Knappert, Emilie Charlotte (1860-1952)

 
English | Nederlands

KNAPPERT, Emilie Charlotte (1860-1952)

Knappert, Emilie Charlotte, godsdienstonderwijzeres en sociaal-cultureel werkster (Schiedam 15-6-1860 - Santpoort (N.H.) 22-9-1952). Dochter van Adrianus Knappert, jeneverstoker, later bankdirecteur, en Arnolda Antonia Knappert. afbeelding van Knappert, Emilie Charlotte

Emilie Knappert was de oudste in een gezin van acht kinderen. Zij groeide op in een besloten, vrijzinnig-liberaal milieu binnen de welgestelde burgerij. Zo goed als zij overweg kon met haar vader, die haar intellectuele en culturele vorming sterk stimuleerde, zo stroef was de verhouding met haar moeder. Liever dan te helpen in het huishouden bracht zij haar tijd door met lezen of luisteren naar de boeiende reisverhalen van haar vader. Van kinds af aan toonde Emilie grote belangstelling voor godsdienstige onderwerpen, en indien dat voor vrouwen mogelijk was geweest, zou ze waarschijnlijk, in navolging van haar oom Jan Knappert, predikant zijn geworden.

Na in 1882 door zelfstudie de akte MO-Frans te hebben behaald, werd Knappert in dat zelfde jaar benoemd tot lerares aan een meisjespensionaat in Scheveningen. Haar religieuze belangstelling deed haar echter een opleiding tot godsdienstonderwijzeres volgen onder auspiciën van de Nederlandsche Protestantenbond (NPB). Zij bezocht daartoe ook de avondcursussen van de Leidse hoogleraar Hebreeuwse taal en Israëlitische oudheden H. Oort. In 1885 trok zij bij hem in huis in om jongeren uit vrijzinnig-protestantse milieus catechisatieles te geven. Dertien jaar lang zou zij hieraan een belangrijk deel van haar tijd wijden.

Ten huize van Oort ontmoette Knappert vrijzinnige en sociaal bewogen intellectuelen. Zij wezen haar op het werk van Thomas Carlyle, John Ruskin en William Morris, de critici van de industriële maatschappij in het Victoriaanse Groot-Brittannië. Hun geschriften zouden voor de rest van haar leven als 'wegwijzers' dienen. Ook de artikelen van Hélène Mercier in het Sociaal Weekblad waren voor Knappert van belang. Deze zetten haar namelijk op het spoor van het Britse Toynbeewerk - genoemd naar Toynbee Hall, de 'University Settlement' in de Londense arbeiderswijk East End -, dat ervan uitging dat volksopvoeding door 'persoonlijke bemoeiingen van meer ontwikkelden in 't belang van minder ontwikkelden' de klassentegenstellingen zou kunnen overbruggen.

Eén van Knapperts eerste activiteiten op dit terrein in Leiden gold de in 1890 door haar opgezette Inrichting voor Fabrieksmeisjes. Met dit initiatief beoogde zij geen 'formele' school: die zou immers tot mislukken zijn gedoemd. Daarom groepeerde zij - naar het voorbeeld van de Britse 'reading-parties' - een twaalftal dames-vrijwilligsters om zich heen. Dezen ontvingen wekelijks in clubverband tien meisjes thuis, waarbij onder het handwerken werd voorgelezen of gepraat over serieuze onderwerpen. 'Door vanzelfsprekenden omgang met beschaafde vrouwen is er heel wat van hen te maken. Het is een aardig volkje, frisch en oorspronkelijk', zo liet Knappert weten (Verslag Staatscommissie van Arbeidsenquête: getuigenverhoren Leiden).

In 1894 werd door toedoen van Knappert en Oort in de 'Leidse Jordaan' een wijkgebouw van de NPB geopend, 'Geloof, Hoop, Liefde' geheten. Behalve het clubwerk voor kinderen, jongeren en zelfs volwassenen, dat het leeuwedeel van de activiteiten uitmaakte, vonden er in dit gebouw ook teken- en alfabetisatiecursussen plaats, was er een bibliotheek gevestigd en werd er met succes de arbeidscoöperatie gepropageerd. In 1898 introduceerde Knappert in dezelfde volksbuurt een professionele, op Britse leest geschoeide wijkverpleging. In de jaren negentig voerde zij een ware kruistocht tegen het alcoholisme onder de arbeidersbevolking.

