Meulen, Carel Eliza ter (1867-1937)

 
English | Nederlands

MEULEN, Carel Eliza ter (1867-1937)

Meulen, Carel Eliza ter, bankier (Amsterdam 9-1-1867 - Amsterdam 14-11-1937). Zoon van Karel Eduard ter Meulen, assuradeur, en Jacoba Balthina Elisabeth Damalvy Molire.

Ter Meulen kreeg na zijn school- en vormingsjaren, die hij gedeeltelijk in Engeland doorbracht, zijn eerste werkkring in de financieel-economische wereld bij het effectenkantoor van zijn oom Theodore Dalmalvy Moliere te Amsterdam. In 1901 trad hij als firmant bij de Firma Hope & Co. op. Onder zijn leiding verschoof het accent bij deze firma van de emissie en introductie van buitenlandse aandelen - vooral Russische en Amerikaanse spoorwegaandelen - naar de emissie van binnenlandse fondsen. De firma ging tevens deelnemen in consortia voor het plaatsen van Nederlandse staatsleningen.

Na de Eerste Wereldoorlog verwierf Ter Meulen buiten Nederland grote bekendheid door zijn actieve deelneming aan diverse internationale financiële conferenties. Zo woonde hij vanaf 1919 vergaderingen bij in Genua, Parijs en Londen. In 1920 werd hij lid van het financiële comité van de Volkenbond, waarvan hij tot 1937 deel uitmaakte, gedurende enige jaren als voorzitter. In die hoedanigheid trad hij in 1924 onder meer op als voorzitter van de delegatie die de Volkenbond afvaardigde naar Wenen, om de financiële toestand in Oostenrijk te onderzoeken. In dat zelfde jaar vervulde hij een zelfde opdracht in Boedapest. Eveneens in 1924 nam hij het trusteeship voor de lening aan Hongarije op zich, het jaar daarop voor die aan Danzig.

De grootste internationale erkenning viel hem ten deel in 1920, tijdens de conferentie van Brussel. Een plan van zijn hand, 'Projet des crédits internationaux', vond unanieme bijval. Dit plan voorzag in de uitgifte van internationale obligaties om zo buitenlands krediet voor Oostenrijk te verzekeren. Het particulier initiatief zou hierbij prioriteit krijgen. De obligaties zouden door de regering van een kredietbehoevend land aan een importeur in dat land worden verstrekt, die de obligaties als onderpand aan een exporteur van wie hij krediet genoot zou geven. Op deze manier konden extra waarborgen tegen een koersrisico worden ingebouwd. Door politieke internationale meningsverschillen echter vond het hooggewaardeerde plan geen uitvoering. Het stelsel van lange-termijnleningen bleef gehandhaafd, zoals o.a. de Dawes-lening aan Duitsland, waarvan Ter Meulen één der trustees was.

In 1931 vertegenwoordigde hij de Nederlandse kredieteuren na de ineenstorting van de Österreichische Credit-Anstalt. In dat jaar werd hij tevens president van het Comité des Crédits Agricoles, een instelling van de Volkenbond, waar hij pleitte voor een internationale landbouwhypotheekbank, die goedkope hypotheken ten behoeve van de landbouw zou moeten verstrekken. Hij was lid van het bankierscomité voor Mexico. Daarnaast was hij actief in de Internationale Kamer van Koophandel. Op het congres van deze instelling in 1929 vertegenwoordigde hij Nederland.

In 1933 en 1934 nam Ter Meulen deel aan de besprekingen die leidden tot een bevredigende transferregeling tussen Nederland en Duitsland. Na de afkondiging van het transfermoratorium door Duitsland, in 1933, was eerst op unilateraal niveau getracht tot een alomvattende regeling met Duitsland te komen. De sterk uiteenlopende meningen van de verschillende landen stonden die in de weg. Nederland besloot in 1934, mede naar aanleiding van de werkzaamheden van Ter Meulen, tot een bilaterale transferregeling voor de ongeveer 400 miljoen gulden die Nederland op Duitsland nog te vorderen had.

Uit Ter Meulens functie bij Hope & Co. vloeiden een aantal nevenfuncties in het bedrijfsleven voort. Hij fungeerde als voorzitter van de raad van commissarissen van de Continentale Handelsbank, van de Nederlandsche Bank voor Zuid-Afrika en van de Mijnbouw Maatschappij Curaçao. Voorts had hij commissariaten bij de Rotterdamsche Hypotheekbank voor Nederland, de Nederlandsch Zuidafrikaansche Hypotheekbank en de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij. Gedurende enige jaren vervulde hij commissariaten bij de Surinaamsche Bank en bij A. Jürgens Ver. Fabrieken. Tevens was hij enige jaren curator van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam. In oktober 1937 trok hij zich terug uit zijn werk voor de Volkenbond. Een maand later stierf hij aan de gevolgen van een auto-ongeluk.

Ter Meulen heeft niet gepubliceerd: zijn voornaamste verdiensten, afgezien van zijn functie bij Hope & Co., lagen in het actief deelnemen aan internationale conferenties die de internationale kredietverlening na de Eerste Wereldoorlog in goede banen wilden leiden. Het feit dat hij autodidact was en geen hoger onderwijs had genoten, maakte hem meer tot een praktisch dan tot een theoretisch econoom. Hij trad zelden op de voorgrond, was een bescheiden en teruggetrokken man. Zijn financiële beleid kan worden gekenmerkt als doordacht en voorzichtig. Ter Meulen trad weinig in de publiciteit. Wel ondertekende hij in 1926, te zamen met 180 andere vooraanstaande bankiers en economen in binnen- en buitenland, een manifest dat een liberalisering van de handel in Europa bepleitte.

L: Voorstel-Ter Meulen in vertaling achter commentaar van G.W.J. Bruins, 'Het vraagstuk der internationale credietverleening', in Economisch-Statistische Berichten 1920, II, 861-863; 'Een manifest voor den vrijen handel', ibidem, 1926, II, 429-430. Herdenkingsartikelen in De Telegraaf, 15-11-1937 en The Times, 16-11-1937; Herinneringen en dagboek van Ernst Heldring (1871 - 1945). Uitg. door Joh. de Vries (Groningen, 1970. 3 dl.); J.L.J. Bosmans, De Nederlander mr. A.R. Zimmerman als commissaris-generaal van de Volkenbond in Oostenrijk 1922-1926 (Nijmegen, 1973) passim. Proefschrift Nijmegen.

N.A. van Horn


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013