Burgers, Johannes Gerhardus Hendrikus (1870-1943)

 
English | Nederlands

BURGERS, Johannes Gerhardus Hendrikus (1870-1943)

Burgers, Johannes Gerhardus Hendrikus, dierentuindirecteur ('s-Heerenberg (Gld.) 31-1-1870 - Arnhem 12-6-1943). Zoon van Johannes Burgers, arbeider, en Theodora Wezendonk. Gehuwd op 29-4-1895 met Maria Francisca Theodora Erwig. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren. afbeelding van Burgers, Johannes Gerhardus Hendrikus

Johan Burgers groeide op in de Achterhoek, in het grensplaatsje 's-Heerenberg. Het Duits was voor hem de tweede taal. Toen hij, na een korte handelsopleiding, besloot als 'Wandersmann' de kost te verdienen, trok hij door landen waar hij zich van deze deze taal kon bedienen. Vijf jaren lang reisde en werkte hij in Duitsland, Zwitserland, Polen en Hongarije. Burgers was een zakelijk ingesteld man met een bijzondere gave. Als geen ander was hij namelijk in staat de kwaliteit van vee en grond te bepalen of de te verwachten oogst en de waarde van boerenbedrijven of landerijen te schatten. Deze eigenschap maakte hem overal op zijn tochten door midden-Europa tot een gezocht deskundige en verzekerde hem van een goed inkomen. Soms, wanneer hij de prijzen voor de verkoop gunstig achtte, kocht Burgers een hele oogst op, en ook handelde hij in grond en huizen.

Na zijn huwelijk in 1895 kocht Burgers een herenhuis in 's-Heerenberg, waarin hij een slagerij begon. In de grote tuin achter dit pand hield hij fazanten. Verder fokte hij rashonden, waarmee hij tentoonstellingen afreisde en verschillende medailles won. Toen Burgers' achtertuin te klein werd voor zijn liefhebberij, ging hij er in 1913 toe over buiten 's-Heerenberg een paar hectare grond aan te kopen. Hier richtte hij de fazanterie 'Buitenlust' in, die in maart van dat jaar voor het publiek werd opengesteld. Behalve fazanten en allerlei siervogels waren er op dit terrein spoedig ook andere dieren te bezichtigen, waaronder zelfs leeuwen, beren, antilopen en kamelen. Het ontbrak Burgers niet aan fantasie en zeker niet aan durf. Dat bleek ook toen het tijdens de Eerste Wereldoorlog steeds moeilijker werd om deze levende have van voldoende voedsel te voorzien. Door de goede contacten die hij inmiddels had opgebouwd met boeren in de omgeving wist hij deze problemen te overwinnen.

Burgers' fazanterie trok vanaf het begin veel bezoekers. Het feit dat de drie dierentuinen die Nederland toentertijd rijk was, allemaal in de drie grote steden in het westen van het land waren gelegen, droeg daartoe in niet geringe mate bij. Bovendien was het terrein met de stoomtram of busjes voor dagjesmensen goed te bereiken. Alleen de toegang bestond nog steeds uit een zandweg, en daarin wilde Burgers, met het oog op het groeiend aantal bezoekers, graag snel verandering brengen. Herhaalde malen drong hij bij het gemeentebestuur aan op de aanleg van een verharde weg. Toen hierover, niettegenstaande felle discussies, in 1923 nog geen toezegging was gedaan, was voor Burgers de maat vol en besloot hij op zoek te gaan naar een andere lokatie voor zijn dierenverzameling.

Twee steden, Nijmegen en Arnhem, toonden belangstelling. Burgemeester S.J.R. de Monchy van de laatstgenoemde stad bood Burgers een terrein aan de Schelmscheweg, vlak naast het Openlucht Museum, aan. De vele bezoekers van dit museum en het feit dat zich hier een tramhalte bevond, gaven ten slotte de doorslag. In 1924 ging Burgers' Dierenpark in Arnhem open. Tot dan toe kende Nederland slechts dierentuinen. Burgers introduceerde het begrip 'dierenpark', waarmee hij tot uitdrukking wilde brengen dat de dieren hier in een veel opener en landschappelijker omgeving dan gebruikelijk konden worden bezichtigd. Typerend is bijvoorbeeld de inrichting van het berenterras, waarbij deze roofdieren niet door een afrastering, maar door grachten en borstweringen van het publiek waren gescheiden. Bij de aanleg ervan had Burgers zich laten inspireren door de door Carl Hagenbeck in zijn dierenpark te Stellingen bij Hamburg toegepaste 'Frei-Anlagen'. Dit eerste tralievrije roofdierenverblijf in Nederland baarde veel opzien, en Burgers zag zich zelfs genoodzaakt het Arnhemse gemeentebestuur ervan te overtuigen dat een dergelijke inrichting geen gevaar opleverde voor de bezoekers.

