Hamburger, Salomon Herman (1898-1946)

 
English | Nederlands

HAMBURGER, Salomon Herman (1898-1946)

Hamburger, Salomon Herman (bekend onder de naam Herman de Man; wijziging geslachtsnaam in De Man bij KB van 9-9-1943), schrijver, journalist (Woerden 11-7-1898 - Schiphol, gem. Haarlemmermeer 14-11-1946). Zoon van Herman Salomon Hamburger, koopman, en Sara Cohen Schavrien. Gehuwd op 19-3-1924 met Eva Jeannette Marie Kalker. Uit dit huwelijk werden, behalve 1 zoon die jong overleed, 4 zoons en 3 dochters geboren. afbeelding van Hamburger, Salomon Herman

Herman de Man tekende zichzelf, in de verhalen waarin hij zijn jeugd verwerkte, als een gevoelig joods jongetje, dat geconfronteerd met het niet al te gelukkige huwelijk van zijn ouders, al vroeg weet had van eenzaamheid en verdriet. Hij bezocht de ULO in Oudewater en volgde een jaar lang lessen aan de Avondtekenschool. In diezelfde periode trok hij samen met zijn vader, door financiële nood gedwongen, met mollevellen en andere koopwaar door de Lopikerwaard. Op deze tochten werd Sallie geïnspireerd voor zijn latere romans en verhalen. Uit het fel levende, gretig observerende jochie Sallie groeide de kritische, rebelse, onmaatschappelijke, gecompliceerde Sal Hamburger. Contacten met de Amsterdamse declamatrice Adriana Jacomina (Jeanne) Berkhout en haar vader, die een geestverwant van Domela Nieuwenhuis was, voedden zijn socialistische en anarchistische sympathieën. Als vurig pacifist weigerde hij het militaire uniform aan te trekken - dit bezorgde hem twee jaar gevangenisstraf. Eenmaal weer vrij moest hij, na frauduleuze handelingen in Dordrecht, de wijk nemen naar België. In Brussel vond hij journalistiek werk en werd hij redacteur van Het Laatste Nieuws, zich voor het eerst bedienend van zijn pseudoniem Herman de Man. Na zijn terugkeer in Nederland, eind 1921, werd hij prompt gearresteerd.

Na zijn gevangenisstraf van twee maanden in Scheveningen besloot hij een aangepaster leven te gaan leiden, om te voorkomen dat hij opnieuw met de strafrechter in aanraking zou komen. In die periode bouwde hij serieus aan zijn schrijverschap, waarbij Stijn Streuvels en Knut Hamsun zijn grote voorbeelden waren. In 1922 en 1923 werkte hij als verslaggever bij het Dagblad van Gouda. Daarna kwam hij in dienst van het Haagse persagentschap Vaz Dias, waar hij zijn, eveneens joodse, vrouw leerde kennen. In de eerste jaren van zijn huwelijk beleefde De Man grote successen als romancier, vooral met Het wassende water (1925). In 1927 ging hij, nadat zijn vrouw en kinderen hem hierin al waren voorgegaan, over tot de rooms-katholieke kerk. Over de motieven die hierbij een rol hebben gespeeld is niets concreets bekend. De Man bleef zich zeer bewust van zijn joodse afkomst en zag de opkomende gevaren van antisemitisme, zoals duidelijk blijkt uit zijn Over de joden en hunne vervolgers uit 1933, een brochure in een sfeer van grote ongerustheid geschreven.

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertrok De Man naar zijn 'schrijvershut' in de Franse Alpen. Via Portugal kwam hij in 1942 in Londen aan, en hier kreeg hij al vlug een functie bij de regeringsvoorlichtingsdienst en Radio Oranje. Tijdens zijn Londense tijd liet hij zijn achternaam officieel wijzigen in 'De Man'. In 1943 werd hij, na een ruzie met superieuren, overgeplaatst naar Curaçao, waar hij de plaatselijke radio-omroep ging opzetten. Ook hier weer conflictueuze situaties, voornamelijk veroorzaakt door zijn verzet tegen discriminatie van de inheemse bevolking. Pas in augustus 1945 keerde Herman de Man in Nederland terug naar zijn gezin, dat door de oorlog zwaar was gehavend: vrouw en vijf van zijn kinderen waren door de Duitsers weggevoerd en vermoord. De Man was gedesillusioneerd en vol wrok. Schrijven kon en wilde hij niet meer - hij ging in de autohandel. Samen met de twee kinderen die hem restten, trachtte hij in Eindhoven nog zoiets als een gezinsleven op te bouwen. Het was van korte duur: op 14 november 1946 kwam Herman de Man, terugkerend van een zakenreis in Engeland, bij een vliegtuigongeluk op Schiphol om het leven.

