Goedhart, Gerrit Jan (1901-1956)

 
English | Nederlands

GOEDHART, Gerrit Jan (1901-1956)

Goedhart, Gerrit Jan (door Naamstoevoeging Bij Kb van 20-11-1933 Nr. 53 gewijzigd in Van Heuven Goedhart), journalist, politicus en diplomaat (Bussum 19-3-1901 - Genève (Zwitserland) 8-7-1956). Zoon van Gijsbert Willem Goedhart, boekhandelaar, en Francina Dingena Helena van Heuven. Gehuwd op 28-10-1924 met Francis Becht. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Na echtscheiding (10-10-1931) gehuwd op 19-4-1932 met Erna Hauan. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. afbeelding van Goedhart, Gerrit Jan

Van Heuven Goedhart studeerde, na de lagere school en het gymnasium doorlopen te hebben, rechten in Leiden. Hij sloot deze studie op 9 juli 1926 af met de verdediging van een proefschrift, getiteld De ontwikkeling der werkloosheidsverzekering in Nederland (Amsterdam, 1926). Inmiddels was hij in 1925 in dienst getreden bij De Telegraaf en in 1926 lid geworden van de hoofdredactie van dit dagblad. Van 1 januari 1930 tot 1 juni 1933 trad hij op als enig hoofdredacteur van De Telegraaf. Al jong geroepen tot het dragen van de redactionele verantwoordelijkheid bij een dagblad dat sterk gedomineerd werd door de commerciële leiding en met te weinig journalistieke ervaring om door ieder redactielid van harte geaccepteerd te worden had Van Heuven Goedhart het op deze post niet gemakkelijk. De spanningen tussen de directie en de hoofdredacteur culmineerden in het ontslag van laatstgenoemde. Directe aanleiding daartoe was een conflict over het al dan niet opnemen van artikelen van de Berlijnse correspondent, J.M. Goedemans, die volgens Van Heuven Goedhart in zijn reportage te veel begrip voor het naziregime toonde. Toen Van Heuven Goedhart er geen verantwoordelijkheid voor wilde dragen, sauveerde de directie in de personen van de gebroeders H.M.C. en F.H.J. Holdert de Berlijnse correspondent.

Op 1 juli 1933 werd Van Heuven Goedhart hoofdredacteur van het Utrechtsch Nieuwsblad, en daarmee begon de gelukkigste periode van zijn journalistieke werkzaamheid. Commercieel en journalistiek ontwikkelde dit regionale dagblad zich in de jaren dertig zeer voorspoedig. In het eigen orgaan van de Nederlandsche Journalisten Kring, De Journalist, kwam Van Heuven Goedhart eind jaren dertig op voor de belangen van de journalist, zonder daarbij de feilen van de georganiseerde journalistiek toe te dekken. 'Een journalist die niet innerlijk vrij is', zo schreef hij in 1938, 'is een luidspreker. Hij heeft alleen als "pick up" of als scheepsroeper nuttigheid. Niet als voorlichter, criticus of afnemer van verantwoordelijkheid' (De Journalist 1938, 546 (1 juni) 77). Met zijn scherpe pen polemiseerde Van Heuven Goedhart graag, vooral ook om de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), die haar hoofdkantoor in Utrecht had, te bestrijden. Zijn afkeer van het fascisme maakte hem tot een prominent lid van het Comité van Waakzaamheid van Nederlandsche Intellectueelen tegen het nationaal-socialisme, waarvan hij later ook vice-voorzitter was. Minder bekend is zijn anticommunistische instelling. Hetzelfde geldt voor de belangrijke rol die hij gespeeld heeft in Eenheid voor Democratie, de vereniging die buiten de bestaande democratische partijen, maar met steun van veel van hun leden in 1937 met succes in massavergaderingen de gevaren voor de democratie bij NSB en communisten aan de kaak stelde.

Al op 17 mei 1940 werd Van Heuven Goedhart 'wegens de veranderde politieke omstandigheden' als hoofdredacteur van het Utrechtsch Nieuwsblad ontslagen. De eigenaars van de krant waren bang dat de bezetter de hoofdartikelen tegen de NSB en het naziregime in Duitsland zou aangrijpen om wraak te nemen. Van Heuven Goedhart maakte zich verdienstelijk als medewerker van 'De Grebbecommissie' voor hulpverlening aan oorlogsslachtoffers in het in de meidagen van 1940 zo zwaar getroffen gebied van de Grebbe, en als vertrouwensman van de Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw, J.A. Ringers, die de wederopbouw in het Grebbegebied ter hand nam. In 1941 begon Van Heuven Goedharts contact met de groep rond het illegale blad Het Parool, waarvan hij sinds najaar 1942 tot medio 1943 te zamen met C.H. de Groot de leiding had. Dit hield, behalve het schrijven van artikelen, ook in: het zoeken van zetters en drukkers, het vinden van papier, het organiseren van de verspreiding van de gedrukte kranten en het werven van fondsen.

