IJsselmuiden, Joseph Johan Wilhelm (1887-1967)

 
English | Nederlands

IJSSELMUIDEN, Joseph Johan Wilhelm (1887-1967)

IJsselmuiden, Joseph Johan Wilhelm, accountant en politicus (Arnhem 23-3-1887 - Arnhem 1-4-1967). Zoon van Augustinus IJsselmuiden, kruidenier, en Anna Bernardina Wouters. Gehuwd op 30-8-1912 met Theodora Francisca Hendrika Brons. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. Na haar overlijden (20-1-1951) gehuwd op 18-5-1955 met Josephina Wilhelmina Elisabeth Brons. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van IJsselmuiden, Joseph Johan Wilhelm

IJsselmuiden bezocht in Arnhem de lagere school, in Sint-Michielsgestel de katholieke kostschool 'Huize Ruwenberg' van de fraters van Tilburg en daarna de gemeentelijke HBS te Arnhem. In 1907 behaalde hij de MO-akte boekhouden, en vanaf 1911 was hij als accountant werkzaam te Arnhem. Daarnaast heeft hij, lid geworden van de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP), een interessante politieke carrière gehad: het begon in 1919 met een lidmaatschap van de Arnhemse gemeenteraad (1919-1946) en van de Gelderse Provinciale Staten (1919-1932). Vanaf 1919 tot 1925 was hij, met een korte onderbreking in 1921, wethouder van sociale zaken en later financiën. Gedeputeerde was hij van 1946 tot 1956, lid van de Eerste Kamer vanaf september 1932 tot mei 1933, om hierna tot de Tweede Kamer toe te treden tot maart 1950.

Op het nationale en provinciale niveau is IJsselmuidens leven en werken minder in het oog springend geweest dan in Arnhem en omgeving. In deze stad was hij decennia lang de exponent van emancipatie van katholieken ten opzichte van de liberalen en sociaal-democraten, maar ook van ontvoogding van het katholieke volk van arbeiders en kleine middenstand van de overwegend liberaal georiënteerde katholieke aristocratie. In 1919 was IJsselmuiden voor Arnhem een homo novus in de (katholieke) politiek. Hij werd de eerste katholieke wethouder. Dit was een hele omslag in Arnhem. De eerste verkiezing met algemeen stemrecht in 1919 had, mede door toedoen van onder meer IJsselmuidens propaganda, geleid tot meer dan een verdubbeling van het aantal katholieke raadsleden. Voor het eerst kwam nu het numerieke aandeel van de katholieken in Arnhem (ca. 40%) ook enigszins tot uitdrukking in de verdeling van raadszetels. Mede door de bezielende activiteit van jongeren uit de kring van de RK Jongelingen-Vereeniging ''St. Carolus Borromeus" bleek de katholieke kiesvereniging nu ook de katholieke arbeiders aan te spreken. Zeker de eerste tien tot vijftien jaren van zijn politieke carrière zijn bepaald bewogen te noemen. In 1919 speelde hij als kandidaat-wethouder van de rechtse raadsfractie (confessionelen) een belangrijke rol bij de vorming van een 'afspiegelingscollege' op basis van een politiek programma: het convenant. IJsselmuiden was met de socialist L. Hermans en enkele liberalen de architect van dit vroege voorbeeld van doorbreking van de antithese tussen confessioneel en niet-confessioneel. In de praktijk bleek het convenant niet te werken. Uit teleurstelling en woede over de consequent afwijzende houding van zijn opponenten ten aanzien van 'katholieke verlangens' trad hij in februari 1921 na een flinke rel als wethouder van sociale zaken af. Een half jaar later keerde hij als wethouder van financiën terug

