Meerum Terwogt, Albert Hendrik Magdalus (1883-1960)

 
English | Nederlands

MEERUM TERWOGT, Albert Hendrik Magdalus (1883-1960)

Meerum Terwogt, Albert Hendrik Magdalus (zich schrijvende H.A.), sportjournalist (Amsterdam 20-10-1883 - Rotterdam 13-6-1960). Zoon van Willem Meerum Terwogt, zonder beroep, en Magdalena Geertruida van Voorthuijsen. Gehuwd op 23-2-1905 met Emma Wilhelmina van Donk. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren.

afbeelding van Meerum Terwogt, Albert Hendrik Magdalus

Toen Hans Terwogt nog op de HBS aan de Amsterdamse Keizersgracht zat begon reeds zijn sportloopbaan. Op zeventienjarige leeftijd werd hij bestuurslid van RAP, de grote voetbal (pioniers)club in de hoofdstad rond de eeuwwisseling, die speelde achter het landgoed Oud-Rozenburg in de Watergraafsmeer. Spoedig werd hij bestuurslid van de Amsterdamsche Voetbal-Bond (AVB), de latere afdeling Amsterdam van de Nederlandsche Voetbal-Bond (NVB). Toen de AVB behoefte had aan scheidsrechters meldde Terwogt zich als zodanig. Al na twee wedstrijden gefloten te hebben werd hij 'ontdekt' door de NVB. In 1912 was hij voor het eerst arbiter bij een landenontmoeting, een wedstrijd tussen Zweden en Hongarije. In totaal negen internationale wedstrijden leidde Terwogt tussen 1912 en 1917. In 1921 beindigde hij zijn loopbaan als scheidsrechter, maar hij bleef het scheidsrechterswezen als examinator diensten bewijzen.

Inmiddels had Terwogt naam gemaakt als sportjournalist. Per 5 januari 1909 werd hij benoemd tot sportredacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC). Voor die tijd had hij zich al een grote naam verworven als medewerker of redacteur van tal van tijdschriften, onder meer van het toentertijd bekende blad Revue der Sporten van Leo Lauer. Hij schreef daarin onder zijn schuilnaam Tartuffe, een pseudoniem dat hij later nog tal van jaren gebruikte als medewerker van o.a. het weekblad Sportief. In het Groene Sportblad schreef hij succesvolle bijdrage onder de pseudoniemen van 'Fritzie' en 'dr. Van Staveren'. Toen Terwogt in het najaar van 1908 gevraagd werd voor de NRC te gaan werken, woonde hij al sinds 1904 in Rijswijk en had hij de Maasstad reeds leren kennen als scheidsrechter. De Haagse advocaat P. Droogleever Fortuyn, die later politicus en uiteindelijk burgemeester van Rotterdam zou worden, had Terwogt daarop in contact gebracht met de NRC. De NRC-redacteur binnenland verzorgde toen ook de rubrieken zeilen, roeien, kaatsen, schaatsenrijden en nog enkele sporten. Fortuyn was de mening toegedaan dat zijn lijfblad alleen om die reden te weinig aandacht besteedde aan de uit Engeland in Nederland overgenomen moderne balspelen. Daarbij dacht hij als oud-voorzitter en erelid van de NVB speciaal aan zijn geliefde voetbal. In oktober 1908 werd in Londen voor het eerst het Olympische voetbaltoernooi gehouden, en de NRC zou aan dit internationale voetbalgebeuren aandacht moeten schenken.

Bij een eerste ontmoeting met de redactie van de NRC legde de hoofdredacteur, J. Zaayer, Terwogt bedachtzaam en met overtuiging uit: 'Ja, u moet goed begrijpen: we gaan daar noodgedwongen toe over; het publiek, zelfs dat van onze lezerskring, schijnt met dat football veel op te hebben, en nu wil ik wel enigermate aan de verlangens tegemoetkomen, maar summier, heel summier en vooral niet met het enthousiasme dat elders ten toon gespreid wordt, maar dat niet van onze gading is.' (Hier Rotterdam, 5-4-1957.) Terwogt, die in 1957 deze herinnering aan het eerste contact met de NRC ophaalde, verbleef twaalf dagen in Londen om het toernooi te verslaan (Nederland won de derde prijs) en kreeg een vaste positie als sportredacteur - de eerste bij de NRC - bij zijn terugkomst aangeboden. Hij ging op dit aanbod in, werd inwoner van Rotterdam en bleef 44 jaar lang betrokken bij de verzorging van de NRC-sportrubriek. Op 5 januari 1934 werd Terwogt bij gelegenheid van zijn zilveren jubileum bij de krant gehuldigd. Hem werd toen de erepenning van de NRC met de spreuk 'Licht en Waarheid' overhandigd. Alom werd toen erkend dat hij de sportrubriek had opgebouwd en deze een geheel eigen gezicht had gegeven, daarmee gesteund door Han Nijgh, de directeur van de NRC, die veel voor sport voelde.