Op 24 april 1944 vertrok de illegaal werkende Parool-man naar Engeland. De Parool-groep, de kring rond Vrij Nederland en jhr. L.H.N. Bosch ridder van Rosenthal (van de Grebbecommissie) met de zijnen wilden dat Van Heuven Goedhart de regering in Londen een beter inzicht zou verschaffen in de illegaliteit en een mandaat zou proberen uit te lokken voor Bosch van Rosenthal c.s. om in de te verwachten 'vacuümperiode' na de bevrijding op te treden als vertegenwoordigers van de regering. Dank zij zijn grote moed en intelligentie kwam Van Heuven Goedhart op 17 juni 1944 na een barre tocht via Frankrijk en Spanje als 'Colonel Blake' heelhuids in Londen aan. Hij werd daar op 12 juli als minister van Justitie in het tweede kabinet-Gerbrandy (27 juli 1941-23 februari 1945) opgenomen. Hij nam het initiatief tot de instelling van het College van Vertrouwensmannen, waarvan de leden op 2 augustus 1944 benoemd werden, voor de verbinding tussen Londen en het bezette gebied. Om het functioneren van het College bekommerde hij zich echter te weinig. Wel bracht hij het Buitengewoon Politiebesluit tot stand, bevorderde hij de goede werking van het Militair Gezag in zijn relatie tot de regering en behoorde hij tot de drie ministers die verantwoordelijk waren voor de spoorwegstaking. Toen P.S. Gerbrandy zijn derde kabinet formeerde, was Van Heuven Goedhart niet langer als minister acceptabel, vooral niet voor de nieuw optredende katholieke ministers uit het bevrijde zuiden. De redenen hiervan, alsmede de houding van Gerbrandy, zijn nog niet geheel duidelijk. Intriges van het Bureau Inlichtingen en het verlangen van Gerbrandy om de oorlog met een homogeen kabinet te beëindigen kunnen een rol gespeeld hebben. De ster van Van Heuven Goedhart was in Londen snel gedaald.

Na de bevrijding in Nederland teruggekeerd werkte Van Heuven Goedhart aanvankelijk als vrijwilliger bij de Stichting Nederlands Volksherstel in Rhenen, totdat hij op 27 augustus 1945 tot hoofdredacteur van Het Parool benoemd werd. Zijn ambities gingen echter steeds meer in de bestuurlijke richting, waarbij nog kwam dat Van Heuven Goedhart bij vooroorlogse journalisten niet zo geliefd was. Het zou onder hem niet goed werken zijn. Toen Van Heuven Goedhart zich fel keerde tegen de politiële acties in Ned.-Indië, zegden honderden abonnees hun abonnement op. Ondanks een zekere autoritaire leiding en wispelturigheid in het nemen van besluiten inspireerde Van Heuven Goedhart de redactie van Het Parool tot het maken van een dagblad met een eigen gezicht en geluid, zoals hij dat eerder bij twee andere kranten ook gedaan had. In zijn periode bij Het Parool begon Van Heuven Goedhart zich ook op politiek terrein te begeven. Nog tamelijk dicht bij zijn redactionele werk lag de benoeming tot voorzitter in een op 6 maart 1946 ingestelde adviescommissie van de regering omtrent de regeringsvoorlichting. Openbaarmaking, verklaring en toelichting zonder propaganda of pressie werden op grond van het uitgebrachte advies de wezenskenmerken van de overheidsvoorlichting sinds 1946. Maar Van Heuven Goedhart geraakte ook enigszins bij de landspolitiek betrokken, en steeds meer bij kwesties van internationale politieke samenwerking. Tussen 1948 en 1950 was hij lid van de Eerste Kamer voor de Partij van de Arbeid en van 1947 af volgden taken bij de Verenigde Naties. Zo was hij in 1947 lid van de subcommissie voor de informatievrijheid van de Verenigde Naties, in 1948 voorzitter van de Nederlandse delegatie naar de conferentie der Verenigde Naties over informatievrijheid, en deskundige bij de Nederlandse delegatie naar de zevende zitting van de Economische en Sociale Raad der Verenigde Naties. In 1949 en 1950 was hij respectievelijk lid en vice-voorzitter van de Nederlandse delegatie naar de derde, vierde en vijfde Algemene Vergadering van deze internationale organisatie.

