Jongeling, Pieter (1909-1985)

 
English | Nederlands

JONGELING, Pieter (1909-1985)

Jongeling, Pieter (pseud. Piet Prins), journalist en kamerlid (Akkerwoude, gem. Dantumadeel 31-3-1909 - Amersfoort 26-8-1985). Zoon van Hermann Jongeling, onderwijzer, en Hindrikje Niemeijer. Gehuwd op 1-2-1940 met Klaassina Heerema. Uit dit huwelijk werden, behalve 1 zoon die jong overleed, 3 zoons en 6 dochters geboren. afbeelding van Jongeling, Pieter

Pieter Jongeling groeide op in Winschoten, waar zijn moeder na het vroege overlijden van haar man in de 'rooie buurt' de Garst een kleine kruidenierswinkel dreef. Hij doorliep de ulo en werkte van 1924 tot 1929 in de kwekerij van zijn grootvader te Hoogezand. Geld voor een universitaire studie was er niet. Jongeling behaalde langs de weg van zelfstudie de onderwijzersakte (1932) en de hoofdakte (1935). Lange tijd was hij voorzitter van de gereformeerde jongelingsvereniging te Winschoten. Daar vooral leerde hij zijn gedachten funderen en vorm geven. Geregeld werk vond Jongeling niet zo spoedig. Wel publiceerde hij verhalen en gedichten in de protestants-christelijke pers, vanaf 1935 regelmatig in de Nieuwe Provinciale Groninger Courant. Dat blad nam hem in 1937 in de vaste staf op als redacteur buitenland.

Jongeling was toen reeds wat hij altijd blijven zou, een man die met de bijbel leefde. In die zin ook wilde hij als journalist werkzaam zijn. Toen zijn krant in oktober 1941 ophield te verschijnen, trad hij toe tot een door J.A.H.J.S. Bruins Slot georganiseerde antirevolutionaire kadergroep, waarvan de leden in besloten kring voorlichting gaven over actuele vraagstukken. Dat leidde tot zijn arrestatie op 21 april 1942. Als 'fanatischer Gegner des Nationalsozialismus' kwam hij terecht in het concentratiekamp Sachsenhausen-Oranienburg waar hij door de Russen bevrijd werd. Later zou hij zeggen, dat de drie kampjaren hem in zijn geloof hadden gesterkt. 'Ik wist: de Here is hier met mij; ik zag vaak zijn bewarende hand.'

Terug in Groningen, hervatte Jongeling in mei 1945 zijn werk bij de krant, nu als hoofdredacteur. Na enige tijd echter rezen er spanningen tussen hem en de directie. In het conflict dat in 1944 de Gereformeerde Kerken gescheurd had, stond Jongeling aan de zijde van K. Schilder. Met vele anderen ging hij de vrijmaking zien als startpunt van een groot vernieuwingsproces - een reformatie, zoals men het dikwijls noemde - dat vanuit de (Vrijgemaakte) Kerk alle sectoren van het christelijk leven zou doordringen. Toen deze gedachten bij Jongeling tot rijpheid waren gekomen vertrok hij bij de Nieuwe Provinciale Groninger Courant (april 1948), om de leiding op zich te nemen van het Gereformeerd Gezinsblad, dat voor zijn kerkgenoten de taak van de krant zou moeten overnemen. Begonnen als weekblad, groeide het in elf jaar tot dagblad uit. Eind 1967 nam het de naam Nederlands Dagblad aan.

De geboorte van het Gereformeerd Gezinsblad viel ongeveer samen met het ontstaan van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Beide ontsproten aan dezelfde wortel: gehoorzaam zijn aan de eis van Gods onfeilbaar woord sloot in, zich te voegen bij de kerk die Christus zich hier op aarde vergadert. Maar dan kon ook geen politieke samenwerking mogelijk zijn met hen die de vraag naar de ware kerk ontweken.

