Salomons, Anna Maria Francisca (1885-1980)

 
English | Nederlands

SALOMONS, Anna Maria Francisca (1885-1980)

Salomons, Anna Maria Francisca (Annie), (pseud. o.a. Ada Gerlo), schrijfster (Rotterdam 26-6-1885 - 's-Gravenhage 16-1-1980). Dochter van Constant Theodor Salomons, directeur gem. gasfabriek, en Trinette Marie Catherine Kortman. Gehuwd op 27-11-1924 met Henri van Wageningen, jurist. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van Salomons, Anna Maria Francisca

Annie Salomons groeide op in een statig huis op het terrein van de gasfabriek, waarvan haar vader directeur was, in Rotterdam-Feijenoord (Oranjeboomstraat). Het andere kind van het gezin, Henriëtte, was drie jaar ouder. De zusjes hadden niet veel contact met andere kinderen. Annie was veel alleen. Na de Gemeentelijke Hoogere Burgerschool voor Meisjes (Witte de Withstraat; diploma 1901) en vergeefs pogen het staatsexamen gymnasium te halen was zij in 1904/1905 toehoorster op het Gymnasium Erasmianum. Hier was ook de dichter J.H. Leopold leraar, en al had zij geen les van hem, zij had met hem toch enig contact. Als extranea haalde zij daar in 1905 het diploma gymnasium-alpha, waarna zij Nederlands studeerde, aanvankelijk in Leiden (1905-1907). Zij volgde haar zuster, met wie zij ook in Leiden samenwoonde, naar Utrecht, maar in 1910 zette zij een punt achter de studie, zonder ooit, in tegenstelling tot haar zuster, een examen gedaan te hebben. Zij ging weer bij haar ouders wonen, die inmiddels verhuisd waren naar Den Haag. Pas met haar huwelijk met Van Wageningen verliet Annie het ouderlijk milieu. Het jonge paar vestigde zich in Medan, waar haar echtgenoot de advocatuur uitoefende. Omdat Annie niet tegen het klimaat kon, keerden zij in 1927 terug naar Nederland (Rotterdam). In 1928 vestigden zij zich in Utrecht, in 1932 in Den Haag; in beide plaatsen was de man rechter. Na zijn overlijden bleef Annie haar verdere levensjaren in Den Haag wonen, met een onderbreking wegens gedwongen evacuatie in bezettingstijd (1942-1945: Kerk-Avezaath, Amersfoort).

Annie Salomons debuteerde met bescheiden literair werk, vooral ietwat dweperige jeugdverzen, in Jong Holland (1901/1902). Johan de Meester, kunstredacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant, plaatste enige gedichten in zijn krant en bracht haar in contact met de uitgever Van Dishoeck, die later haar eerste werken, te beginnen met Verzen (1905), zou uitgeven. Pas haar Verzen. Tweede Bundel (1910) vertoont rijpheid en beheersing van de vorm. Haar vroege gedichten werden onder meer bewonderd om hun vrijmoedigheid in het uitdrukken van wat er in haar omging. Zonder De Tachtigers was deze individuele en qua vorm gecultiveerde poëzie niet denkbaar geweest, maar de dichteres ontkende later een bewust navolgen. Na haar vierde bundel (Liederen van droom en derven [1926]) sloot de bloemlezing De ongerepte droom (1950), grotendeels bestaande uit al in eerdere bundels verschenen gedichten, haar poëtisch werk af. Enkele gedichten, deels onder pseudoniem, zijn getoonzet door Henri Zagwijn, Rosy Wertheim en Herman Mulder.

Als schrijfster van romans en verhalen, geschreven in een natachtiger, huiselijk realisme, debuteerde Annie Salomons met Een meisje-studentje (1907). Deze roman is doorspekt met reflecties van de hoofdpersoon, die het idee had dat de meisjes in het mannenbolwerk Leiden de jongens tot steun zouden zijn en hun wereld mooier zouden maken, wat een illusie blijkt. Ook komt zij tot de conclusie dat het studeren voor een meisje iets anders betekent dan voor een jongen, minder wetenschappelijk of op carrière gericht is. Het boek was koren op de molen van mannen die dit altijd al hadden verkondigd (prof. P.J. Blok reageerde in deze geest in De Gids) en een slag in het gezicht van de eerste generatie vrouwen die moeizaam de academische wereld waren binnengedrongen en van vrouwelijke tijdgenoten die, vaak ten koste van opofferingen, studeerden met serieuze bedoelingen (Annie Sillevis, Een meisje-student over ,,Een meisje-studentje", Rotterdam, 1907). Maar de nieuwsgierige burger had veel belangstelling. De enige andere roman is De oude schuld (1922), gepubliceerd onder het pseudoniem Ada Gerlo, met als thema een problematische huwelijksrelatie. Annie Salomons' medewerking aan de roman-in-brieven De stille lach (1916), die zij samen met Nico van Suchtelen zou schrijven, wilde niet vlotten; zij gaf het na enkele brieven op. Het meeste succes had zij met de Herinneringen van een onafhankelijke vrouw (1915; 16e dr. 1941), gepubliceerd onder hetzelfde pseudoniem. Het zijn vier, als persoonlijke herinneringen geschreven geschiedenissen, met als thema: de verhouding tussen man en vrouw, speciaal de ontwikkelde vrouw, en vanuit twee vooronderstellingen, namelijk: de man houdt er niet van in zijn vrouw zijn geestelijke meerdere te moeten zien, en: een vrouw met mogelijkheden op intellectueel gebied moet kiezen tussen deze mogelijkheden en het huwelijk, want man en kinderen komt totale toewijding toe. Ballingen (1927), Verhalen uit het Verre Oosten (1930) en Het huis in de hitte (1933) - dit laatste bevat journalistiek geschreven verslagen - hebben te maken met haar Indische jaren. Ze beschrijft het leven van de Nederlanders in Indië als een echte totok, onbekommerd, zonder iets af te dingen op de vanzelfsprekendheid van hun aanwezigheid daar. Haar beste verhalen werden in 1957 gebundeld (Heilige stenen).