Op 14 december 1950 benoemde de Algemene Vergadering van de VN Van Heuven Goedhart tot Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen te Genève, een functie die hij op 1 januari 1951 aanvaardde en tot zijn plotselinge dood op 8 juli 1956 met zeer grote inzet bekleedde. Ondanks oppositie van Russische zijde was hij in 1953 herbenoemd. De internationale waardering voor zijn werk en organisatietalent was groot. Onder de vele onderscheidingen en prijzen die hem toevielen moet vooral de verlening van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Instelling van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen hem grote voldoening hebben geschonken.

Van Heuven Goedhart was een sterke persoonlijkheid en had op velerlei gebied een uitgesproken mening, die hij graag scherp geformuleerd uitte. Frank en vrij gaf hij zijn oordeel over personen en zaken, hetgeen hem niet door iedereen in dank werd afgenomen. Tegelijkertijd was hij in contacten met zijn ondergeschikten op zijn hoede en had hij iets kwetsbaars dat hij camoufleerde.

A: Enkele dossiers met brieven e.d. van Van Heuven Goedhart in het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam en persoonlijke papieren in particulier bezit van de familie Van Heuven Goedhart.

P: Behalve zijn reeds genoemde dissertatie: samen met A. Roeterink, De ontwikkeling der arbeidsbemiddeling in Nederland (Amsterdam, 1929); Onrust in het land van Masaryk (Utrecht, 1938); Finland zoals ik het zag (Kampen, 1940); De reis van,"Colonel Blake" (Londen, 1945) ; Over het nieuwe Nederland (Utrecht, 1945); Overheidsvoorlichting. Rapport der adviescommissie overheidsbeleid inzake voorlichting, ingesteld 6 Maart 1946 ('s-Gravenhage, 1946); samen met K. Vorrink, Alarm in Praag. Redevoeringen gehouden te Amsterdam op 28 Februari 1948 (Amsterdam, 1948); Democratisering van de buitenlandse dienst. Rapport van mr. G.J. van Heuven Goedhart, C.D.J. Brandt, S. Davids [et al.] (Amsterdam, 1947). Aanwezig in Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam; 'Refugees: an unsolved Problem', in The world today 8 (1952) 324-332; 'The problem of refugees ', in Recueil des cours académie de droit international 82 (1953) I, 261 - 371; Refugee problems and their solutions. Lecture on 12 Dec. 1955 on the occasion of the award of the Nobel Prize for peace 1954... (SA., 1955).

L: Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek [der] Enquêtecommissie regeringsbeleid 1940- 1945 (' s-Gravenhage, 1949- [1973], 10 dl.) passim; L.E. Winkel, De ondergrondse pers 1940-1945 ('s-Gravenhage, 1954); P. 't Hoen, 'Verzetsman van de eerste orde', Het Parool, 10-7-1956; M.L. van Holthe tot Echten, 'Bij het verscheiden van mr. G.J. van Heuven Goedhart. Voor velen van te groot formaat', ibidem; S. Carmiggelt en J. Winkler, Gerrit Jan van Heuven Goedhart. Bijdragen tot een biografie. Met medew. van Dag Hammarskjöld [et al.] (Amsterdam, 1959); K. Peereboom, Het Parool. Van illegale nieuwsbrief tot modern dagbladbedrijf (Amsterdam, 1964); J. Hemels, Van perschef tot overheidsvoorlichter. De grondslagen van overheidsvoorlichting (Alphen a/d Rijn, 1973); L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1982) 10b passim; H.W. van Asten, 'Jetzt kommen die Vertrauensmänner unter dem Kommissar aus Utrecht'. Doctoraalscriptie geschiedenis Universiteit van Amsterdam, 1982. Aanwezig in Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam; H.J. Scheffer, De dagbladonderneming. Historische verkenningen (Amsterdam [etc.], 1986); P. Stoop, Niederländische Presse unter Druck. Deutsche auswärtige Pressepolitik und die Niederlande 1933 - 1940 (München [etc.], 1987).

I: Website Rijks Universiteit Groningen: http://www.rug.nl/let/onderzoek/onderzoekcentra/biografieinstituut/afbeeldingen/vanheuvengoedhart.jpg [19-7-2007].

J.M.H.J. Hemels


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013