Walree, Emile David van (1871-1950)

 
English | Nederlands

WALREE, Emile David van (1871-1950)

Walree, Emile David van, bankier en consul (Brummen 12-8-1871 - Baarn 20-2-1950). Zoon van David Christiaan van Walree, steenfabrikant, en Emilie Cornelie Wilhelmine Gobée, schrijfster (pseud. Christine Muller). Gehuwd op 26-8-1919 met Kiyo Mochida. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

Van Walree bezocht de HBS in Zutphen en vervolgens in 1888 de Openbare Handelsschool in Amsterdam, waar hij na een jaar slaagde voor het eindexamen. Een van zijn studiegenoten was Ernst Heldring, van wie hij een goede vriend werd. Zijn loopbaan begon in 1889 bij de Holland-Amerika Lijn, waarvoor hij enkele jaren in Rotterdam en New York werkzaam was. Hoewel de scheepvaart altijd zijn grote belangstelling zou houden, legde hij in 1892 met succes het toelatingsexamen af voor de consulaire dienst. In Den Haag en Antwerpen werkte hij vier jaar als leerling-consul, en in 1896 volgde zijn benoeming tot vice-consul te Yokohama. Zijn eerste post bezorgde hem in zeer korte tijd een reputatie van grote ijver en zakelijk inzicht. Van Walree raakte gehecht aan Japan, was zeer gezien bij de Nederlandse kolonie en leerde er zijn toekomstige Japanse echtgenote kennen. Ondanks zijn grote bezwaren tegen overplaatsing naar Sjanghai, waar een beroepsconsul dringend gewenst was, toonde hij als waarnemend consul-generaal ook in China zijn grote daadkracht.

Van Walrees ambitie en bekwaamheden reikten echter verder dan het consulschap. Een verlof in Nederland in het voorjaar van 1901 greep hij aan om zich actief in te zetten voor het openen van een Nederlandse scheepvaartlijn op Japan en China, een initiatief dat mede de aanleiding zou worden tot de oprichting van de Java-China-Japan Lijn in 1902. Met het oog op uitbreidingsplannen in Azië nodigde B. Heldring, president van de Nederlandsche Handel Maatschappij (NHM), in april 1901 de toen 29-jarige Van Walree uit om bij de NHM in dienst te treden. Vanaf de opening in januari 1903 had Van Walree drie jaar lang de leiding van het agentschap van de NHM in Sjanghai. Later zou hij zijn overstap verklaren door de opmerking met de miljoenen van een bankinstelling achter zich 'meer voor Holland in China te kunnen doen dan als consul'. In 1907 werd Van Walree aangesteld als inspecteur, en in 1913 volgde zijn benoeming tot directeur van de NHM. Als gevolg van conflicten met de toenmalige president, C.J.K. van Aalst, diende hij eind 1917 zijn ontslag in. Na een reis van twee jaar door Azië aanvaardde Van Walree in 1920 een aanbod van de Twentsche Bank om het directeurschap op zich te nemen. Het Verre Oosten bleef echter een grote aantrekkingskracht op hem uitoefenen. Niet alleen vervulde Van Walree commissariaten bij bedrijven die vooral in Azië zaken deden, maar hij zette zich ook actief in bij de bevordering van de Nederlandse betrekkingen met China en Japan. Na zijn aftreden als bankdirecteur vertrok Van Walree in 1925 met zijn gezin voor drie jaar naar China en Japan, waar hij een aantal zakelijke opdrachten vervulde. In Peking assisteerde hij tevens de Nederlandse gezant, W.J. Oudendijk, als financieel adviseur tijdens de conferentie over de Chinese douanetarieven.

Op grond van zijn ervaring, zijn vele relaties in zowel ambtelijke als zakelijke kring, bleef Van Walree ook na zijn terugkeer in Nederland een gewaardeerd adviseur. Naast enkele commissariaten in de scheepvaart en het bankwezen, nam hij zitting in de examencommissie voor de consulaire dienst en werd hij o.m. voorzitter van het Nederlandsch Pacific Instituut. In 1933 en 1934 toonde Van Walree zich als bekwaam onderhandelaar in besprekingen met Sovjetfunctionarissen over de Nederlands-Russische handelsbetrekkingen, een moeilijke opdracht omdat Nederland de Sovjetunie niet erkende. Tijdens de economische crisis van de jaren dertig trad Van Walree tevens op de voorgrond als vurig pleiter voor de devaluatie van de gulden, en hij behoorde eind 1938 samen met enkele Amsterdamse en Rotterdamse hoogleraren tot de ondertekenaars van een open brief aan de regering, waarin een verhoging van de overheidsuitgaven gerechtvaardigd werd geacht. Meermalen was Van Walree een serieus kandidaat voor een topfunctie in het bankwezen: in 1928 voor het presidentschap van de Javasche Bank, in 1931 voor de functie van president van De Nederlandsehe Bank samen met L.J.A. Trip, die deze ten slotte zou verwerven, en in 1939 voor het presidentschap van de NHM. Dat hij uiteindelijk niet in deze functies werd benoemd hing voor een deel samen met zijn persoonlijkheid. Van Walree was een man met uitgesproken sympathieën en antipathieën, was niet altijd even gemakkelijk in de omgang en stond in beperkte kring bekend om zijn driftbuien. Zijn zelfstandig oordeel werd echter zeer gewaardeerd.

P: 'Economische vooruitzichten in China', in China. Een driemaandetijksch tijdschrift 3 (1928) 1-24; Het afbetalingsstelsel. Rapport aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam ([S.l., 1929]); Azië en Wij. Een studie over onze verhouding tot Nederlandsch-Indië (Amsterdam, [1930]); 'La Banque aux Pays-Bas', in Revue Economique Internationale 25 (1933) I, 66-81; Naar devaluatie van den gulden (Amsterdam, 1934); Economie relations of the Netherlands Indies with other Far Eastern countries ([Amsterdam, 1935]); 'De kleine industrieën van Japan', in Bulletin van het Koloniaal Instituut te Amsterdam 2(1938) 75-82.

L: L., 'E.D. van Walree', in China. Een driemaandelijksch tijdschrift 1 (1925) 7-9; I.J. Brugmans, Van Chinavaart tot Oceaanvaart (Amsterdam, 1952); F. van Dongen, Tussen neutraliteit en imperialisme. De Nederlands-Chinese betrekkingen 1863-1901 (Groningen, 1966); Herinneringen en dagboek van Ernst Heldring (1871-1954). Uitg. door Joh. de Vries (Groningen, 1970. 3 dl.); B. Knapen, De lange weg naar Moskou. De Nederlandse relaties tot de Sovjet-Unie, 1917-1942 (Amsterdam [etc.], 1985).

F.A. Dankers


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013