Fockema Andreae, Sijbrandus Johannes (1904-1968)

 
English | Nederlands

FOCKEMA ANDREAE, Sijbrandus Johannes (1904-1968)

Fockema Andreae, Sijbrandus Johannes, rechtshistoricus (Leeuwarden 10-4-1904 - Beetsterzwaag 6-12-1968). Zoon van Arnold Daniel Hermannus Fockema Andreae, vice-president van een gerechtshof, en Fenneken Kosters. Gehuwd op 4-11-1941 met Antoinette de Monchy. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Fockema Andreae, Sijbrandus Johannes

Fockema Andreae bezocht te Alkmaar en Arnhem de lagere school en in laatstgenoemde plaats het gymnasium. Van 1922 tot 1927 volgde rechtenstudie te Leiden. Hier was hij van 1928 tot 1934 werkzaam bij het Hoogheemraadschap van Rijnland, eerst als tijdelijk ambtenaar belast met archiefwerkzaamheden, nadien als archivaris. Vervolgens was hij kort verbonden aan de afdeling staats- en strafrecht van het ministerie van Justitie te 's-Gravenhage, om in 1935 afdelingschef te worden van de provinciale griffie te Zwolle. Deze betrekking werd in 1941 verwisseld voor het griffierschap van Groningen. Na de oorlog volgden schorsing en ontslag wegens zuiveringsmaatregelen. De termen waarin het ontslag was vervat verzetten zich er niet tegen dat hij in 1946 in overheidsdienst kon treden als rijksarchivaris der 2e afdeling van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. In 1948 keerde Fockema Andreae terug naar het Hoogheemraadschap, nu als secretaris. Na een vierjarig directeurschap van de afdeling waterstaatsrecht van de Rijkswaterstaat in 's-Gravenhage (1959- 1963) werd zijn afwisselende carrière in de geboorteplaats Leeuwarden besloten met het rijksarchivariaat van Friesland.

Ten dele in het kader van de dagelijkse ambtsbezigheden, maar veel meer nog daarbuiten bouwde de snelle en systematische werker Fockema Andreae een wetenschappelijk oeuvre op dat naar gevarieerdheid, gehalte en omvang - meer dan 630 titels - uniek mag heten. Centraal staan daarbij de publikaties op het terrein van de waterschapsgeschiedenis. Naast het monumentale Het Hoogheemraadschap van Rijnland, zijn recht en zijn bestuur van den vroegsten tijd tot 1857(1934, her-dr. 1982), waarop de schrijver cum laude promoveerde bij A.S.D. de Blécourt, vragen met name vermelding de destijds geavanceerde inventaris De oude archieven van het Hoogheemraadschap van Rijnland 1255-1857 (1933) en de verschillende landsdelen beslaande Studiën over waterschaps-geschiedenis (1950-1952). Fockema Andreae bracht de waterschapsgeschiedenis op hoger, kritisch-wetenschappelijk niveau. Een uitzonderlijk brede belezenheid stelde hem in staat de beeldvorming als zodanig te verlevendigen en te verfijnen. Deze ruime benadering leidde als vanzelfsprekend tot monografieën op aanvankelijk alleen terzijde betreden terreinen. Zo voerde zijn diepgaande belangstelling voor de dramatis personae tot fijn uitgesponnen biografieën, waaronder als climax Willem I, graaf van Holland 1203 - 1222. en de Hollandse hoogheemraadschappen [1954]. Grote deskundigheid als historisch cartograaf trad voorts aan de dag in de inleiding bij zijn heruitgave van Floris Balthasar, Kaart van Rijnland 1610- 1615 (1929). Hoogtepunt op dit terrein vormde het - mede op naam van B. van 't Hoff staande, maar wat de tekst betreft geheel door Fockema Andreae verzorgde - standaardwerk Geschiedenis der kartografie van Nederland van den Romeinschen tijd tot in het midden der 19e eeuw (1947).

