Luden, Johannes (1857-1940)

 
English | Nederlands

LUDEN, Johannes (1857-1940)

Luden, Johannes, bankier (Amsterdam 23-1-1857 - Overveen, gem. Bloemendaal 26-9-1940). Zoon van Hendrik Lodewijk Maurits Luden, president Arrondissementsrechtbank, en Marie Louise Craeijvanger. Gehuwd op 13-7-1882 met Mathilde Wilhelmine Johanna Jacoba van der Vliet. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren. afbeelding van Luden, Johannes

Luden behaalde eerst het einddiploma van het gymnasium te Amsterdam om daarna in Utrecht rechten en staatswetenschap te studeren. In 1879 promoveerde hij daar bij J.A. Fruin op een dissertatie getiteld: Het onvolledige en het procura-endossement (Utrecht, 1879) en in 1880 op stellingen in de staatswetenschap bij J. de Louter. Luden ging na zijn studie voor korte tijd als advocaat in Amsterdam werken. Spoedig daarop werd hij bij De Nederlandsche Bank tot ambtenaar benoemd. Hij werkte daar ongeveer vijf en een half jaar in verschillende functies. In 1885 werd Luden waarnemend directeur van de Rente Cassa, eind 1889 lid van de firma Van Loon & Co en in 1897 trad hij toe tot de firma Hope & Co, bankiers. In 1919 zou hij zich uit deze firma terugtrekken.

Luden was in het Amsterdam van het begin van deze eeuw een bekende figuur. Door afkomst en huwelijk was het bijna vanzelfsprekend dat hem een aantal functies werden aangeboden die in overeenstemming waren met zijn stand. Commissariaten bij belangrijke ondernemingen waren daarvan de meest voor de hand liggende. Ludens belangrijkste en langdurigste commissariaat was dat bij De Nederlandsche Bank. In 1906 als zodanig benoemd heeft hij die functie 32 jaar vervuld, waarvan 26 jaar als voorzitter. Dat hij het zo lang heeft volgehouden lag volgens tijdgenoten zeker niet aan zijn grote kennis van zaken, doch veeleer aan zijn instelling geen duidelijk standpunt in te nemen bij zich voordoende controverses.

Die houding heeft hij enigszins laten varen toen hem gevraagd werd voorzitter te worden van het Nationaal Comité van Actie tegen het verdrag met België. Maar ook daar werd hij al snel overvleugeld door de enthousiast campagne voerende secretaris, de waterstaatkundige ingenieur A.A. Mussert. De opzet van het comité was de plannen van de Nederlandse regering een kanaal van Antwerpen naar de Rijndelta aan te leggen, te verhinderen. Door de verwerping van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer in 1927 is dat uiteindelijk gelukt.

Luden was zeer vermogend - volgens Heldring bezat hij wel een tien miljoen (472). Het grootste deel van zijn vermogen kwam van de zijde van zijn vrouw, een Van der Vliet die vooral in de buurt van zijn woonplaats Overveen grote bezittingen had in het duingebied (ongeveer 2000 ha). Zowel het landgoed 'Koningshof', waar Luden woonde, als het landgoed 'Elswout' behoorde aan de familie. Toen er sprake was van aankoop van het duingebied door de Vereeniging tot behoud van natuurmonumenten, voerde Luden de onderhandelingen.

Naast het commissariaat van De Nederlandsche Bank was Luden commissaris van de Nederlandsch-Indische Handelsbank, de Associatie Kas, de Rente Cassa, de Nederlandsche Petroleum Maatschappij, de Dordtsche Petroleum Maatschappij, de Cultuurmaatschappij Ngredjo en van de North Western & Pacific Hypotheekbank. Voor de Christelijk-Historische Unie was Luden van 4 september 1923 tot 21 januari 1937 lid van de gemeenteraad van Bloemendaal. De betekenis van Luden was wellicht juist gelegen in zijn neiging tot het aangaan van compromissen. Zijn aimabele karakter en zijn deftig voorkomen maakten dat hij werd gevraagd.

Johannes Luden heeft de tijd waarin hij leefde niet beïnvloed; hij was niet meer en niet minder dan een representant van het vanzelfsprekend overwicht der puissant rijke burgers van die tijd.

L: In memoriam in Algemeen Handelsblad, 26-9-1940 en Oprechte Haarlemsche Courant. Stadseditie, 26-9-1940. Herinneringen en dagboek van Ernst Heldring (1871 - 1954). Uitg. door Joh. de Vries (Groningen, 1970. 3 dl.) passim; R.L. Schuursma, Het onaannemelijk tractaat [Groningen, 1975] passim.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 955.

W.D. Voorthuysen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013