Annie Salomons had jarenlang in De Nieuwe Groene (1915-1920) een vaste rubriek onder de titel 'Wat een vrouw denkt over...', en daarna (tot 1928) in De Amsterdammer/De Groene Amsterdammer onder de titel 'Bijkomstigheden'. Het zijn stukjes in de trant van wat later een 'column' zou heten. Voor de tentoonstelling ,,De vrouw 1813-1913" bereidde zij, samen met o.a. Carry van Bruggen en C. Serrurier, de afdeling 'literatuur' voor. Zij zal ook met een groot deel van haar werk speciaal vrouwen hebben aangesproken. Toch kan Annie Salomons niet gelden als een feministisch ijveraarster. Daarvoor was zij te weinig strijdbaar en te conformistisch. Ofschoon katholiek opgevoed en gebleven, kan zij evenmin als een uitgesproken katholieke schrijfster, zoals haar generatiegenoten rondom het tijdschrift Van onzen tijd, beschouwd worden. Pas op latere leeftijd kwam zij met enkele duidelijk katholieke publikaties (bijv. Goden het gezin, 1931). Lezend in Over mooie boeken. Letterkundige opstellen (1926) kan men bevroeden hoe zij in de talrijke lezingen en cursussen die zij gaf, schrijvers en werken behandeld zal hebben: niet streng methodisch, maar als 'gewone lezer', met een gespreide aandacht, en veel uitweidingen. Ook in het door haar en E.C. Knappert geredigeerde Leven en werken besprak zij boeken. Als vertaalster had zij het meeste succes met haar vertaling in 1929 van E.M. Remarque, lm Westen nichts Neues.

Waarschijnlijk zou Annie Salomons geheel in de vergetelheid zijn gebleven waarin zij al in de jaren '30 geraakte, als ze niet een 'tweede debuut' had gemaakt met haar Herinneringen uit den ouden tijd/aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend (vanaf 1954 in het tijdschrift Maatstaf). De levendige en veelal geestig geschreven herinneringen, in het algemeen bewonderend jegens de beschrevenen en daardoor soms te weinig kritisch, brachten de schrijfster terug in de aandacht van een betrekkelijk groot publiek.

A: Literaire nalatenschap - voor zover bestaande - berust in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag.

P: Behalve in de tekst genoemde werken: Langs het geluk (Amsterdam, 1914); Nieuwe verzen (Amsterdam, 1917); Daadlooze droomen (Amsterdam, [1919] onder pseud. Ada Gerlo); Van vrijen tot schreien (Amsterdam, [1931]; grotendeels 'Bijkomstigheden'); Een meisje en een jongetje (Hilversum, [1933]). Zie verder de (onvolledige) fiches van genoemd Documentatiecentrum. Talloze bijdragen aan kranten en tijdschriften o.a. Nederland, Eigen Haard, Groot-Nederland, De Gids, NRC.

L: F.I.R. van den Eeckhout, Annie Salomons (Blaricum, [1924]); Annie Salomons, '"Toen onze mops een mopsje was"...', in Onze mei [Jo van Ammers-Küller et al.] (Baarn, 1927) 149-164; Anthonie Donker, 'Annie Salomons, in Critisch Bulletin 17 (1950) 241-250; M. A. Jacobs, 'Annie Salomons werd zeventig', in Dietsche Warande en Belfort (1955) 484-489; H.P.L. Wiessing, Bewegend portret. Levensherinneringen (Amsterdam, 1960) 324-325; het aan Annie Salomons gewijde nummer van Maatstaf 8 (I960) 145-216, met bijdr. van o.a. Anton van Duinkerken; Annie Salomons, Toen en nu (Den Haag, 1962); K.H.R. de Josselin de Jong, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1980-1981. Levensberichten 221-231; Annie Salomons, Herinneringen aan de oude tijd. Aan schrijvers die ik persoonlijk heb gekend. Voorzien van aant. in een 'definitieve uitgave' bezorgd door Harry G.M. Prick (Amsterdam, 1984). Privé-domein: nr. 99 1e uit. 1957.

I: Annie Salomons, Toen en nu. Herinneringen uit een lang leven (Den Haag 1961) fotokatern.

M.C.A. van der Heijden


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013