In die geest lichtte Jongeling zijn lezers voor. Zijn hoofdartikelen, waarvan vele later gebundeld zijn, zetten de consequenties van de kerkelijke keuze helder uiteen, klemmend en overtuigend voor allen die zijn uitgangspunten aanvaardden. Zijn partijgenoten gingen daarom in hem de man zien die de visie van het GPV in de landspolitiek voor het voetlicht zou kunnen brengen. Jongeling gaf eigenlijk aan de krant de voorkeur, doch liet zich overhalen. In 1963 trad hij als eerste vertegenwoordiger van het GPV in de Tweede Kamer aan. Zijn aandacht ging vooral uit naar onderwerpen die zijn geloofsovertuiging raakten. Voorstellen tot invoering van een abortuswet vonden in hem een krachtig bestrijder. De overheid zou dan de bescherming juist van de allerzwaksten prijsgeven, en een wet tot regeling van de euthanasie zou onvermijdelijk de volgende stap zijn.

In en buiten de Kamer oogstte Jongeling veel waardering voor zijn eerlijke en principiële benadering van de politiek. Bij de stembus kwam dat in 1971 tot uitdrukking in een tweede zetel voor het GPV. Om die winst te consolideren zou echter de partij haar binding aan één kerkgenootschap hebben moeten prijsgeven. Daartoe bleek zij niet bereid, zodat de extra zetel verloren ging toen Jongeling zich in 1977 uit de politiek terugtrok. In 1974 had hij inmiddels ook het hoofdredacteurschap van het Nederlands Dagblad neergelegd. Wel leverde hij nadien nog regelmatig bijdragen, niet alleen van politieke aard.

Vanaf de oprichting van het Gereformeerd Gezinsblad had Jongeling onder de naam Piet Prins jeugdfeuilletons geschreven, die dan later in boekvorm uitkwamen. Zo zijn meer dan zestig boeken van zijn hand verschenen, gewoonlijk in series, waarvan Snuf de hond (Rotterdam, 1954) de meeste opgang maakte. Ook als jeugdauteur verloochende Jongeling zijn herkomst niet. De serie die startte met Wambo de jonge Papoea (Rotterdam, [1961]) bedoelde jeugd nader bij het werk van de zending te betrekken.

Jongeling heeft zijn gehele leven in één zelfde kring gesleten, die zich in de engte van de verzuiling voedde uit haar eigen geestelijke bronnen. Dat isolement was bewust gezocht. Jongeling wilde in de eerste plaats bijdragen tot de vorming en weerbaarheid van zijn geloofsgenoten. De toekomst zag hij enerzijds met zorg tegemoet. De christelijke Nederlandse staat was in de negentiende eeuw neutraal geworden, en leek nu in een antichristelijke te ontaarden. Er zou een tijd aanbreken waarin voor een waarachtig christen geen leven meer mogelijk was. Anderszijds twijfelde hij niet dat Gods beloften aan zijn volk vervuld zouden worden. In zijn kinderlijke geloof bleef hij onder alle omstandigheden zeker van Gods trouw. Deze zekerheid straalde bij hem een blij moedigheid uit naar buiten die 'zowel innemend als hartelijk was, ook waarneembaar voor velen die hem politiek of godsdienstig niet volgden.

P: Terwille van het Koninkrijk (Groningen, 1956) en verschillende andere bundels hoofdartikelen; 14 jaar in de Tweede Kamer, 1963-1977. [Samengest. door J.P. de Vries] (Amsterdam, 1977); met J.P. de Vries en J. Douma, Het vuur blijft branden. Geschiedenis van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in Nederland, 1944-1979 (Kampen, 1979).

L: G. Puchinger, Hergroepering der partijen? (Delft, 1968); J. Kamphuis, J.P. de Vries en A.J. Verbrugh, De waarde van het woord. Een historische lijn in 150 jaar christelijke journalistiek. Onder red. van T.J. Kerpel (Groningen, [1974]); Winschoter Courant, 20-3-1976 en 27-8-1985; Geroepen en gegaan. Peter Bergwerff en Tjerk S. de Vries in gesprek met P. Jongeling (Groningen, 1983); Nederlands Dagblad, 27-8-1985; Reformatorisch Dagblad, 27-8-1985; De Reformatie, 7-9-1985; Neerlandia + algemeen-Nederlands archief 89 (1985) 4 (okt.) 188-190; Gedenkboek GPV 1948-1988 [red. J. van der Jagt et al.] (Amersfoort, 1988).

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Collectie ANEFO; Jongeling in februari 1967].

A.Th. van Deursen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013