Coops, Jan (1894-1969)

 
English | Nederlands

COOPS, Jan (1894-1969)

Coops, Jan, scheikundige (Amsterdam 27-5-1894 - Zeist 11-7-1969). Zoon van Jan Coops, tabaksfabrikant, en Wilhelmina Margaretha Disselkoen.

Coops legde, na de HBS in Apeldoorn te hebben doorlopen,in 1913 het eindexamen HBS-B in Arnhem af. Hij studeerde daarna scheikundige technologie aan de Technische Hoogeschool te Delft met als hoofdrichting organische chemie. Van 1917 tot 1929 was hij assistent voor organische scheikunde bij dr.ir. P.E. Verkade aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool in Rotterdam. In 1919 had hij het diploma voor scheikundig technoloog behaald. Op 18 juni 1924 promoveerde hij cum laude op het proefschrift: De stereoisomeren der wijnsteenzuren in verband met de complexvorming met boorzuur. Promotor was prof.dr. J. Böeseken.

Toen de Vrije Universiteit in 1929 als vierde faculteit die van de wis- en natuurkunde stichtte, werd Coops benoemd tot gewoon hoogleraar in de scheikunde. Hij doceerde organische chemie, fasenleer en chemische techniek. Op 6 december 1929 hield hij zijn inaugurele oratie: Structuur en energie in de organische chemie. Het leven van Coops was bijzonder nauw verbonden met dat van het scheikundig laboratorium van de Vrije Universiteit aan de De Lairessestraat in Amsterdam. In de beginjaren van de wis- en natuurkundige faculteit heeft hij als enige scheikundedocent de gigantische prestatie volbracht alle vakken zelf te geven. Intensief werkte hij later mee aan de plannen voor een nieuw laboratorium in Buitenveldert. Naast deze drukke werkzaamheden vond Coops nog tijd om in samenwerking met zijn leerlingen (van wie er 25 bij hem promoveerden) een groot aantal publikaties over thermochemische, maar ook over zuiver chemische onderwerpen te verzorgen.

Gedurende zijn jaren in Rotterdam had hij met Verkade reeds talrijke onderzoekingen gedaan over de nauwkeurige bepaling van verbrandingswarmten van een groot aantal organische verbindingen. Deze bepalingen werden aan de Vrije Universiteit (VU) voortgezet. De grote kracht van Coops was dat hij door zijn technisch vernuft en liefde voor constructie erin slaagde steeds grotere nauwkeurigheid te verkrijgen, juist voor de precisiebepalingen van de verbrandingsmetingen van essentieel belang. Het thermochemisch werk van Coops en zijn leerlingen bleek een zo hoge graad van nauwkeurigheid en technische perfectie van de metingen te hebben, dat zijn laboratorium na het National Bureau of Standards in Washington het enige ter wereld was waar de calorimeter absoluut kon worden geijkt. Van 1954 tot 1959 was Coops voorzitter van de subcommissie 'thermochemistry' van de 'Union internationale de la chimie pure et appliquée'. Een hoogtepunt in de thermo-chemische onderzoekingen van Coops en zijn leerlingen was de bepaling van de ringspanning van cycloalkanen. Onderzocht werden ook vrije radicalen met als doel gegevens te verkrijgen over de koolstof-koolstofbinding. Het wetenschappelijk werk van Coops was een voortzetting van de degelijke traditie van de klassieke organische scheikunde, waarin het experiment op de eerste plaats stond. Zijn grote belangstelling in stereoisomere problemen laat Coops zien als een architect over de bouw van moleculen en de rangschikking van atomen in moleculen.

Als een vooraanstaand, vooral experimenteel gericht scheikundige voelde Coops zich echter ook verbonden met de samenleving. De relaties tussen geloof en wetenschap hielden hem, als echte voorman van de VU, intens bezig. Hij zag in de bestudering van de scheikunde een vermeerdering van onze kennis van de natuur, die ons steeds opnieuw in aanbidding zal brengen voor de ondoorgrondelijke almacht en wijsheid van God in de werken van Zijn handen. In het begin van zijn hoogleraarsperiode wijdde hij enige publikaties aan dit thema. Later sprak hij er vooral over met zijn studenten en promovendi. Als secretaris en centrale figuur van het studiefonds van de Vrije Universiteit werd hij spoedig na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de noden en problemen van zijn studenten. Dit leidde spoedig tot illegale activiteiten, zoals het laten onderduiken van studenten en het falsificeren van documenten op het laboratorium. In november 1943 werd hij bij een poging naar Engeland te ontkomen door de Gestapo gearresteerd. In april 1945 konden de Amerikanen hem bevrijden uit het tuchthuis van Remscheid-Lütteringhausen in Duitsland, waar hij terecht gekomen was. Na de oorlog speelde hij in Amsterdam enige tijd een actieve rol als chef van de Politieke Opsporings Dienst.

Een opvallende eigenschap van Coops was zijn grote menselijke belangstelling in de persoonlijke problemen van zijn studenten. In de chemische wereld van ons land speelde hij een grote rol. Met Verkade was hij initiatiefnemer voor de oprichting van de sectie voor organische chemie van de Nederlandse Chemische Vereniging. Van 1946 tot 1949 was hij voorzitter van de sectie organische chemie, in 1946 ondervoorzitter en van 1947 tot 1950 voorzitter van het algemeen bestuur van de Nederlandse Chemische Vereniging. In 1964 ging hij met emeritaat.

P: Bibliografie in Chemisch Weekblad 50 (1954) 867 - 872 en in Mededelingen voor de afgestudeerde chemici van de Vrije Universiteit 6 (1970) 17 (1 januari) 15-21 (aanwezig in Bibibliotheek van de Vrije Universiteit).

L: K. van Nes, 'Professor Coops vijf en twintig jaar hoogleraar', in Chemisch Weekblad 50 (1954) 865-867; 'prof.dr.ir. J. Coops 1929- 1964', in Mededelingen voor de afgestudeerde chemici van de Vrije Universiteit 1 (1964) 2 (15 september); F. Bickelhaupt en C.C. Jonker, in Jaarboek Vrije Universiteit 1969, 61-74; H.A.M. Snelders, in Mededelingen voor de afgestudeerde chemici van de Vrije Universiteit 6 (1970) 17 (1 januari) 4-5; P.A. Verbrugge, 'Wat nooit in het Recueil kwam...', ibidem, 5-9; C. Blomberg, 'Professor Coops na de oorlog', ibidem, 12-14.

H.A.M. Snelders


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013