Gelderman, Joan (1877-1975)

 
English | Nederlands

GELDERMAN, Joan (1877-1975)

Gelderman, Joan, textielfabrikant (Oldenzaal 14-12-1877 - Oldenzaal 5-10-1975). Zoon van Christiaan Maurits Gelderman, textielfabrikant, en Clara Maria Muller. Gehuwd op 8-2-1906 met Grace Edith Fuhrken. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 2 dochters geboren. afbeelding van Gelderman, Joan

Gelderman volgde, na de Latijnse School te Oldenzaal, de gebruikelijke opleiding voor zonen van Twentse textielindustriëlen in de periode voor de Eerste Wereldoorlog. Hij bezocht de Nederlandsche School voor Nijverheid en Handel te Enschede en werkte praktisch in textielfabrieken in Lancashire om vervolgens de opleiding af te sluiten met een wereldreis als 'grand tour'. In 1905 werd hij opgenomen in de uit 1865 daterende familiefirma H.P. Gelderman & Zonen te Oldenzaal. Bij de omzetting van deze firma in een naamloze vennootschap in 1935 werd hij hiervan, met twee familieleden, directeur om van 1960 tot 1963 op te treden als gedelegeerd commissaris.

De activiteiten van Gelderman lagen, naast de dagelijkse leiding van één der voornaamste Twentse textielfabrieken, die vrijwel geheel gericht was op de export van katoenen manufacturen naar Nederlandsch-Indië en andere koloniën in Oost-Azië, vooral in de periode tussen de twee wereldoorlogen op regionaal, nationaal en internationaal textielgebied. Zijn belangstelling hiervoor blijkt uit zijn artikelen in de Economisch-Statistische Berichten, waarin hij van 1916 tot 1940 jaarlijks een overzicht publiceerde over de situatie van de Nederlandse katoenindustrie. Op grond van een vooraanstaande positie was het hem mogelijk een aantal initiatieven te nemen die leidden tot nauwere samenwerking tussen textielondernemingen. Dit was geen eenvoudige opgave binnen een bedrijfstak waarin men zich van oudsher verzette tegen iedere vorm van boven het bedrijfsniveau uitgaande samenwerking en ordening. Het zelfbewustzijn van de Twentse textielfabrikanten, hun afkeer van staatsbemoeienis van handelspolitieke of sociale aard en hun afkeer ook van aansluiting bij medefabrikanten waren daarbij de voornaamste hinderpalen.

Uitvalspoort voor veel van deze initiatieven was het Economisch Instituut voor de Textielindustrie (EIT), een instelling voor economisch onderzoek en advies, dat in 1930, met prof. J. Wisselink als directeur, werd opgericht. Gelderman was, samen met J.B. Blijdenstein W.Jzn., hiervan de initiatiefnemer en na de oprichting voorzitter van de Raad van Beheer van deze in Rotterdam gevestigde instelling. De drie voornaamste samenwerkingsverbanden, vanuit het EIT opgezet, waren de Manufacturen Export Centrale ter regeling van export naar de Nederlandsch-Indische beschermde markten, de Nederlandse Textielconventie als een conditiekartel voor de gehele Nederlandse katoenindustrie en de vestiging van een katoenindustrie in Nederlandsch-Indië. Deze laatste kreeg vorm in de NV Java Textielmaatschappij te Tegal, en Gelderman werd hiervan voorzitter van de Raad van Commissarissen.

Internationaal vervulde Gelderman een belangrijke positie als lid van het Committee of Management van de International Federation of Master Cotton Spinners and Manufacturers Associations, terwijl hij reeds eerder, namelijk aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, lid was geworden van de toewijzingscommissie van de Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (NOT) voor de beperkte invoer van katoen. Ook adviseerde hij de Nederlandse delegatie bij de Economische Wereldconferentie te Genève in 1938.

Een politieke functie vervulde Gelderman als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de Liberale Staatspartij van 1928 tot 1946. Tevens was hij de eerste voorzitter van de nieuw opgerichte Kamer van Koophandel voor Twente en Salland van 1921 tot 1928, daarnaast president-commissaris der Nederlandse Spoorwegen en van de NV Heemaf en commissaris van de Kon. Ned. Katoenspinnerij, de Tilburgse Katoenspinnerij en de Centrale Werkgevers Risicobank. Zijn vooraanstaande positie in het gewest bleek uit zijn benoeming ten slotte in 1945 tot Economische Commissaris van de provincie Overijssel en lid van de commissie Noodvoorziening van het Militair Gezag.

De betekenis van Gelderman als textielindustrieel ligt vooral op economisch gebied; hij trad nauwelijks op de voorgrond op sociaal terrein, dat tijdens het interbellum in Twente gekenmerkt was door felle en langslepende conflicten, waarbij de mede door hem geleide onderneming slechts in beperkte mate betrokken was. Op economisch gebied slaagde hij erin, dank zij zijn wijsheid en kundigheid, in een periode van economische neergang tijdens de jaren dertig de eerste samenwerkingsverbanden tot stand te doen komen in de Twentse textielindustrie, die traditioneel zich hiertegen verzette. Op het door hem gelegde fundament werd na de Tweede Wereldoorlog, ook in sociaal opzicht, voortgebouwd. Een dergelijke grondleggersfunctie kon Gelderman, mede dank zij een bijzondere bescheidenheid en grote beminnelijkheid, vervullen.

A: Bedrijfsarchief H.P. Gelderman & Zonen van 1864-1923 ten dele in Rijksarchief in Overijssel te Zwolle en ten dele voorlopig in archief van de Koninklijke Nijverdal-ten Cate NV in Almelo.

P: Behalve artikelen, eerst onder afwijkende titel, sinds 1920 onder de titel 'De Nederlandsche katoenindustrie in...', in Economisch-Statistische Berichten 1920-1940: De Twentsche katoenindustrie en haar Indisch afzetgebied ('s-Gravenhage, 1932).

L: Gedenkboeken H.P. Gelderman & Zonen NV (Oldenzaal, 1949 en 1959). In memoriam in Twentsche Courant. 7-10-1975.

I: E.J. Fischer [e.a.] Bestemming Semarang. Geschiedenis van de textielfabrikanten Gelderman in Oldenzaal 1817-1970 (Amsterdam [etc] 1991) 210.

A.L. van Schelven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013