Zijl, Lambertus (1866-1947)

 
English | Nederlands

ZIJL, Lambertus (1866-1947)

Zijl, Lambertus, beeldhouwer (Kralingen 13-6-1866 - Bussum 8-1-1947). Zoon van Gijsbert Zijl, smid, en Angenita Bos. Gehuwd op 9-6-1892 met Hendrika Goossen. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Zijl, Lambertus

De jonge Zijl leerde het beeldhouwersvak op de kunstnijverheidstekenschool 'Quellinus' te Amsterdam, waar hij van 1881 af stond ingeschreven, en in 1883 werd hij als cursist bij de Rijksschool voor Kunstnijverheid te Amsterdam vermeld. In deze tijd werkte Zijl ook als leerling in de werkplaats van de firma Van den Bossche en Crevels. Met medeleerlingen was Zijl lid van de kort levende vereniging 'Labor et Ars' (1886/1887), waarvoor hij in 1887 een bronzen penning ontwierp. Enkele andere leden van 'Labor et Ars' waren zijn vriend J. Mendes da Costa, G.W. Dijsselhof en Th.W. Nieuwenhuis. De leden hielden beschouwingen over kunststijlen die, volgens academische normen, niet algemeen 'gangbaar' waren in het kunstonderwijs van die dagen, zoals Grieks-archaïsche, Babylonische, Assyrische en Egyptische stijlen. De vriendschap met Mendes da Costa leidde zelfs tot de oprichting van de firma 'Mendes da Costa en Zijl', waaraan echter geen lang leven beschoren was. De firma specialiseerde zich in beeldhouwkunst en in toegepaste kunst. Objecten van toegepaste kunst heeft Zijl vervolgens ontworpen voor de firma Hoek en voor de kunstnijverheidswerkplaats Amstelhoek.

Zijn carrière als beeldhouwer kwam pas goed op gang in de samenwerking met de architect H.P. Berlage in het begin van de jaren negentig. Belangrijk in dit opzicht is Zijls medewerking aan de bouw van het levensverzekeringsgebouw 'De Algemeene' aan het Damrak te Amsterdam (1892- 1894), waarop 'De Nederlanden van 1845' te Amsterdam (1894/1895) en te 's-Gravenhage (1895/ 1896) volgden. In het geval van 'De Algemeene' leverde Zijl nog niet de monumentale sculptuur, maar voornamelijk versierende onderdelen, zoals kapitelen en draagstenen. Hierbij valt Zijls voorkeur voor diermotieven op. Zijls werk sloot nauw aan bij de strakke ingetogen stijl van Berlages architectuur, en het is daarom niet verwonderlijk dat Berlage voor de gebouwen van 'De Nederlanden' Zijl verkoos. Zijls werk aan 'De Nederlanden' vertoont nieuwe kwaliteiten in de voorkeur voor een strakke, vlak gehouden vormgeving en soberheid. Hoogtepunt van deze ingetogenheid is Zijls sculptuur aan het Amsterdamse Beursgebouw, gebouwd naar ontwerp van Berlage (1898-1903). Vooral in relatie tot deze sculptuur werd de term 'bouwbeeldhouwkunst' gebruikt. Centraal hierbij staat de opvatting dat deze kunst ondergeschikt is aan en onderdeel vormt van de architectuur. Zijls beeld van Gijsbrecht van Aemstel aan het Amsterdamse Beursgebouw is hiervoor illustratief, omdat de profiellijn van de hoek van het gebouw doorloopt in het beeld.

Tot aan zijn dood heeft Zijl veel monumentale opdrachten vervuld voor architecten als H.A.J. Baanders, K.P.C, de Bazel, W. Kromhout, A.J. Kropholler, B.J. Ouëndag en J.F. Staal. Opdrachten voor vrije monumentale beelden waren echter voor Zijl een zeldzaamheid. Behalve de Maarschalkbank in de Haarlemmerhout (1925) dient als representatief vermeld te worden het monument van koningin-moeder Emma, Valeriusplein te Amsterdam (1938).

Aan Zijls beeldhouwkundig oeuvre ligt een merkwaardige dualiteit ten grondslag. Enerzijds kenmerkt het zich door strakke monumentaliteit, anderzijds door een impressionistisch aandoende boetseertrant. Deze stijl vindt men vooral terug in zijn vrije plastiek, penningkunst en de bronsreliëfs voor schepen van de Stoomvaart Maatschappij 'Nederland' (SMN) en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM). Het meest toonaangevend in de categorie vrije plastiek zijn de bronsjes, waarbij qua thema een voorkeur valt waar te nemen voor dier- en mensfiguren. Deze in brons gefixeerde kleifiguurtjes zijn nooit glad of gedetailleerd afgewerkt en doen schetsmatig aan.

