Scheffer, Cornelis Franciscus (1911-1979)

 
English | Nederlands

SCHEFFER, Cornelis Franciscus (1911-1979)

Scheffer, Cornelis Franciscus, hoogleraar bedrijfshuishoudkunde (Oudenbosch 30-3-1911 - Tilburg 3-2-1979). Zoon van Antonie Scheffer, directeur bankkantoor, en Christina Johanna Maria van der Cammen. Gehuwd op 8-10-1936 met Mary Alphonsa Wilhelmina Braat. Uit dit huwelijk werden 5 zoons en 2 dochters geboren. afbeelding van Scheffer, Cornelis Franciscus

Scheffer kwam uit een goed katholiek milieu. Hij bezocht de 5-jarige RK HBS en de Hoogere Handelsschool te Bergen op Zoom. In 1931 liet hij zich als student inschrijven bij de RK Handelshoogeschool te Tilburg voor de economische faculteit en voltooide daar zijn vlot verlopende studie op 20 november 1935 met een doctoraal examen. Vrij kort daarna, op 15 april 1936, werd Scheffer aangesteld als medebeheerder van het Rotterdamse filiaal van het Amsterdamse effectenkantoor Louis Korijn en Co. Enkele maanden voor het uitbreken van de oorlog, op 1 februari 1940, volgde zijn benoeming tot directeur van de Nederlandsche Middenstands-bank (NMB) te Venlo, een functie die hij tot l oktober 1945 vervuld heeft, toen werd hij overgeplaatst in dezelfde functie naar het kantoor van de NMB te 's-Hertogenbosch. Omdat het in die tijd ondenkbaar was dat een katholiek als directeur van een kantoor van de NMB in bijvoorbeeld Amsterdam of Rotterdam benoemd zou worden en een belangrijke promotie niet direct te verwachten viel, ging Scheffer in op de geboden gelegenheid medewerker te worden bij de Generale Thesaurie te Jakarta (1949). Aanvankelijk lag het in de bedoeling hem toe te voegen aan de Commissie voor het Bankwezen, die als taak zou krijgen een onderzoek in te stellen naar de wenselijkheid en mogelijkheid van een toezicht op het bankwezen in Indonesië door de overheid. Maar deze commissie is nooit met haar werkzaamheden begonnen. De opdracht die aan de commissie werd gegeven heeft Scheffer gebruikt voor zijn dissertatie. Op 31 mei 1951 promoveerde hij aan de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg op het proefschrift: Het bankwezen in Indonesië sedert het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Promotor was prof. dr. J.M. Pieters. Toen hij nog in Jakarta verbleef, had Scheffer van 1951 tot 1952 zijn baan bij het ministerie van Financiën gecombineerd met een buitengewoon lectoraat aan de economische faculteit van de Universiteit van Indonesië te Jakarta. Op 1 juli 1952 werd dit buitengewoon lectoraat omgezet in een gewoon professoraat. De op 31 januari 1953 gehouden inaugurele rede droeg als titel: Enige aspecten van de verhouding tussen de staat en het algemene bankwezen.

In juli 1955 vertrok Scheffer weer naar Nederland. Daar werd hem door de Hogeschool Tilburg een extraordinariaat in de bedrijfshuishoudkunde aangeboden met als leeropdracht het financiewezen van de onderneming. In 1956 werd Scheffer benoemd tot directeur van het Economisch-Sociologisch Instituut van de Hogeschool. Daarna werd nog in hetzelfde jaar het extraordinariaat omgezet in een gewoon professoraat. De inaugurele rede naar aanleiding van het, aanvankelijk, bijzonder hoogleraarschap werd op 7 december 1955 gehouden. De titel luidde: Indeling en ontleding van de vraagstukken behorende tot het financiewezen van de onderneming op basis van de traditionele geldfuncties.

Scheffer is tot 1977 hoogleraar gebleven. In die tijd is hij tweemaal rector magnificus geweest. Eerst van 1963 tot 1964 op grond van de toen nog geldende regeling waardoor elke hoogleraar een jaar het rectoraat vervulde op grond van anciënniteit. Daarna, van 1968 tot 1973, door de toentertijd nieuwe regeling, waarbij een meerjarig rectoraat werd ingesteld. Gedurende twee jaar, van 1971 tot 1973, maakte Scheffer bovendien deel uit van het College van Decanen. Tijdens zijn laatste, langdurige rectoraat vond de bezetting van de Tilburgse Hogeschool door studenten plaats. Van 28 april tot 6 mei 1969 stond deze gebeurtenis in het middelpunt van de belangstelling van heel Nederland. De houding van Scheffer als rector magnificus tegenover het optreden van de revolutionaire studenten, die de Hogeschool omgedoopt hadden in Karl Marx Universiteit, was uiterst onduidelijk. Enerzijds gaf hij te kennen niet voor sluiting te voelen, doch anderzijds publiceerde hij onmiddellijk daarna een proclamatie waarin hij verklaarde de colleges stop te zetten. Dit laatste geschiedde onder invloed van de toen besluitvaardiger president-curator, mr. P.M.H. van Boven, die besloten had tot sluiting van de Hogeschool over te gaan. Toch heeft hij nadien van beide partijen in dit conflict het vertrouwen weten te herwinnen. Hij was, en dat had zijn grote voordelen, tot compromissen bereid. Door die niet altijd door iedereen gewaardeerde eigenschap slaagde Scheffer er wel in, al laverende, ten slotte de Hogeschool weer te doen openen en daarna de rust bestuurlijk enigszins te herstellen.

