Bierens de Haan, Johannes Diderik (1866-1943)

 
English | Nederlands

BIERENS DE HAAN, Johannes Diderik (1866-1943)

Bierens de Haan, Johannes Diderik, filosoof (Amsterdam 14-10-1866 - Haarlem 27-9-1943). Zoon van Jan Bierens de Haan, theehandelaar, en Louise Leonore van Leeuwen. Gehuwd op 10-6-1891 met Leonardina Wilhelmina Carolina Bervoets. Uit dit huwelijk werden, behalve 1 dochter die jong overleden is, 3 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Bierens de Haan, Johannes Diderik

Bierens de Haan kwam uit een orthodox-protestants milieu. In Haarlem, waarheen het gezin verhuisde, volgde hij het gymnasium. Daarna studeerde hij theologie aan de Utrechtse universiteit. Deze studie sloot hij op 18 maart 1891 af met een promotie cum laude bij prof. G.H. Lamers op het proefschrift De beteekenis van Shaftesbury in de Engelsche ethiek . Vervolgens was hij tot 1896 Nederlands hervormd predikant te Ootmarsum, tot 1901 te Hoogland en tot 1906 in het Gelderse Rozendaal. In het laatstgenoemde jaar trad hij uit het ambt en vestigde zich in Aerdenhout om zich geheel aan de wijsbegeerte te wijden.

Bierens de Haan was enige tijd docent aan de mms te Bloemendaal en vele jaren aan de School voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam. Overal in het land hield hij lezingen en gaf hij cursussen voor volksuniversiteiten, nutsdepartementen en andere instellingen voor volksontwikkelingswerk. Hij was een van de eersten die bepleitten dat het vak wijsbegeerte zou worden ingevoerd in het middelbaar onderwijs. Artikelen van zijn hand en talloze boekbesprekingen verschenen in verschillende tijdschriften, en in zijn meer dan dertig boeken richtte hij zich tot een breed publiek. Daarnaast schreef hij gedichten, waarvan een aantal in 1939 werd gepubliceerd in de bundel Perspektieven .

Bierens de Haan was in 1907 medeoprichter van het Tijdschrift voor Wijsbegeerte , waarvan hij tot zijn dood redactiesecretaris bleef. Van de Internationale School voor Wijsbegeerte te Amersfoort was hij vele jaren bestuurslid en president-curator. Hij was sinds 1932 voorzitter van de Nederlandse PEN-club, voorzitter van de Vereeniging 'Het Spinozahuis', voorzitter van de Nederlandse afdeling van de Kant Gesellschaft en bestuurslid van de Algemeene Nederlandsche Vereeniging voor Wijsbegeerte.

Bij zijn zestigste en zeventigste verjaardag vielen Bierens de Haan huldigingen en eerbewijzen ten deel: koninklijke onderscheidingen van Nederlandse en Belgische zijde en in 1936 een doctoraat honoris causa van de Universiteit van Amsterdam, met prof. H.J. Pos als erepromotor. Bierens de Haan stond in het brandpunt van de bezinning op de maatschappelijke, culturele en wijsgerige problematiek van zijn tijd. Desondanks zijn de toenmaals moderne stromingen in de wijsbegeerte aan hem voorbijgegaan, of liever: hij heeft zich er niet of nauwelijks mee willen bemoeien. De existentiefilosofie had volgens hem gebrek aan achtergrond, en voor de opkomende analytische filosofie en het logisch positivisme had hij geen goed woord over. Ook over de kunstzinnige uitingen van non-figuratief expressionisme, fauvisme, dadaïsme et cetera was zijn oordeel negatief. Deze nieuwlichterijen werden door hem toegeschreven aan de algehele malaise waarin de wereld was geraakt.

Bierens de Haan kan worden beschouwd als een van de laatste denkers in de 20e eeuw die een poging hebben ondernomen om een wijsgerig stelsel te bouwen. Zijn doel was een harmonie tot stand te brengen tussen het spinozisme en het idealisme. Na zijn dissertatie was het vooral de studie van Kant die hem ertoe bracht zich af te vragen of de waarheidsnorm in de psychische gesteldheid van de mens moet worden gezocht, dan wel of aan de intuïtieve kennis en ook het intuïtieve streven naar het goede een diepere metafysische werkelijkheid ten grondsslag ligt.