Ook op historisch-metrologisch en naamkundig gebied zijn verscheidene publikaties van blijvende betekenis aan hem te danken, evenals op het terrein van de plattelandsgeschiedenis. Opstellen over Hollandse polders, dorpen en heerlijkheden leidden een nieuw genre in met synthetisch rechtshistorisch-geografische inslag. Ander werk is overwegend historisch-geografisch, zoals zijn bijdragen 'Stad en dorp' in het met E.H. ter Kuile en R.C. Hekker samengestelde tweedelige standaardwerk Duizend jaar bouwen in Nederland (1948, 1957). Het rechtshistorische in engere zin daarentegen - hoewel altijd nog via een geschiedkundige groothoeklens benaderd - staat centraal in wat, naast zijn proefschrift, wel het belangrijkste onderdeel van zijn oeuvre mag heten: De Nederlandse staat onder de republiek (1961). Dit vele malen herdrukte boek bracht voor het eerst een doorwrocht, dynamisch beeld van het staats- en administratiefrechtelijk reilen en zeilen van de toenmalige samenleving. Overigens toonde Fockema Andreae zich ook een meester op het terrein van de nieuwste geschiedenis. Zijn Een mensenleven in Nederland. Driekwart eeuw ontwikkeling van openbaar bestuur, onderwijs en onderneming (1957) is een werk van blijvend belang. Modern-rechtelijk werk ontbreekt evenmin. Zo werd zijn Rechtsgeleerd handwoordenboek (1948), bij herhaling herdrukt, een begrip. Zoals met alle wetenschappelijke arbeid betekende het oeuvre van Fockema Andreae op de diverse bestreken terreinen geen eindpunt. Dit geldt voor de publikaties uit de latere perioden. De drang naar een hogere produktie domineerde toen doorgaans kennelijk boven een precieze gedegen feitelijke onderbouw, terwijl gefundeerde afwijkende meningen van anderen niet of nauwelijks aandacht kregen. Op alle terreinen van zijn wetenschappelijke belangstelling leverde Fockema Andreae - in totaal meer dan 200 - recensies af. Bescheiden en lankmoedig in hun kritiek behelzen deze in vlotte journalistieke stijl gebrachte pennenvruchten originele karakteristieken, veelal aangevuld met waardevolle suggesties.

Behalve als schrijver trad Fockema Andreae in de wetenschappelijke wereld ook naar voren in verenigingen, alsmede tijdens congressen in binnen- en buitenland. Spraakmoeilijkheden - die hem, schriftelijke omgang prefererend, in het ambtelijke parten speelden - vormden geen beletsel om bij herhaling een leidinggevende plaats te aanvaarden en regelmatig aan discussies deel te nemen. Op 46-jarige leeftijd werd Fockema Andreae toegelaten als lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Naast het vele werk dat hij in dit verband deed ontplooide hij gedurende vele jaren activiteiten als redactielid van tijdschriften en als bestuurslid. Zo was hij bijv. voorzitter van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap - waarvan hij later erelid werd - en van de Vereniging voor naamkunde. Van zijn werkzaamheid profiteerden onder meer de Vereniging voor administratief recht, de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en de Culturele Raad voor Zuid-Holland, waarvan hij aan de wieg stond en later vice-voorzitter was.

Als mens is Fockema Andreae het beste te typeren als de begaafde, originele Einzelgänger. Minzaam in de omgang ging hij in betrekkelijke eenzaamheid zijn veelzijdige weg door het ambtelijke en wetenschappelijke leven. Zijn oeuvre is au fond impressionistisch van allure, soms zelfs visionair. Een al te strak volgehouden dogmatisch-systematische aanpak lag hem niet. Zijn hobby was de wetenschap. Zelfs vakantietrips leverden niet zelden interessante historische artikelen op over de bezochte streek, gebaseerd op archiefonderzoek ter plekke.

A: Verzameling handschriften uit de nalatenschap van mr. S.J. Fockema Andreae in de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden.

P: Bibliografie van de werken Mr. S.J. Fockema Andreae. Samengest. door J. Westenberg ('s-Gravenhage, 1968) met een 'Slotaanvulling op de bibliografie', in Nederlands Archievenblad 74 (1970) 279-289.

L: Behalve de inleiding van J.Th. de Smidt in bovengenoemde bibliografie (I-VII) en de levensberichten vermeld in eerdergenoemde 'Slotaanvulling op de bibliografie', 289: D.P. Blok, 'Fockema Andreae en de Hollandse dorpsgeschiedenis', in S.J. Fockema Andreae †, Warmond, Valkenburg en Oegstgeest (Dordrecht, 1976) 7-13; H. van der Linden, 'S.J. Fockema Andreae', in Holland. Regionaal-historisch tijdschrift 15 (1983) 174-184.

I: Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1969-1970 (Amsterdam 1970) afbeelding tegenover pagina 280.

H. van der Linden


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013