Kruseman, Wilhelmina Jacoba Pauline Rudolphine (1839-1922)

 
English | Nederlands

KRUSEMAN, Wilhelmina Jacoba Pauline Rudolphine (1839-1922)

Kruseman, Wilhelmina Jacoba Pauline Rudolphine(Mina), feministe (Velp, gem. Rheden 25-9-1839 - Boulogne-sur-Seine (Frankrijk) 2-8-1922). Dochter van Hendrik Georg Kruseman, gen.-majoor inf. O.I.L., en Jenny Dorothee Hermine Cornelie Cantzlaar. Sinds 1881 onderhield zij een intieme relatie met F.J. Hoffman, fotograaf en muziekleraar. Er waren 2 dochters. afbeelding van Kruseman, Wilhelmina Jacoba Pauline Rudolphine

Mina groeide samen met haar drie zusters op in Indië. In 1854, na de pensionering van haar vader, keerde het gezin terug naar Nederland en vestigde zich in Ginneken. Na de dood van haar moeder (1859) verhuisde zij met haar vader en zusters naar Brussel. In die periode nam Kruseman zang- en pianolessen aan het Brussels conservatorium en zong ze op muziekavonden en concerten. In de zomer van 1865 was zij korte tijd verloofd. De verbreking van deze verloving om familieredenen betekende voor haar een pijnlijke ervaring en kan haar latere uitlatingen tegen het huwelijk verklaren. Ze verwerkte deze gebeurtenis ook in een hoofdstuk van haar roman Een huwelijk in Indië ('s-Gravenhage, 1873). Nadat haar pogingen een engagement te verwerven in Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage, Utrecht en Arnhem waren mislukt, ging zij in 1870 naar Parijs om haar zangopleiding voort te zetten. Het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog noodzaakte haar echter in augustus van dat jaar naar Brussel terug te keren en bracht haar tot haar eerste pacifistisch-getinte uitlatingen.

In 1871 vertrok Kruseman naar de Verenigde Staten met het plan daar onder het pseudoniem Stella Oristorio di Frama een carrière als concertzangeres op te bouwen. Gebrek aan geld om een eigen reclamecampagne te voeren en een weigering in te gaan op de eisen van de managers hebben dat volgens haar eigen zeggen verhinderd (Sprekende Portretten, 25). In de zuidelijke staten had zij weliswaar succes met haar optredens, maar dat bracht haar geen financieel voordeel. Daarom keerde ze in 1872 naar Brussel terug.

Tijdens haar verblijf in Amerika had Kruseman haar roman Een huwelijk in Indië geschreven. Het boek beschreef en kritiseerde de leegheid van de meeste vrouwenlevens en de onzedelijkheid van een huwelijk uit conventie. Voordat het boek eind 1873 werd uitgegeven, had ze lang geruzied met de uitgever Nijhoff over titel, vorm en inhoud en over haar auteursrechten. Dit gekibbel over de inhoud bracht haar ertoe een hoofdstuk 'Uit het leven van een dokter', gepubliceerd in De Nederlandsche Spectator (1872) 380-383; 387-390, in het openbaar voor te lezen als aanbeveling voor het boek. De uitgever zou echter in het boek zelf het in zijn ogen minder geslaagde hoofdstuk weglaten. Ondertussen had eind 1872 de feministe Betsy Perk contact met haar gezocht en was daarop van maart 1873 af een reeks van optredens in het openbaar gevolgd, waarbij zij beiden op eigen wijze haar feministische idealen beleden. Kruseman las haar schets 'De Zusters' voor, waarin zij - door de mond van haar romanfiguur Norah - een fel pleidooi hield voor de emancipatie van de vrouw, voor haar recht op eervolle broodwinning en tegen de opvoeding voor een huwelijk, terwijl veel vrouwen toch niet trouwen. In de pers kreeg Kruseman deels positieve reacties, vooral door haar voordracht, deels negatieve, wegens haar radicale opvattingen over vrouwenemancipatie. Zelfs in het vrouwenblad Ons Streven werd haar voorstelling van zaken gekritiseerd (21-5-1873). Op spotprenten werd zij afgebeeld als een 'moderne Judith', die alle mannen wilde onthoofden. In mei 1873 was de tournee afgelopen en eindigde de samenwerking met Betsy Perk. Kruseman ging daarna door met het houden van lezingen en voordrachten in een solo-optreden. Zij had een toneelbewerking gemaakt van haar roman Een huwelijk in Indië: 'De Echtscheiding' getiteld, en die droeg ze voor, aanvankelijk alleen, in 1874 met een gezelschap. Dit laatste werd een fiasco.