Omstreeks 1895 kwam Bierens de Haan in de ban van Spinoza. Vijf jaar later publiceerde hij zijn eerste grote boek: Levensleer naar de beginselen van Spinoza . De teneur daarvan is om door zelfbewustwording tot kennis van God en tot de hoogste liefde te geraken. Onder invloed van het Duitse idealisme verscheen in 1909 De weg tot het inzicht : de menselijke drang naar waarheid is veranderd in het goddelijke Denken. In Wereldorde en geestesleven uit 1919 en in Menschengeest: rede, zedelijkheid, schoonheidzin, religie uit 1926 zijn deze gedachten verder uitgewerkt. Het werkelijke wezen van de wereld is Denken, Idee. De wereld zoals die aan ons verschijnt - de fenomenale wereld - bestaat in haar gedacht worden in de Idee (Spinoza: 'essentia existentiam involvit'). Het geestesleven van de mens is het proces dat bestaat in het te boven komen van de natuurlijke driften. De bekroning van het geestesleven is religie. Zij is niet een gemoedsleven, noch een gemoedservaring, maar verheffing van de gedachte, een 'intellektueel getoonzette religie'. De religie is 'mystisch', dat wil zeggen dat in het religieuze bewustzijn het verschijning-zijn van de wereld te niet wordt gedacht: in God is de wereld opgeheven. In God is het scheppen een eeuwig uit zich gaan en tevens - door middel van het geestesleven van de mens - een eeuwig tot zich keren. Deze gerichtheid Gods op Zichzelf is de oneindige Liefde, waarmee God Zichzelf liefheeft (Spinoza).

Na de Tweede Wereldoorlog is het werk van Bierens de Haan vrijwel in de vergetelheid geraakt. In 1966 werd in de Internationale School voor Wijsbegeerte door een klein gezelschap herdacht, dat hij honderd jaar geleden was geboren. Bij die gelegenheid werd besloten ter herinnering aan hem een stichting op te richten, maar ook daarvoor bleek de belangstelling zo gering, dat deze in 1985 weer werd opgeheven

A: Familie-archief Bierens de Haan in familiebezit.

P: Nel Ritman en Bertha Wolterson, 'Chronologisch overzicht van het werk van dr. J.D. Bierens de Haan [1887-1936]', in Feestbundel aangeboden aan dr. J.D. Bierens de Haan... (Assen [1936]) 173-210; Bertha Wolterson, in 'Chronologisch overzicht van het werk van dr. J.D. Bierens de Haan [1936-1943]', in D. Bartling [e.a.], 'In memoriam dr. J.D. Bierens de Haan 1866-1943', speciale aflevering van Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte en Psychologie 37 (1944) 2 (jan.) 52-108. Innerlijk perspectief. Bloemlezing uit het werk van dr. J.D. Bierens de Haan (1866-1943) . Samengest. door J.G. van der Bend (Assen, 1966).

L: Overzicht van publikaties over J.D. Bierens de Haan in: J.J. Poortman, Repertorium der Nederlandse wijsbegeerte (Amsterdam [etc.] 1948) 190. Verder: Jan Goderie, Proeve ener critische bezinning op het uitgangspunt der wijsbegeerte van dr. J.D. Bierens de Haan [Ongepubliceerde dissertatie Universiteit van Leuven] (S.l., 1950); A. Kruidhof, 'Johannes Diderik Bierens de Haan...', in Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte en Psychologie 58 (1966) 137-147; J.G.van der Bend, Het Spinozisme van J.D. Bierens de Haan (Groningen, 1970); L.W. Bierens de Haan, 'Een Aerdenhoutse wijsgeer: dr. J.D. Bierens de Haan...', in Ons Bloemendaal 6 (1982) 22-23; J.G. van der Bend, 'J.D. Bierens de Haan, bouwer van een religieus filosofisch stelsel', Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 75 (1983) 153-164.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 147.

J.G. van der Bend


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013