Lücker, Joseph Maria (1914-1980)

 
English | Nederlands

LÜCKER, Joseph Maria (1914-1980)

LÜCKER, Joseph Maria (Joop), journalist (Nijmegen 9-8-1914- Los Angeles (Ver. Staten) 17-5-1980). Zoon van Eugène Joseph Frans Lücker, kunstschilder, en Anna Maria Kerkhoffs. Gehuwd op 30-4-1941 met Margaretha Johanna Maria Wiegman (1914-1998). Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren.

afbeelding van LÜCKER, Joseph Maria (Joop)

In een katholiek milieu in Nijmegen groeide Joop Lücker op. Zijn vader, schilder/ graficus, was er tekenleraar aan het door jezuïeten geleide St. Canisiuscollege. Daar ook doorliep zoon Joop het gymnasium-A. Van 1933 tot 1936 volgde hij aan de Universiteit van Londen een studie journalistiek. Daarna kreeg Lücker praktijkervaring bij verschillende Engelse bladen; zo werkte hij op de redactie-buitenland van The Timesen als verslaggever van de Western Morning Newsin Plymouth. Tevens was hij de Londense correspondent voor de liberale Nederlandse dagbladen Algemeen Handelsbladen Nieuwe Rotterdamsche Courant.In 1938 vestigde hij zich weer in Nederland en kwam via het Utrechtsch Dagbladin september terecht op de binnenlandredactie van de neutrale De Telegraafin Amsterdam.

Door scherpe richtlijnen en strafmaatregelen werd de greep van de Duitse bezetter op de Nederlandse pers vanaf mei 1940 steeds steviger. De meeste bladen die bleven verschijnen, werden geleidelijk een schakel in de nationaal-socialistische propaganda, en ook De Telegraafschikte zich. Toch wist Lücker, die vanaf de zomer van 1940 kunstredacteur was, zich met onder andere filmkritieken erg gehaat te maken bij nationaal-socialistische bladen, die hem geregeld aanvielen. In september 1944 nam Lücker ontslag, toen de Londense regering de nationale spoorwegstaking afkondigde.

Vrij snel daarna raakte hij betrokken bij plannen om de in oktober 1941 opgeheven de Volkskrant,eigendom van de katholieke vakbeweging, na de bevrijding te laten terugkeren. De krant, die voorheen in Utrecht verscheen met een oplage van ruim twintigduizend, zou vanuit Amsterdam moeten uitgroeien tot een groot ochtendblad. In januari 1945 werd Lücker algemeen hoofdredacteur, naast hem werd C.P.M. Romme, later in de Tweede Kamer jarenlang fractieleider van de Katholieke Volkspartij (KVP), benoemd tot staatkundig hoofdredacteur.

Na de nodige voorbereidingen in bezettingstijd kwam de krant op 8 mei van de persen. In januari 1946 waren er al honderdduizend abonnees, tussen 1950 en 1960 lag dat aantal rond de honderdvijftigduizend. De opzet leek geslaagd. Het was in het begin reeds de energieke 29-jarige Lücker - met naast hem een uitstekende directie - gelukt vele organisatorische en redactionele problemen op te lossen. De beperkte krant werd omgevormd tot een meer open informatieblad, niet enkel gericht op katholieke arbeiders, al wilde men langs deze weg ook de katholieke cultuur in de Nederlandse samenleving verspreiden.

Romme nam in december 1952 afscheid als hoofdredacteur. De NV de Volkskrantwas in handen gebleven van de katholieke vakbeweging, en die zag met lede ogen aan hoe het blad op het politieke vlak steeds meer een verlengstuk van de KVP was geworden: 'de krant van Romme', werd algemeen gezegd. Dat botste soms met de vakbondsbelangen. De redactie kon zich niet vrij bewegen bijvoorbeeld in haar stellingneming tegenover de 'rooms-rode' coalitie en het dekolonisatieproces in Nederiands-Indië. Na zijn vertrek bleef Romme regelmatig stukken over politiek leveren.

