Jurgens [Hzn.], Antonius Johannes (1867-1945)

 
English | Nederlands

JURGENS [HZN.], Antonius Johannes (1867-1945)

Jurgens [Hzn.], Antonius Johannes, ondernemer (Oss 8-2-1867 - Torquay (Groot-Brittannië) 12-3-1945). Zoon van Hendrikus Leonardus Jurgens, ondernemer, en Theodora van Waardenburg. Gehuwd op 7-5-1889 met Marie Hélène Léonie Verbruggen. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. afbeelding van Jurgens [Hzn.], Antonius Johannes

Anton Jurgens stamde uit een Rooms-katholieke familie die zich aan het begin van de 19e eeuw vanuit Zuid-Limburg in het Oostbrabantse Oss had gevestigd en zich daar van rondtrekkende kooplieden aan het einde van de jaren zestig had opgewerkt tot de belangrijkste boterhandelaren in Europa. In 1867 werd Antons vader firmant in het familiebedrijf, dat vanaf 1871, als eerste ter wereld, margarine ging produceren. Anton studeerde van 1880 tot 1884 aan het door de paters jezuïeten geleide Sint Willibrordcollege te Katwijk aan Zee. Daarna begon zijn leertijd bij de firma. Hij was op stage in Groot-Brittannië toen zijn vader in augustus 1888 plotseling overleed. Als oudste van negen kinderen nam Anton toen, 21 jaar oud, diens plaats in het bedrijf over. Al spoedig bleek hij alle facetten van de onderneming te beheersen. De overige firmanten accepteerden zijn leiding.

Oss bleef voor fabriek en kantoor de belangrijkste vestigingsplaats. Ook Anton Jurgens voelde zich sterk met de plaats verbonden; zo was hij er van 1892 tot 1895 lid van de gemeenteraad. Toch overwoog Jurgens serieus, toen in 1891 zijn grote concurrent Simon van den Bergh zijn margarinefabriek van Oss naar Rotterdam verplaatste, zijn bedrijf eveneens naar elders over te brengen, en wel naar Groot-Brittannië, waar het belangrijkste gedeelte van zijn markt lag. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door. Eerder reeds, in 1888, had Jurgens een margarinefabriek in het Duitse Goch geopend om aldus de invoerrechten op het produkt te omzeilen; in 1895 vestigde hij een fabriek in Merksem bij Antwerpen.

Toen het omstreeks de eeuwwisseling minder goed ging in de margarine-industrie, begon de ondernemer Jurgens zich ook op andere economische terreinen te oriënteren. Zo vroeg hij in 1899 samen met anderen concessie aan voor de ontginning van steenkool in de gemeenten Hoensbroek en Heerlen. Ook dit plan werd niet doorgezet. Een jaar later richtte Jurgens de NV 'Theodora' op - met een maatschappelijk kapitaal van f 250.000 - tot exploitatie van het landgoed Elsoo in Limburg.

In 1902 werd de oude firma ontbonden en kwam de NV Anton Jurgens' Margarinefabrieken tot stand, wederom een familievennootschap. Vier jaar later ging men een stap verder, toen de NV Anton Jurgens' Vereenigde Fabrieken als holding company werd opgericht, waarin voor het eerst het publiek met kapitaal kon deelnemen. Deze holding company werd gevestigd te Nijmegen, de stad waar Jurgens in 1904 met zijn gezin was gaan wonen in de grote villa 'Belvoir', die hij aan de Waal had laten bouwen.

De daaropvolgende jaren waren vol activiteiten, waarin verschillende plannen van Jurgens tot uitvoering werden gebracht. Niet alleen breidden de fabrieken in Nederland, België en Duitsland zich uit, maar ook groeiden de verkooporganisaties in deze landen en in Groot-Brittannië en Denemarken. In 1907 richtte Anton zijn belangstelling op West-Afrika, waar hij in 1908 ongeveer 3000 hectaren grond wist te verwerven in Duits Kameroen om hier zelf de winning van de voor zijn bedrijf noodzakelijke grondstoffen ter hand te nemen. Vanaf 1908 trad er een verandering op in de aard van de margarine-industrie. Van een, technisch gezien, betrekkelijk eenvoudige bedrijfstak waarbij vele ondernemingen één lucratief produkt vervaardigden, ontwikkelde deze zich tot een door nieuwe vindingen belangrijk onderdeel van de groeiende chemische industrie. Deze vindingen hadden vooral betrekking op het raffineren en harden van oliën. Jurgens wist de nieuwe patenten te verkrijgen en grote kapitalen te verwerven voor de bouw van nieuwe fabrieken, terwijl andere ondernemingen zich juist in verband met deze grote investeringen gedwongen zagen af te haken.