Haar aanvallen op het anti-artistieke klimaat in Nederland hadden ondertussen de aandacht getrokken van Multatuli. Zij bezocht hem in 1873 en 1874 in Wiesbaden. Vanaf najaar 1873 correspondeerde zij regelmatig met hem over haar visie op het leven, op het huwelijk, op vriendschappen van vrouwen met mannen in het algemeen en die van haar met Multatuli in het bijzonder. Ook schreef ze aan Multatuli"s vriendin, Mimi Hamminck Schepel, vooral wanneer ze een meningsverschil had met de schrijver.

Met haar lezingen en boeken had zij ondertussen genoeg verdiend om (begin 1874) een reis naar Italië te maken. Terug in Nederland, stelde ze alles in het werk om ervoor te zorgen dat Multatuli's toneelstuk Vorstenschool opgevoerd zou worden: ze zou zelf de hoofdrol spelen en zorgde voor een contract. Tijdens de repetities begin 1875 kwam het tot een ruzie tussen Kruseman en Multatuli, die een definitieve breuk tot gevolg had. Hoewel het stuk op zich zelf daarna succes had, werd Kruseman al spoedig ontslagen. Het stuk werd verder gespeeld met een andere actrice in de hoofdrol. In het najaar van 1875 maakte zij vervolgens, samen met haar leerlingen Elize Baart en Hélène Gerritsen, een laatste tournee door Nederland. Ze speelden toen haar stuk 'Een blik in de kunstenaarswereld' (Mijn leven, III, 101 -143), over kunst en kritiek in Nederland. In september 1877 vertrok zij ten slotte naar Indië, waar haar zuster en zwager, S. van Deventer, woonden. Voor haar vertrek schokte ze nog één keer het Nederlandse publiek door de uitgave van Mijn leven (Dordrecht, 1873. 3 dl.), een verzameling van vooral intieme brieven van haarzelf en door anderen aan haar geschreven over de periode mei 1858-maart 1877.

Spoedig na aankomst in Batavia begon zij lezingen te houden, echter zonder veel succes. Na enkele maanden verhuisde zij naar Soerabaja, waar zij in de loop van 1878 haar lezingenreeks reeds stopzette en zich tot taak stelde Indonesische en Chinese meisjes tot zelfbewuste vrouwen op te voeden. Deze opvoedingsactiviteiten brachten haar in conflict met de religieuzen, die een belangrijk deel van het meisjesonderwijs verzorgden. Zij gaf in die zelfde tijd ook les in pianospelen, zang en toneel, en in 1880 voerde zij samen met haar leerlingen een door haar geschreven toneelstuk op, Cendrillon... (Pasoeroean, 1880) geheten, een variatie op het Assepoestersthema. Ondanks felle kritiek op deze voorstellingen bleef zij toneelspelen.

In 1881 ging zij samenwonen met de schrijver F.J. Hoffman, die toen in de twintig was. Dit leidde tot een schandaal; het leven werd haar tot zulk een hel gemaakt dat zij samen met Hoffman in 1883 Indië verliet. Ze woonden korte tijd in Italië; daar - in Rome - werden hun twee dochters geboren, die beiden zeer jong overleden. Daarna vestigden zij zich in Boulogne-sur-Seine bij Parijs. Hoffman werkte als fotograaf en gaf vioolles; Kruseman gaf zangles. Nadat Hoffman zijn werk als fotograaf verloren had, leefde het paar van een kleine lijfrente en van muzieklessen. Hoffman stierf omstreeks het einde van de Eerste Wereldoorlog. Hierna ondertekende Kruseman haar brieven meermaals met 'Mina Hoff-Kru' (Collectie Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum). De ervaringen van de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk hadden inmiddels de pacifistische gevoelens bij Kruseman sterk aangewakkerd en haar bewogen tot het schrijven van een brochure Appel à toutes les femmes du monde entier (S.l., s.a.), een oproep tot een vredesbeweging van vrouwen. Deze pacifistische activiteiten brachten haar op het einde van haar leven in contact met de Nederlandse vrouwenbeweging. Zij correspondeerde hierover o.a. met Jeanne Reyneke van Stuwe, redactrice van het Nederlandse blad De Vrouwenspiegel. Maar ouderdom begon haar te plagen: sedert 1920 was zij slecht ter been en verliet zij haar huis praktisch niet meer. Haar vroegere leerlingen bezochten haar geregeld en zorgden voor haar. Voor het overige leefde zij tamelijk alleen en teruggetrokken tot zij in 1922 op 82-jarige leeftijd in Boulogne-sur-Seine overleed.