Het werk van Herman de Man heeft tot lang na de Tweede Wereldoorlog een groot publiek gevonden, maar de officiële kritiek sprak in het algemeen alleen maar denigrerend over deze 'verteller'. Zelf vond de schrijver dat 'vertellen' nu juist de essentie van zijn schrijverschap. Van literatuur met een al te intellectualistische inslag hield hij niet, en via polemieken keerde hij zich tegen de 'harteloze' kritieken van figuren als Menno ter Braak.

Herman de Man staat bekend als schrijver van streekromans. Meer dan als minutieus beschrijver van regionale bijzonderheden is hij echter van belang als documentalist van een bepaalde sfeer, een mentaliteit. De karakteristieke poldersfeer met zijn verbeten, met God en zichzelf worstelende calvinistische bewoners. Een atmosfeer die inmiddels tijdgebonden lijkt. Herman de Man maakte geen literaire foto's van zijn streek - hij doorgrondde de mentaliteit in een specifiek gebied, in een bepaalde periode.

In het merendeel van zijn werk vertelt Herman de Man meeslepend en plastisch. Voor de moderne lezer evenwel komen zijn romans wat traag op gang, zijn de dialogen soms te breedvoerig en nogal houterig en schept het dialectisch getinte taalgebruik ook de nodige afstand. Vanuit cultuur- en sociaal-historisch oogpunt bezien kan echter gezegd worden dat De Man de kroniek van een deel van Nederlands plattelandsbevolking heeft vastgelegd.

Naast het schrijven van romans en verhalen hield Herman de Man zich ook bezig met journalistiek werk (onder meer voor De Maasbode en De Groene Amsterdammer) en verzorgde hij sinds 1927, naast het wekelijkse 'Literair halfuurtje' voor de KRO-radio, radiodebatten in de serie 'Krakeelen', zoals in 1929 het tweegesprek over fascisme of democratie tussen Wouter Lutkie en Max van Poll, en verder reportages o.a. op sportgebied. Tevens was hij redacteur van het Blijmoedig maandblad van destilleerderij Rijnbende.

A: Collectie-Herman de Man in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage.

P: Zie voor volledige bibliografie E. Gerards, 'Herman de Man-bibliografie', in Heemtijdinghen 14 (1978) 4 (december) 49-84.

L: H.A. Ett, Herman de Man (een poging tot reconstructie van zijn verhalend proza) (Oudewater, 1978); ,,De vier waarden". Orgaan van de Vereniging Herman de Man (Oudewater, 1979-); H.A. Ett, Wie was Herman de Man (Oudewater, 1980); J. Groot, L'inspiration romanesque de Herman de Man: proto-histoire du régionalisme matri-centrique (Parijs, 1984). Proefschrift Universiteit van Parijs; G.M.C. Vaartjes, 'Herman de Man: chroniqueur van een mentaliteit', in De Lopikerwaard, in het land van Herman de Man. Onder red. van B.R. Feis (Alphen aan den Rijn, 1985) 54-75; H. Joosten, 'Herman de Man en de omroep', in ,,De vier waarden" (1985) 10 (oktober) 10- 13; H. Povée, Herman de Man (Rotterdam, 1986); Een toegenegen vriend, al ben ik wellicht lastig. De briefwisseling tussen dr. P.H. Ritter en Herman de Man (1928-1946). Bezorgd en van aant. voorz. door Jan J. van Herpen (Utrecht, 1986).

I: Gé Vaartjes, Beeld van De Man. Herman de Man (1898-1946), een leven in foto's (Noorden 2006) 72 [De Man omstreeks 1927].

Gé Vaartjes


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013