Tussen de omvangrijke Jurgens- en de Van den Bergh-ondernemingen - toen al de twee grootste margarinefabrikanten ter wereld - was inmiddels een hevige concurrentiestrijd ontstaan, die alleen kon worden bezworen door het sluiten van een poolovereenkomst in 1908. Hierbij werd bepaald dat de gezamenlijke winst voortaan voor 40 % naar Jurgens en voor 60 % naar Van den Bergh zou gaan. Jurgens was echter commercieel agressiever en veroverde geleidelijk een groter marktaandeel, zodat in 1913 en in 1920 nieuwe poolovereenkomsten noodzakelijk bleken. De internationale ontwikkelingen brachten intussen ook voor Jurgens nieuwe problemen. Nog in 1913 had Anton Jurgens overwogen in Rusland een margarinefabriek te vestigen. Een jaar later brak echter de Eerste Wereldoorlog uit, waardoor enerzijds de aanvoer van grondstoffen ernstig werd gehinderd en anderzijds, in verband met de grote vraag naar margarine in menig oorlogvoerend land, deze bedrijfstak een grote expansie doormaakte.

Na de oorlog behoorde Jurgens tot de meest vooraanstaande Nederlandse industriëlen. Ook maatschappelijk was hij een man van aanzien. Van december 1919 tot april 1921 had hij zitting in de Eerste Kamer. Namens de Roomsch-Katholieke Staatspartij hield hij hier in 1921 bij de behandeling van de staatsbegroting een rede over het bedrijfsradenstelsel. Maar juist in deze tijd werd Jurgens door zijn industriële bedrijvigheid geheel op internationaal niveau getild. In 1921 besloot hij zich te vestigen in Groot-Brittannië - in menig opzicht nog steeds een leidende economische mogendheid - om daar verder aan de uitbreiding van zijn onderneming te werken.

In Groot-Brittannië werd Jurgens er om economische en financiële redenen toe gebracht opnieuw in onderhandeling te treden met het Van den Bergh-concern over nadere samenwerking. Dit leidde in 1927 tot een compromis: de Margarine-Unie. Onmiddellijk hierna kwam Jurgens met plannen tot samenwerking met de Britse firma Lever Brothers, aangezien de twee ondernemingen gedeeltelijk op dezelfde grondstoffen waren aangewezen. Eind 1929 kwam het tot een algeheel samengaan tussen beide bedrijven in Unilever, een van de belangrijkste samensmeltingen op industrieel gebied in Europa. Jurgens, aan wie het in de eerste plaats te danken was dat de onderhandelingen slaagden, kreeg de leiding van de Nederlandse groep en vervulde in 1932/1933 de functie van governor.

In 1933 trok Jurgens zich uit het bedrijf terug. Hij sleet zijn verdere levensjaren in Groot-Brittannië, waar hij in 1945 overleed. Zijn vermogen bracht hij onder in het Anton Jurgens Fonds, dat als doelstelling heeft materiële steun te verlenen aan instellingen die een algemeen maatschappelijk belang beogen.

Anton Jurgens bezat een sterk gevoel voor menselijke verhoudingen en legde doorgaans grote hoffelijkheid en charme aan de dag. Hij was een geboren vechter, begiftigd met veel verbeeldingskracht en vindingrijkheid. Hij behoorde daarmee tot de generatie pioniers van het bedrijfsleven die in familieverband een belangrijke bijdrage leverden tot de industrialisatie van Europa.

P: 'De ontwikkeling der Margarine-Industrie', in De Maasbode , 19-7-1930 (av.); 'Notes on the history of the Jurgens Business (1938)', in de onder L genoemde publikatie van Jurgens en Van de Ven, 446-486.

L: Necrologie in New York Times , 14-3-1945; Charles Wilson, Geschiedenis van Unilever. Een beeld van economische groei en maatschappelijke verandering [vert. uit Engels] (2 dln.; 's-Gravenhage, 1954); Paul Rijkens, Handel en wandel. Nagelaten gedenkschriften, 1888-1965 (Rotterdam, 1965); M.A.J. Jurgens en F.J.M. van de Ven, Jurgens, generaties in beweging. 350 jaren kooplieden en fabrikanten (2 dln.; Liechtenstein, 1993).

I: F.J.M. van de Ven, Anton Jurgens Hzn 1867-1945. Europees ondernemer, bouwer van een wereldconcern (Zwolle 2006) 258 [Foto: Paul Schäfer, Wiesbaden; Jurgens omstreeks 1928].

F.J.M. van der Ven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013