Kreukniet, Pieter Bastiaan (1899-1983)

 
English | Nederlands

KREUKNIET, Pieter Bastiaan (1899-1983)

Kreukniet, Pieter Bastiaan, hoogleraar staathuishoudkunde en statistiek (Hillegersberg 22-3-1899 - Oegstgeest 26-1-1983). Zoon van Wouter Kreukniet, accountant, en Johanna Elizabeth Theunissen. Gehuwd op 29-12-1936 met Nelly Vervloet. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 3 dochters geboren.

Kreukniet volgde van 1910 tot 1915 te Rotterdam de HBS en studeerde in diezelfde stad handelswetenschap aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, waar hij in 1919 doctoraal examen deed. Daarna was hij werkzaam op het accountantskantoor van zijn vader. In 1929 verwierf hij aan genoemde hogeschool het doctoraat in de handels-wetenschap op het proefschrift Het vraagstuk der loonsverhoogingen (Amsterdam, 1929) met prof. F. de Vries als promotor. Van 1936 tot 1939 was hij eerst sous-chef en daarna chef van het Economisch Researchbureau van het departement van Economische Zaken en Arbeid, later Economische Zaken. Tussen 1935 en 1939 oefende hij ook het leraarschap balansleer aan de Hoogere Krijgsschool te 's-Gravenhage uit.

In 1939 ontving Kreukniet een benoeming tot hoogleraar staatshuishoudkunde en statistiek aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit te Groningen, aanvaard met de intreerede Conjunctuurtheorie en conjunctuurtheorieën (Groningen, 1939). In de laatste oorlogsjaren moest hij zich schuil houden, omdat hij wegens de door de Duitse bezetters geëiste loyaliteitsverklaring van studenten verkozen had zijn onderwijs te staken. In 1950 werd deze Groningse functie omgezet in een gelijknamige leeropdracht aan de juridische faculteit der Rijksuniversiteit te Leiden, ter gelegenheid waarvan Kreukniet de inaugurale rede Aanvaardbare mededinging (Haarlem, 1951) uitsprak. In 1968 ging hij met emeritaat. Hij verleende langdurig medewerking aan de redactie van het leidende Nederlandse vaktijdschrift De Economist, en wel van 1945 tot 1966 als lid en van 1966 tot 1974 als voorzitter.

Ook oefende Kreukniet enkele praktische functies in het economische leven uit: van 1948 tot 1965 regeringscommissaris en vervolgens nog eens drie jaren gewoon commissaris van Hoogovens NV te IJmuiden; van 1952 tot 1965 president-commissaris van Breedband NV te IJmuiden, opgericht in verband met de financiële staatsdeelneming in de naoorlogse uitbreiding van de produktiecapaciteit van staal; van 1958 tot 1974 lid van de Commissie Economische Mededinging (ingevolge de Wet Economische Mededinging ingesteld ter advisering van de regering), dit als vervolg op zijn lidmaatschap sinds 1950 van de Commissie Bedrijfsregelingen.

In wetenschappelijk opzicht mengde hij zich overigens niet vaak in discussies over praktische en economisch-politieke vraagstukken, maar bepaalde hij zich in hoofdzaak tot theoretische kwesties.

Hij schreef in 1937 een essay over de devaluatie in België, respectievelijk in 1940 en 1949 preadviezen over de overheidscontrole op lonen en prijzen en over de beginselen der belastingheffing, verder van 1940 tot 1969 artikelen, discussiebijdragen en boekbesprekingen in De Economist en tussen 1945 en 1974 enkele bijdragen aan Economisch-Statistische Berichten (zie P). Vermelding verdient nog het supervisorschap van de - ook voor de economische geschiedbeoefening essentiële - werken De Nederlandse volkshuishouding tussen twee wereldoorlogen. Een bijdrage aan de economische vernieuwing (Utrecht [etc.], 1952. 3 dl.). Het zwaartepunt van Kreukniets publicistische activiteit lag tussen eind jaren '30 en in de eerste jaren '50. Het intellect waarover hij beschikte, toonde zich eerder in het gehalte dan in het aantal of de omvang van zijn geschriften.

Als theoreticus was Kreukniet zich - en dit ook met het oog op het praktische nut van de economische wetenschap - bewust van het gevaar van verwijdering tussen een al te abstracte theorie en de werkelijkheid. Dit zien we al in de dissertatie, die handelde over de vraag welke speelruimte tot beïnvloeding van de loonvorming er voor vakverenigingen is, gegeven de werking van de wetmatigheden van de markteconomie. Behalve de reeds genoemde onderwerpen trokken de volgende zaken zijn aandacht: de werking van het marktmechanisme en de betekenis van de mededinging onder monopolistische voorwaarden; de zin van het evenwichtsbegrip en van de statische benadering in de economische theorie, aangevochten door de latere hoogleraar F.A.G. Keesing, met wie Kreukniet hierover onder de titel 'De economische theorie en het evenwichtsbegrip' discussieerde in De Economist 89 (1940) 555-579 (Kreukniet) en 673-684 (Keesing); en de kwestie van het monetaire evenwicht en de neutraliteit van het geld, waarover naar aanleiding van Kreukniets 'Monetair evenwicht revisited', in De Economist 112 (1964) 385-401, een discussie met prof. F.J. de Jong in De Economist 113 (1965) 738-773 gevoerd werd. In het preadvies over de beginselen van de belastingheffing stelde Kreukniet de conjunctuurpolitieke doelstelling der belastingheffing op gelijke hoogte met de financieringsfunctie. Daarmee en in een - hoewel ook kritische - necrologie 'John Maynard Keynes', in 25e Economist 94 (1946) 335-350, toonde hij zich, zelf opgegroeid in de pre-Keynesiaanse economie, ontvankelijk voor Keynes' ideeën.

Als docent was Kreukniet plichtsgetrouw, perfectionistisch en toegewijd, maar ook wel gevreesd. In wetenschappelijk opzicht nam hij onder de Nederlandse economen een verdienstelijke plaats in. Zijn geschriften kenmerken zich door strenge systematiek, heldere stijl en afwezigheid van overbodige franje. P. Hennipman (zie L) karakteriseert hem als een imponerende, zwierige man met de allure van grand-seigneur, gehecht aan traditie en goede vormen. Hij was sportsman en erudiet. Zo was hij een groot kenner van Goethe en zeer deskundig op het terrein van de architectuur.

P: De voornaamste publikaties in onder L vermeld artikel van Hennipman. Zie verder Algemeen register op de jaargangen 1938 - 1959 van De Economist (Haarlem, 1961) en de jaarlijkse auteursregisters 1945-1974 van Economisch-Statistische Berichten. Een tweetal publikaties die bij Hennipman bibliografisch incompleet resp. niet zijn vermeld: 'Prae-advies...', in Prae-adviezen en Memorandum over overheidscontrôle op prijzen en inkomens ('s-Gravenhage, 1940) 36-61. Vereeniging voor de Staathuishoudkunde en de Statistiek: 57, en 'In memoriam prof. mr. dr. Gerard Marius Verrijn Stuart', in De Economist 117 (1969) 593 -596.

L: P. Hennipman, in De Economist 131 (1983) 153-160.

A.C.A.M. Bots


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013