Hoewel Knappert maar weinig waardering kon opbrengen voor de eenzijdigheid van het feminisme, spoorde zij vrouwen op velerlei manieren aan hun mogelijkheden optimaal te benutten in dienst van het 'algemeen belang'. Als vice-voorzitster was ze nauw betrokken bij de voorbereidingen van de Eerste Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in de zomer van 1898 in Den Haag werd gehouden. Knappert presideerde hier de congressen over 'maatschappelijk werk' en over vakopleiding voor vrouwen. In woord en geschrift beijverde zij zich in deze jaren voor de aanstelling van fabrieksinspectrices, een wettelijk arbeidscontract en verkorting van de arbeidsdag voor vrouwen. Dit waren toentertijd politieke programmapunten van de vrijzinnig-democraten.

Nadat een eerdere poging daartoe was mislukt, kreeg Leiden op 22 oktober 1899, eindelijk zijn Volkshuis, dank zij een vorstelijke gift van de hoogleraar Romeins recht en vrijzinnig-democratische voorman H.L. Drucker. Knappert werd directrice. Naar eigen - veelal intuïtief-pedagogisch - inzicht kon zij hier te werk gaan overeenkomstig de doelstelling van het Volkshuis: 'Verhooging van de ontwikkeling, beschaving en levensgeluk onder de arbeidende en daarmede gelijkstaande klassen'. Voortbouwend op haar ervaringen in het wijkgebouw ontplooide zij een indrukwekkend aantal activiteiten. Ook hier namen de door vrijwilligers geleide weekclubs een centrale plaats in. Daarnaast werd er een breed scala van lessen en cursussen gegeven en werden er geregeld voordrachten gehouden over maatschappelijke en culturele onderwerpen. Een versterking van de gemeenschapszin moest het jaarlijks terugkerende Lentefeest brengen. Zang- en muziekuitvoeringen en tentoonstellingen van ambachtelijke nijverheidsprodukten, schilderijen, bloemen en planten, omlijstten het programma. Een tijdlang kende het Volkshuis een openbare leeszaal voor 'werklieden' en een bibliotheek voor jong en oud. Aan min- en onvermogenden werd de gelegenheid tot gratis rechtsbijstand geboden, en er was zelfs een uitleen van kunstreprodukties.

Emilie Knappert heeft een levensvervulling gevonden in het overdragen van cultuur aan het 'volk'. Ontroering door de schoonheid van kunstvoorwerpen, maar ook het eenvoudigweg genieten van de natuur hadden voor haar vooral opvoedende waarde. Met de haar zo kenmerkende gedrevenheid zocht zij naar mogelijkheden arbeiderskinderen in contact te brengen met de vrije natuur. Wat in 1909 begon als een weekendje aan zee, groeide uiteindelijk in 1911 uit tot een onafhankelijke vereniging, door Knappert 'Buitenbedrijf' genoemd, die zich ten doel stelde de arbeidersjeugd een week vakantie in de vrije natuur te laten doorbrengen. De meeste fabrikanten stonden sympathiek tegenover dit initiatief, al was van doorbetaling van loon toen nog geen sprake. In februari 1918 werd de eerste steen gelegd voor een vakantieverblijf voor fabrieksmeisjes onder eigen beheer: 'De Vonk' in Noordwijkerhout.

