties met elkaar vergeleken kunnen worden: Nellie van Kol, Ida Heyermans en Nienke van Hichtum was zij de belangrijkste door haar wijde blik, haar inlevingsvermogen, haar verteltalent en haar eenvoud, zoals deze blijkt uit haar taalgebruik. In 1962 reikte de Jan Campertstichting in Den Haag voor het eerst de Nienke van Hichtumprijs uit aan Gertie Evenhuis voor het beste kinderboek van het jaar. In Warga staat een bronzen monument voor Moeder Afke en haar tiental, uiteraard ook ter ere van Nienke van Hichtum.

A: Collectie-Van Hichtum in Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaesjesintrum te Leeuwarden; Dokumentatie auteurs en illustratoren van jeugdboeken 5 (1981) no. 10 ('s-Gravenhage:Nederlands Bibliotheek en Lektuurcentrum).

P: Behalve de in de tekst genoemde publikaties: onvolledige bibliografie in onder L genoemd werk Nienke van Hichtum..., 11-16, alsmede in onder A vermelde Dokumentatie... en in onder L genoemde Literama.

L: Behalve overzicht over Van Hichtum in onder A genoemde Dokumentatie...: C. Bruyn, 'Nienke van Hichtum', in Het Kind 31 (1930) 21 (11 oktober) 495 - 502; Cor Bruyn met een korte biografie in Nienke van Hichtum. Bibliographie samengesteld ter gelegenheid van de tentoonstelling gewijd aan haar nagedachtenis [in de kunstzalen "Arti" van de Boekhandel M. Dijkhoff nv 's-Gravenhage, Maart 1939] ('s-Gravenhage, 1939) 3 - 10; H. van Tichelen, Over boeken voor kindsheid en jeugd (Antwerpen, 1952); Jelle Troelstra, Mijn vader Pieter Jelles (Amsterdam, 1952) passim, vooral p. 49; J.J. Kalma, Nynkefan Hichtum en Afke fan Wergea. De skriuwster Sj. Troelstra-Bokma de Boer (1860- 1939)en "Afke's tiental" (Boalsert, 1968); D.L. Daalder, Wormcruyt met suycker (Schiedam, 1976) 111-116. Fotomech. herdr. van Ie uitg. Amsterdam, 1950;Fem Bijlsma, Nynke van Hichtum ('s-Gravenhage, 1976). Dienst Boek en jeugd. Serie h: 5; Aukje Holtrop, in Vrij Nederland. Boekenbijlage, 20-12-1986; 'Er was eens een tovervrouw... Er was eens Nienke van Hichtum', in Literama 21 (1986) 3 (22 juli) 107-123.

I: Aukje Holtrop, Nynke van Hichtum. Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer 1869-1939 (Amsterdam, 2005) omslagfoto. [Foto: Cornelus Bernardus Broersma].

H.A. Wage


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013