Terwogt publiceerde niet alleen wedstrijdverslagen, maar liet daarnaast deskundigen van binnen en buiten de redactie achtergrondartikelen schrijven over cricket, voetbal, paardesport, hockey, tennis, roeien en zeilen. Zo liet hij de redacteur wetenschap van de krant, W.H.R. van Manen, over cricket en de redacteur kerk en onderwijs, H.C.S. Wanting, over bokssport schrijven. Dit laatste werd op een zodanige, literaire, wijze gedaan, dat zelfs tegenstanders van de bokssport zich er niet aan ergerden. Andere niet op de upper ten gerichte sporten (biljarten, atletiek en wielrijden) kregen eveneens aandacht. Terwogt versloeg ook de gebeurtenissen die de opkomst en ontwikkeling van de vliegerij markeerden en waarin figuren als Wilbur Wright, Jan Olieslagers, Henri Wijnmalen en Rinus van Meel een rol speelden.

Het is de verdienste van Terwogt dat hij stelselmatig heeft meegewerkt aan het opruimen van vooroordelen die in het begin van de twintigste eeuw tegen sport bestonden. Hij was zeer welsprekend en beschikte bovendien over een pen die soms in gal gedoopt werd en wellicht alleen daarom al lezers trok en boeide. Hem was er alles aan gelegen de sportbeoefening en de sportjournalistiek op een hoger plan te brengen en sport tot een alom aanvaarde factor in het maatschappelijk leven te maken. Personen en organisaties bespaarde hij kritiek niet: hij was een zeer kritische man, die scherp kon polimeseren, maar goede omgangsvormen hoog in het vaandel schreef.

Na de Tweede Wereldoorlog, toen de stijl in de sportjournalistiek naar het Angelsaksische voorbeeld persoonlijker getint werd, hield Terwogt vast aan de vroegere opvattingen. Deze hielden in: veel entourage, weinig technische opmerkingen en veel registratie van het wedstrijdverloop. Pas in 1952 ging Terwogt met pensioen, maar hij bleef bij allerlei gelegenheden nog bijdragen schrijven voor de krant waaraan hij zeer verknocht was. Zijn opvolger bij de NRC werd Jan Cottaar.

Zeker aan het einde van zijn loopbaan was Meerum Terwogt een gewaardeerde figuur in de krantenwereld geworden. Bij de viering van zijn veertigjarig jubileum in 1949 was hij koninklijk onderscheiden, bondsridder van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) geworden en kon hij reeds langere tijd bogen op het onderscheidingsteken van de KNVB en het lidmaatschap van verdienste van het Rode Kruis. Deze laatste onderscheiding had hij te danken aan zijn bemiddeling bij het tot stand komen en bestendigen van de bloedtransfusiewedstrijden tussen Sparta en Feyenoord.

P: 'Rotterdam en de sport', in Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het 600-jarig bestaan van de stad Rotterdam 1328 -1928 (Rotterdam, 1928) 558-571; samen met H. Vlug, Het boek van Rotterdam (Wat niet in Baedeker staat) (Amsterdam, 1931); bijdragen ook onder pseud. Tartuffe, in Jubileumboek K.N.V.B. Koninklijke Nederlandsche Voetbalbond, 1889-1939 (S.l., [1939]); 'L.M.A. Hoffmann, 1862-1944', in Bekende Rotterdammers door hun stadgenoten beschreven [Onder red. van en met inl. van Ch.A. Cocheret en W.F. Lichtenauer] (Rotterdam, 1951) 152-154; 'Rotterdam en ik', in Hier Rotterdam, 5-4-1957.

L: Artikelen in Voetbal-jaarboekje 14 (1911-1912) 119-121 ; Nieuwe Rotterdamsche Courant, av., 5-1-1934 en ocht. van 6-1-1934; Het Vaderland, 7-1-1934; Algemeen Handelsblad, 7-1-1934; [K. Lotsy], 'H.A. Meerum Terwogt 75 jaar', in Nieuwe Rotterdamse Courant, 17-10-1958; De Telegraaf, 17-10-1958 en De Journalist 11 (1960) 11 (25 juni) 134.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 989.

J.M.H.J. Hemels


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 22-02-2016