Zijn betekenis als econoom, en in het bijzonder als bedrijfseconoom, is vooral gelegen in zijn non-conformistische opvatting ten opzichte van de in zijn tijd nog heftig polemiserende Amsterdamse en Rotterdamse richtingen in de bedrijfseconomie. Door als een van de eersten in Nederland de financieringstheorie niet uitsluitend te bezien als het probleem van de vermogensbehoefte, maar ook als investeringsselectieproblematiek heeft Scheffer op dit terrein baanbrekend werk verricht. Bovendien bekeek hij de vraagstukken die samenhingen met zijn leeropdracht, in afwijking van de werkwijze van vele collega's, eveneens vanuit het gezichtspunt van de financiële praktijk zoals die vooral bij handelsbanken wordt toegepast. Toen op 15 januari 1965, op initiatief van een groot aantal Nederlandse banken en financieringsinstellingen het Bureau Krediet Registratie in Tiel, bedoeld om controle te kunnen uitoefenen, door de banken en financieringsmaatschappijen, op het opgenomen consumptief krediet, werd opgericht vroeg men aan Scheffer als eerste het voorzitterschap van het bestuur te aanvaarden. Hij heeft die functie tot zijn dood in 1979 vervuld. Daarnaast was hij vice-voorzitter van de Academische Raad, lid van het International University Contact for Management Education, commissaris van de Nationale Investeringsbank (van 19 april 1967 tot zijn overlijden in 1979) en lid van het bestuur van de Coöperatieve Centrale Rabobank en later van de raad van beheer van de Centrale Rabobank (1958-1967; 1967-1979).

Uit alles blijkt dat Scheffer een uiterst werkzaam leven heeft geleid, zich beschikbaar stellend voor vrijwel elke commissie of bestuurlijke functie die hem werd aangeboden of waarvoor hij werd gevraagd. Zijn optreden was formeel. Scheffer was altijd voortreffelijk gekleed. Hij was vriendelijk doch afstandelijk, niet gemakkelijk te doorgronden. Hoezeer hij ook bereid was tot het sluiten van compromissen, hij bleef zijn collega's altijd trouw. Zijn werkzaamheden als hoogleraar bij het onderwijs bleven door de vele andere activiteiten binnen en buiten de Hogeschool beperkt. Het beste is dat wellicht af te leiden uit het feit dat er slechts twee proefschriften onder zijn leiding tot stand zijn gekomen. De enorme lijst van publikaties van zijn hand is een weergave van zowel zijn gedrevenheid voor zijn vak als van zijn ijver. Een ijver die tot gevolg had dat hij weinig thuis was, en eenmaal thuis, trok hij zich veelal op zijn studeerkamer terug. Hij bleef dat volhouden, ook toen hij al wist hoe ernstig ziek hij was.

P: Bibliografie samengest. door P. J. W. Duffhues in Geld en onderneming, 425-438 met als toevoeging: Bibliografîa academia "Tilburgensia" in Bibliotheek Katholieke Hogeschool Tilburg.

L: Cas Vroom, 'Prof. dr. C.F. Scheffer 60 jaar', in Taekblad (1971) 2 (,) 5; H.W. J. Bosman en S.E. de Jong, 'De werkzaamheid van C.F. Scheffer', in Gelden onderneming. Opstellen aangeb. aan prof. C.F. Scheffer t.g.v. zijn afscheid... Katholieke Hogeschool Tilburg (Leiden, 1976) 1-8; S.E. de Jong, in Maandschrift Economie 43 (1979) 106-112; H.W. J. Bosman, 'In memoriam prof. dr. C.F. Scheffer', in Van bank naar bank... [S.L, 1979] 9-11; C.G.A. [Mertens], in Rabobank 8 (1979) 2 (febr.) 4; Katholieke Hogeschool Tilburg. Dl. II: 1955-1977 door Johan de Vries (Baarn, 1981) passim. Voor vermelding van herdenkingsartikelen zie bovengenoemde Bibliografia... onder P.

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Foto: J. Evers; Collectie ANEFO; Scheffer in mei 1969].

W.D. Voorthuysen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013