Görris, Gerhard Carl Wilhelm (1877-1948)

 
English | Nederlands

GÖRRIS, Gerhard Carl Wilhelm (1877-1948)

Görris, Gerhard Carl Wilhelm (bekend onder de naam Gorris), historicus (Amsterdam 18-10-1877 - Nijmegen 28-1-1948). Zoon van Jacobus Gerhard Görris, winkelier in ijzerwaren, en Josephine Henriette Elisabeth Kohl.

Gorris doorliep na de lagere school gedurende drie jaren de mulo van het Instituut Saint-Louis te Oudenbosch en studeerde vervolgens Latijn en Grieks. Van 1894 tot 1896 bezocht hij het klein-seminarie te Culemborg en op 26 september 1896 trad hij in de Jezuïetenorde. De kerkelijke studies onderbrak hij echter in 1904 teneinde aan de Leidse universiteit Nederlandse letteren en geschiedenis te studeren. Gedurende deze studietijd kon hij reeds een in vooral katholieke kring opzienbarend werk publiceren over een katholieke emancipator en historicus, getiteld Dr. W.J.F. Nuyens beschouwd in het licht van zijn tijd (Nijmegen, 1908). De academische studie in Leiden werd ten slotte afgesloten met een cum laude verdedigd proefschrift De denkbeelden over oorlog en de bemoeiingen voor de vrede in de elfde eeuw (Nijmegen, 1912) bij C.H.Th. Bussemaker als promotor. Inmiddels had hij ook zijn kerkelijke studies weer opgevat; op 24 augustus 1913 werd hij te Maastricht priester gewijd.

Onderwijs maar vooral wetenschap zouden daarna te zamen en naast elkaar door Gorris trouw worden gediend. Voor het onderwijs was hij van 1915 tot 1920 leraar Nederlands en geschiedenis aan het Sint-Ignatius College te Amsterdam. Maar meer nog in zijn wegenschappelijke lijn lag de benoeming tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis, patrologie en christelijke archeologie aan het Theologicum van de jezuïeten te Maastricht, een ambt dat hij van 1920 tot 1937 vervulde. Dit professoraat bracht hem ertoe zijn cursus ook voor middelbare scholieren toegankelijk te maken door een leerboek Geschiedenis der Katholieke Kerk voor het voortgezet onderwijs en godsdienstcursussen ('s-Hertogenbosch, 1931), dat vele herdrukken beleefde. Naast deze onderwijstaak kreeg Gorris ook redactiewerk te doen. In 1934 ontving hij de opdracht de leiding van de redactie van de Katholieke Encyclopaedie op zich te nemen om de uitgave weer op gang te brengen, die gestagneerd was door vertraagde inlevering van bijdragen en andere moeilijkheden. Nauwelijks was hij in 1939 gereed met deze taak of hij werd belast met de zorg voor het maandelijks te verschijnen periodiek Studiën. Tijdschrift voor godsdienst, wetenschap en letteren, dat ten slotte op last van de toenmalige bezettende macht in 1942 wegens 'papierschaarste' zou worden gestaakt. Ook heeft hij in deze Maastrichtse tijd aan de grote verzameling originele en overgeschreven kerkhistorische handschriften van het Theologicum een eerste ordening en catalogisering gegeven.

Maar zijn eigen historisch onderzoek liet hem evenmin los. Zo gaf hij, samen met L.J. Rogier, Joannes Matthias Schrant. Autobiografische herinneringen (Tilburg, 1932) - een andere 19e-eeuwse katholieke emancipator - uit en zette hij zich vooral tot de bestudering van leven en werk van de door hem zeer bewonderde J.G. le Sage ten Broek, al zou het tot na de oorlog duren voordat hij dit werk gereed kreeg. Talrijke bijdragen verschenen bovendien van zijn hand: in de tijdschriften Studiën en Pro Pace publiceerde hij vele actuele beschouwingen over het vredesvraagstuk, en hij was een gewaardeerd medewerker van het katholiek Historisch Tijdschrift. Daarin baarde zijn artikel 'Onderzoek naar de kruisvertrapping in Japan door de Hollanders' van 1928 nogal wat opzien.

Oorlog en bezetting betekenden ook voor Gorris' leven een diepe insnijding. Niet alleen werd Studiën stopgezet, maar bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944 gingen ook zijn jarenlang verzamelde gegevens omtrent Le Sage ten Broek door brand verloren. Zijn verbazend geheugen en onvermoeibare werkkracht deden hem echter in korte tijd deze schade herstellen, zodat hij nog vóór zijn dood de verschijning van het eerste deel van zijn werk mocht meemaken: J.G. le Sage ten Broek en de eerste fase van de emancipatie der katholieken (Amsterdam, 1947), terwijl het tweede deel door de zorgen van F.J.M. Wassenaar in 1949 postuum kon verschijnen. De bevrijding bracht ondertussen voor Gorris nog andere taken mee. Het tijdschrift Studiën werd omgezet in een meer op moderne leest geschoeid Katholiek Cultureel Tijdschrift en hij werd daarvan een enthousiast medewerker met vele actuele beschouwingen die hij daarin plaatste. Bovendien werd hem opgedragen de grote bibliotheek van het Canisius College te Nijmegen naar de in dat College daarvoor bestemde ruimte terug te brengen van de particuliere adressen waar deze tijdens de oorlog uit veiligheidsoverwegingen waren ondergebracht. Het zou zijn laatste taak zijn.

Men kan zeggen dat Gorris als historicus een werkprogram ontwierp en gedeeltelijk zelf verwezenlijkte, met richtlijnen volgens welke jongere historici, zoals Rogier, hun onderzoek hebben ingesteld en tot verdere resultaten weten te brengen.

A: Dossier-Gorris in het Archief van de Nederlandse Provincie der Jezuïeten te Nijmegen. De meeste persoonlijke documenten van Gorris zijn echter verbrand bij de bevrijding van Nijmegen in september 1944.

P: Bibliografie in Archief van de Nederlandse Provincie der Jezuïeten te Nijmegen. Zie verder registers van Studiën.

L: K.J.D.[erks], in Ons college-jaarboek (1947-1948) 41.

J.T.P. Barten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013