Lücker slaagde erin op de redactie harmonie en een goede werksfeer te creëren. Hij wist talentvolle medewerkers te werven, mensen als Bertus Aafjes, Godfried Bomans en Henri C. Faas. Als stripliefhebber trok Lücker Tom Poesvan Marten Toonder en de cartoonist Opland aan. Zelf schreef hij enkel korte stukken onder de naam Tinnegieter. Hij was niet de schrijvende, maar de organiserende hoofdredacteur, 'die alle pagina's van zijn dagblad kent, beheerst en inspireert, en die de krant als het ware in de palm van zijn hand heeft', zoals hij in 1964 schreef. De naoorlogse de Volkskrantwas daarmee zijn creatie geworden. Naast dit werk was Lücker nog correspondent voor enkele buitenlandse bladen en jarenlang redactielid van het Polygoon-bioscoopjournaal.

In maart 1964 nam Lücker ontslag bij zijn krant na een reeds lang broeiend conflict over commerciële en redactionele leiding. Zakelijke en persoonlijke tegenstellingen waren de oorzaak. Ook was er kritiek geuit op de redactieleiding van de veeleisende en autoritaire Lücker. Na het vertrek bleef hij zeer actief op het persfront. Hij startte het persagentschap 'Vandaag/ Holland Syndication', onder andere gericht op zijn hobby: cartoons en strips. Bij de Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven NV (VNU) werd hij adviseur en hij was enige tijd waarnemend directeur van de NV De Maasbode.Vanaf begin 1966 deelde hij met A.J. Cuppen het hoofdredacteurschap van het katholieke avondblad De Tijd-Maasbode.Twee kapiteins op een - bijna zinkend - schip bleek niet erg effectief; na vijf jaar vertrok Lücker. Hij bleef als adviseur in dienst van VNU en wijdde zich aan zijn persagentschap. Begin 1980 ging hij met pensioen, maar was nog boordevol plannen. Kort daarna stierf Lücker vrij plotseling op reis in de Verenigde Staten.

Zijn werk in de pers na 1964 bleef sterk in de schaduw staan van het daaraan voorafgaande bijna twintigjarige leiderschap van de Volkskrant.Daarmee bleef Joop Lücker geïdentificeerd. De journalist Lücker leefde van en voor het nieuws, kende de vele facetten van het vak uitstekend. Collega's zagen in dit opzicht een zekere bezetenheid, een nimmer tevreden man. Velen heeft hij geïnspireerd, hun het vak lerend. Daarbij was hij veeleisend en ontzag hij niets en niemand. De solist en perfectionist maakte het de redactie vaak moeilijk. Een van de laatste echte 'courantiers', schreef men, doch hij stuurde de krant op moderne wijze, als een manager. Bij zijn overlijden in mei 1980 schreef in de Volkskrantzijn opvolger, J. van der Pluijm: 'Hij was de laatste van het type hoofdredacteuren, dat nog over „zijn" krant kon spreken en dat nog letterlijk kon waarmaken ook. Hij bemoeide zich dag en nacht met alles wat er in die krant zou komen, drukte er daarmee zijn onverbiddelijk stempel op maar maakte het zijn medewerkers tegelijkertijd vaak uiterst moeilijk. ... Alles bij hem was flitsend, snel, plotseling'.

A: Directie- en redactiearchieven van de Volkskrantin Amsterdam. Enig documentatiemateriaal is aanwezig in het Nederlands Persmuseum in Amsterdam.

P: Naast de kranteartikelen onder de naam Tinnegieter: 'Enkele memo's voor mijn opvolger', in Ruimte 24(1964), (15 mei) 88-96; 'J.M. Lücker. De pantoffels van Pa Knekelbuik', in Herinneringen aan Godfried Bomans.Onder red. van M. van der Plas (Amsterdam [etc.], 1972) 124-128. Verder 'Hollands Dagboek', in NRC Handelsblad,12-4-1980.

L: Behalve interviews in Vrij Nederland,26-3-1960 en 22-5-1971 ; Haagse Post,12-4-1980 en herdenkingsartikelen in de Volkskrant,19-5-1980; NRC Handelsblad,19-5-1980; Het Parool,20-5-1980; De Tijd,23-5-1980 en De Journalist,12-6-1980: Joan Hemels, De emancipatie van een dagblad. Geschiedenis van de Volkskrant(Baarn, 1981).

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2A6007 [Foto: Hans Sluijter; L�cker in november 1962].

J.L.M. Brauer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013