Al tijdens zijn 'Wanderschaft' had Burgers vele dierentuinen bezocht en contacten gelegd met de directeuren. Ook na de oprichting van zijn dierenpark bleef hij rondreizen, steeds op zoek naar nieuwe ideeën. Zijn vrouw had altijd een koffertje met kleren gereed staan, aangezien de impulsieve Burgers iedere ingeving onmiddellijk ten uitvoer wilde brengen en geregeld thuiskwam met mededelingen als: 'Over een uur gaat de trein naar Keulen. Die kunnen we nog net halen'. Burgers en zijn echtgenote werkten nauw samen. Hij had de zakelijke leiding en richtte zich op de toekomstige ontwikkelingen van het park; zij hield zich bezig met de bezoekers en zat zelf dagelijks achter de kassa. Ook hun jongste dochter, Lucy, droeg haar steentje bij. Zij beschikte over een bijzonder talent om met dieren om te gaan en hielp van jongs af aan mee.

Burgers' Dierenpark breidde zich in snel tempo uit. In de jaren twintig en dertig verrezen er vele grote, tralievrije verblijven - onder andere voor roofdieren en olifanten - die internationaal de aandacht trokken. Op 19 mei 1933 was Burgers een van de zes dierentuindirecteuren aan wie de Italiaanse koning Victor Emanuel III een oorkonde en de gouden medaille van de Romeinse dierentuin uitreikte. Ook de Nederlandse kranten en vakbladen besteedden hier aandacht aan. Voor Burgers betekende dit welkome publiciteit. Hij zag de pers als een noodzakelijk medium en maakte er zoveel mogelijk gebruik van. Door middel van advertenties in verscheidene tijdschriften prees hij zijn dierenpark aan. In 1933 kreeg Burgers een uitnodiging uit Parijs om als adviseur op te treden bij de inrichting van het Parc Zoölogique de Vincennes, dat ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1937 zou worden aangelegd. Deze uitnodiging moest hij echter afslaan, omdat hij juist op dat moment met de gemeente Tilburg een akkoord had bereikt over de aankoop van een stuk grond om ook daar een dierenpark te beginnen. Wel woonde hij, als eregast, de opening van de Parijse dierentuin bij.

Bij het 25-jarig jubileum van Burgers' Dierenpark, op 27 mei 1938, waren tal van bekende figuren uit de wereld van de Europese dierentuinen aanwezig. Ook alle leden van het Arnhemse gemeentebestuur, waarmee de contacten nog steeds voortreffelijk waren, gaven op deze feestdag acte de présence. De jubilerende dierentuindirecteur werd ereburger van Arnhem, waarvoor hij de zilveren stadsmedaille kreeg uitgereikt.

De Tweede Wereldoorlog was voor Burgers een moeilijke periode. Voor politieke aangelegenheden had hij nooit veel belangstelling gehad. Niettemin stelde hij zich - ondanks de vele zakencontacten die hij in Duitsland had - sterk anti-nazistisch op en verbrak hij de banden met collega's die pro-Hitler waren. Burgers zag zich bij herhaling voor problemen gesteld. Zo verplichtte de Duitse bezetter hem bijvoorbeeld bij de ingang van het park een bord te plaatsen met daarop de tekst 'Verboden voor Joden'. Dit druiste volledig in tegen Burgers' opvattingen, zodat het bord regelmatig uit het zicht werd geplaatst. Bij inspectie door de Duitsers moest Burgers het echter weer te voorschijn halen. In de laatste jaren van de bezetting werd de voedselvoorziening voor de dieren een steeds groter probleem. De oorlogshandelingen tijdens en na de Slag om Arnhem, eind 1944 en begin 1945, hadden desastreuze gevolgen voor de collectie: twee derde van het dierenbestand kwam om het leven. Burgers maakte deze rampspoed niet meer mee. Al vanaf het begin van de jaren veertig leed hij aan een vorm van kanker, waardoor zijn gezondheidstoestand in vrij korte tijd verslechterde. Op 73-jarige leeftijd overleed hij.

Johan Burgers was een sociaal ingesteld man, die, hoewel tamelijk dominant, goed kon luisteren. Hij bezat een sterk rechtvaardigheidsgevoel en liet zich niet terzijde dringen. Bovenal was Burgers een man met een tomeloze energie, die wist wat hij wilde. Hij leefde voor zijn werk en was bereid alles te doen om zijn ideaal - een modern ingericht dierenpark, waarin het publiek de dieren in zo groot mogelijke vrijheid en een zo natuurlijk mogelijke omgeving kon bekijken - te verwezenlijken

L: Gids met wandelkaart van Burgers' Dierenpark - Arnhem (Arnhem, 1933); lemma in, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (Amsterdam, 1938) 275-276; Jaap Balk, 'Johan Burgers gaf zijn dieren de ruimte', in idem, Shell-journaal van Nederlandse dierentuinen (Epe, 1982) 78-83.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 275.

Rianne Schuurman


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013