Wilhelmina Kruseman heeft bewust gekozen voor een leefwijze die tegen de conventies inging: zij voorzag in haar onderhoud door voor een vrouw van haar stand ongewone artistieke activiteiten, zoals zang en voordracht, toneelspel en protestlezingen; zij ging samenwonen en was ongehuwd moeder. Ze voelde zich tot het excentrieke aangetrokken en werd zelf vaak excentriek genoemd. In haar lezingen en toneelstukken lokte ze conflicten uit met pers en publiek, maar ook haar samenwerking met geestverwanten (Perk, Multatuli) leidde meermaals tot ruzies. Als individualiste moest zij niets hebben van een georganiseerde vrouwenbeweging. In haar lezingen en geschriften keerde zij zich tegen het conventionele huwelijk, dat zij gelijk stelde met prostitutie, en pleitte zij voor een degelijke opleiding voor meisjes. In Indië combineerde zij dit met een aanval op de koloniale verhoudingen. Onder invloed van de Eerste Wereldoorlog stapte zij ten slotte af van haar afkeer van organisatie en probeerde zij een pacifistische vrouwenbeweging tot stand te brengen.

De reacties op de inhoud en de vorm van haar literaire en toneelwerk liepen sterk uiteen: Busken Huet vond haar werk, zowel wat vorm als inhoud betreft, stuitend; anderen, zoals W. Doorenbos, Multatuli en Carel Vosmaer, hadden waardering vooral voor haar streven voor de rechten van de vrouw (Mina Kruseman, 29-30, 55-58). Zij stond zelfs model voor Carel Vosmaers boek Amazone ('s-Gravenhage, 1880), waarin hij met Mina kalm afrekende (F.L. Bastet, Mr. Carel Vosmaer (Den Haag, 1967) 51).

Met haar ideeën over vrouwenemancipatie was Mina Kruseman in de jaren '80 van de vorige eeuw haar tijd ver vooruit. Haar eigenzinnige leefwijze, haar kritiek op het huwelijk, haar activiteiten voor een zelfstandige arbeidskring van vrouwen en vooral haar pleidooi ten gunste van goede contracten voor schrijfsters en actrices kregen op het einde van haar leven echter de aandacht en waardering van een nieuwe generatie Nederlandse feministes, die in 1920 een geldinzameling voor haar hielden en haar beschouwden als één van de pioniers.

A: Collectie-Kruseman in Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage; collectie-Kruseman op Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

P: Behalve de reeds genoemde: De moderne Judith (Dordrecht, 1873); Meester Kritiek (Middelburg, 1874); Hélène Richard of in weelde geboren (Soerabaia, 1880); Deux lettres à Urbain Gohier dont la première au sujet de son article ,,Les Femmes "dans l'Aurore du 27 mars (Dordrecht, 1899); Parias [Dordrecht, 1900. 2 dl.)

L: S. Kalff, 'Iets over Mina Kruseman', in Vragen van den Dag 34 (1919) 670-686; J. van Ammers-Küller, Een pionierster: Mina Kruseman en haar verhouding tot Multatuli (Amsterdam, 1921); S. Kalff, in Eigen Haard 48 (1922) 593-594; J. Koning, 'Mina Hoffman-Kruseman †', in Indië 6 (1922) 25 (20 september) 406-407; W. van Itallie-van Embden, Sprekende Portretten (Leiden, [1924]) 23-33; W. van Riesen, 'Het conflict tusschen Mina Kruseman en Multatuli', in Haagsch Maandblad 29 (1938) I, 174-184; W.J.M, van Vliet, 'Mina Kruseman. Het leven van een Hollandse feministe in Brussel', in De Vlaamse Gids 35 (1951) 609-613; idem, 'Mina Kruseman en Multatuli', ibidem, 37 (1953) 273-280; G.H. von Faber, Dingen die niet kloppen (Soerabaia, 1955) 113-134; Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische Spiegel (Amsterdam, 1972) 220-226; Mina Kruseman, 1839- 1922. Portret van een militante feministe en pacifiste. Samengest. door Margot de Waal [Amsterdam, 1978]. De Engelbewaarder: 12; Margot de Waal, 'Mina Kruseman', in Vrouwen rond de eeuwwisseling. Onder red. van Aukje Holtrop (Amsterdam, 1979) 35-48; Mina Kruseman. Alles bevalt mij behalve rust. Brieven. Samenst. en inl. Margot de Waal (Amsterdam, 1986).

I: Van moeder op dochter. De maatschappelijke positie van de vrouw in Nederland vanaf de Franse tijd. Onder red. van W.H. Posthumus-van der Groot en Anna de Waal (Utrecht [etc.] 1968).

Fia Dieteren


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013