Deze 'fanatieke jonge Roomsche volksman', zoals burgemeester S.J.R. de Monchy hem kenschetste, won weliswaar na 1921 geleidelijk de sympathie van de sociaal-democraten, maar riep tegelijkertijd groeiende tegenstand op in het liberale kamp en vooral in zijn eigen katholieke fractie. IJsselmuiden kwam met enkele vertegenwoordigers van de arbeiders te staan tegenover de middenstand en enkele werkgevers. Zelfs de Arnhemse clerus bemoeide zich met de conflicten en zag IJsselmuiden als het grootste struikelblok voor katholieke eenheid in de politiek. Bij de begrotingsbehandelingen voor 1926 stemde zijn fractie verdeeld over zijn voorstellen. Hij trad af en werd fractievoorzitter. Misschien mede om deze interne oorzaken raakte hij in de lokale politieke arena op de achtergrond. Zijn politiek werd in elk geval bedachtzamer, en ook door zijn provinciale en nationale bemoeienissen groeide hij uit tot éminence grise van de katholieke politiek in Arnhem. Hij bleef als propagandist zeer actief tot in de jaren vijftig, en 'De oude IJ', zoals hij in Arnhem werd genoemd, heeft menige crisis binnen de Arnhemse of Gelderse RKSP en Katholieke Volkspartij (KVP) bezworen.

IJsselmuidens politieke carrière zou model kunnen staan voor een hele generatie katholieke politici: begonnen nog vóór de periode van het Rijke Roomsche Leven (1920- 1940) en aflopend in de nadagen van de katholieke verzuiling. Voor deze generatie was het politieke leven verstrengeld met een veelzijdige en intensieve bemoeienis met tal van verzuilde organisaties op diverse niveaus en terreinen. IJsselmuiden was voorzitter van de RK Jongelingen-Vereeniging ''St. Carolus Borromeus" (1904-1907), oprichter en bestuurder van de Katholieke Sociale Actie (1906 - 1923), die ter bevordering van katholieke eenheid alle sociale organisaties trachtte te omvatten, en lid van de culturele vereniging Geloof en Wetenschap (vanaf 1908). Hij was bovendien bijna 50 jaar actief in de RK Drankbestrijding en in het kader van de RK Kinderuitzending. Dit laatste werk ontstond in 1914, toen veel Belgische vluchtelingen in Nederland tijdelijk onderdak vonden; later bestond het uit het verzorgen van een tijdelijk vakantieverblijf voor stadskinderen op het platteland. In de jaren dertig was hij de ziel van de Algemeene RK Propagandaclub, in de jaren twintig bestuurder van het RK Maatschappelijk Ziekenhuiswerk, de RK Volksuniversiteit, de RK Hoogere Burgerschool, de RK Reclasseringsvereeniging en bestuurder van de Geldersche Spaarbank, dit alles te Arnhem. Verder was hij een tijd lang landelijk voorzitter van de bond van katholieke gemeenteraadsleden, voorzitter van de Provinciale Bond het 'Wit-Gele Kruis'. Ook voor algemene maatschappelijke belangen in zijn provincie kwam hij op: bijv. als commissaris van de Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij. Hiermee zijn alleen nog maar de belangrijkste functies genoemd.

Kenmerkend voor IJsselmuidens optreden in politieke colleges en openbare bijeenkomsten waren zijn spontaniteit en directheid. Mede hierdoor was hij voor velen een begenadigd spreker en propagandist. Zijn soms primaire reacties leidden ook wel tot minder diplomatieke omgang met politieke opponenten. Verder was hij een bescheiden man. Zeker in de tweede helft van zijn carrière zocht hij de publiciteit niet en werkte hij liever achter de schermen dan in de schijnwerpers van de pers.

Zijn inspiratiebron van het katholicisme, maar dan wel een sociaal-politieke variant die in de traditie stond van H.J.A.M. Schaepman, A.M.A.J. Ariëns en H.A. Poels. Deze stond in vele kwesties lijnrecht tegenover de conservatief-katholieke stroming van vooral werkgevers. In katholiek Arnhem symboliseerde het politieke succes van IJsselmuiden de succesvolle opkomst van jonge kritische katholieken, werknemers en kleine middenstanders. Het tijdperk dat alleen katholieke regenten van aristocratische komaf de dienst uitmaakten in het politieke, culturele en sociale leven van de katholieke Arnhemmers werd met de komst van IJsselmuiden als eerste katholieke wethouder afgesloten.

A: Gemeenteverslagen in Gemeentearchief Arnhem.

L: Herdenkingsartikelen in Arnhemsch Dagblad, 2-3-1932 en 21-3-1957; Het Centrum, 2-3-1932; De Gelderlander-Pers, 21-3-1957 en 4-4-1967 aanwezig in collectie knipsels van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2A10835 [Foto: archief Katholieke Volkspartij].

T. Duffhues


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013