Zijls portretkunst, bustes en portretreliëfs, houdt het midden tussen een impressionistische boetseertechniek en de poging om tot een gelijkend portret te komen, conform de eisen van de opdrachtgever.

Bekend zijn reliëfs o.a. van Berlage, bustes van bijv. C.A. Lion Cachet en C.C. Delprat en de portretten van de vrouwelijke leden van de koninklijke familie. Tevens geven de door Zijl vervaardigde penningen een goed beeld van zijn portretkunst.

Dankzij Lion Cachet werd Zijl betrokken bij diens project van de inrichting van de schepen van de SMN en van de KPM. Vooral bekend zijn Zijls bronzen reliëfs voor de wandbekleding, voorstellende belangrijke historische figuren en taferelen uit de Nederlandse maritieme en/ of koloniale geschiedenis. Deze reliëfs werden door critici afgewezen, omdat zij volgens hen te zeer leken op 'schilderijen van klei', en meer picturaal dan plastisch van aard waren. Zijl werkte samen met Cachet ook aan de inrichting van de vele passagiersschepen, o.a. de 'Jan Pz. Coen' en de 'Johan de Witt', en leverde hiervoor niet alleen bronzen reliëfs maar ook de eindigingsvormen van trapbalusters of stoelruggen en -leuningen.

De betekenis van Zijl als monumentaal beeldhouwer, naast Mendes da Costa, voor latere generaties is groot geweest. Toch vertoont Zijls carrièreverloop geen grote ontwikkelingen. Tot aan zijn dood werkte Zijl, in zijn atelier te Bussum dat hij in 1903 betrok, in een zelfde stijl die hij aan het begin van de 20e eeuw had ontwikkeld. Zijls experimenten met vormreductie en belangstelling voor niet-Westerse kunstvormen leidden nooit tot een ver doorgevoerde abstractie. Zijn werk bleef altijd figuratief van aard en was, hoewel vernieuwend in het begin van de eeuw, al gauw traditioneel. Zijls interesse voor contemporaine buitenlandse ontwikkelingen in de beeldhouwkunst bleef beperkt tot het werk van Rodin, Medardo Rosso en Meunier. Deze invloeden zijn vooral in zijn klein-plastiek terug te vinden. Binnen Nederlandse kunstkringen echter bleef Zijl tijdens zijn leven altijd een gewaardeerd beeldhouwer. Hiervan getuigt het feit dat ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag de Nederlandse Kring van Beeldhouwers een eretentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam had georganiseerd (18 juni - 10 juli 1926). Bij Zijls zeventigste verjaardag werd een 'Zijl-fonds' opgericht, dat met een door Zijl vervaardigde plaquette van prinses Juliana ten bate van het onderwijs voor Nederlandse schipperskinderen geld inzamelde.

De belangstelling voor Zijl verflauwde al gauw in de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlandse beeldhouwkunst meer aansluiting vond met buitenlandse ontwikkelingen.

A: Enkele collecties met werk van Zijl o.a. in Provinciaal Museum Drenthe te Assen, Haags Gemeentemuseum te 's-Gravenhage, Stichting "Hannema-de Stuers fundatie" te Heino (Ov), Rijksmuseum Kröller-Müller te Otterlo, Museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam.

L: Behalve herdenkingsartikelen van Theo van Reijn, in Op de hoogte 24 (1927) 222-225 en in Prisma der kunsten 1 (1936), (aug. sept.) 177-182: A. Pit, 'Der Holländische Bildhauer Zijl', in Dekorative Kunst. Illustrierte Zeitschrift für angewandte Kunst 1 (1897) 72-74; R.W.P. de Vries jr., Lambertus Zijl (Bussum, 1946); A.M. Hammacher, Beeldhouwkunst van deze eeuw en een schets van haar ontwikkeling in de negentiende eeuw (Amsterdam, [1955]); M. Broekhuis, 'Ideologie in steen', in Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 34 (1983) 195-226.

I: Jan Jaap Heij (red.) Lambertus Zijl 1866-1947 (Assen [etc.] 1990) 8 [Lambertus Zijl circa 1925].

Madelon Broekhuis


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013