Hoewel Knappert al in 1899 bij de oprichting van de School voor Maatschappelijk Werk in Amsterdam was gevraagd directrice te worden, had zij dit aanbod toen afgeslagen vanwege de kort daarvoor aangegane verbintenis met het Volkshuis. Toen men haar in 1915 opnieuw voor deze functie benaderde, stemde zij echter toe. Haar plotselinge vertrek trof bestuur en vrijwilligers van het Leidse Volkshuis als een donderslag uit heldere hemel. In een lyrische afscheidsgroet, 'The power of ideals', spoorde zij haar medewerkers aan voort te gaan op de ingeslagen weg; idealisten brachten de wereld immers op een hoger zedelijk plan. Knapperts elfjarige directeurschap betekende voor de School voor Maatschappelijk Werk een periode van consolidatie. Als tegenwicht tegen de noodzakelijke specialisatie voor de latere beroepspraktijk moest er naar haar mening in de opleiding van de studentes ruime aandacht worden besteed aan een brede humanistische en culturele vorming en aan de persoonlijkheidsontwikkeling.

Haar culturele kennis en opvattingen droeg Knappert ook uit in Leven en Werken. Maandblad voor meisjes en jonge vrouwen , het tijdschrift dat zij van 1916 tot 1936 samen met Annie Salomons redigeerde. In Volksontwikkeling. Maandblad uitgegeven door het Nutsinstituut voor Volksontwikkeling verschenen verschillende artikelen van haar hand over de uitgangspunten van volksopvoeding en het belang van methodisch werken. Zowel in de in 1928 - mede op haar initiatief - opgerichte Nederlandsche Bond van Volkshuizen, als in de International Federation of Settlements speelde Knappert een vooraanstaande rol. Zij was ook een veel gevraagd spreekster, met als favoriete onderwerpen één van haar 'wegwijzers' - tot wie ook de dichters Dante en Wordsworth moeten worden gerekend - en de kathedraal van Chartres.

Was Knappert kort voor de eeuwwisseling gecharmeerd van de uit Groot-Brittannië stammende Labour Church, in 1911 werd zij lid van de Vereeniging van Woodbrookers in Holland. In politiek opzicht voelde zij zich aanvankelijk thuis bij de Vrijzinnig-Democratische Bond. In 1903 behoorde zij dan ook tot de ondertekenaars van het Manifest der Twintigen , die de 'worgwetten' van het ministerie-Kuyper tegen de spoorwegstakers veroordeelden. De ervaringen in haar werk en de opkomst van het religieus socialisme binnen de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij deden haar echter allengs in socialistische richting opschuiven.

Haar laatste levensjaren bracht Knappert door te Bentveld bij Haarlem, in het gebouw van de Arbeiders-Gemeenschap der Woodbrookers, in de nabijheid van Henriëtte Roland Holst en het gezin van dominee W. Banning. Op aandringen van de laatstgenoemde heeft zij gewerkt aan haar (niet gepubliceerde) 'Herinneringen'. Deze autobiografie stelt teleur. Knappert is hierin zeer terughoudend over haar persoonlijke leven. Bovendien vormen veel fragmenten citaten uit eerder geschreven artikelen.

Emilie Knappert was klein van postuur. Zij was een ongelooflijk actieve vrouw. Een wilskrachtige, streng en sober levende, zeer gedisciplineerde persoonlijkheid, die hoge eisen stelde aan zichzelf en aan haar medewerksters en die een hekel had aan het niet nauw nemen van beginselen. Reeds tijdens haar leven, maar met meer nadruk nog na haar dood in 1952, werd zij geëerd als een van de pioniers van het sociaal-cultureel werk in Nederland.

A: Archief-E.C. Knappert in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam; Archief Leidse Volkshuis in het Gemeentearchief te Leiden.

P: Bibliografieën in de onder L genoemde publikaties van M. de Meijer-van der Waerden, 86-87 en van J. Slangen, 262.

L: 'Mejuffouw E.C. Knappert', in De Hollandsche Revue 20 (1915) 537-547; H.G. Cannegieter, 'Emilie Knappert', in Morks Magazijn 50 (1924) II, 449 e.v.; Maatschappelijk werk. Opstellen aangeboden aan Emilie Knappert ... . Onder red. van J.G. van Dillen (Amsterdam, 1930) 231-276; W. Banning, 'Emilie C. Knappert', in Tijd en Taak , 27-9-1952; Annie Salomons, 'Mejuffouw E.C. Knappert', in Maatstaf 4 (1956) 24-32; M. de Meijer-van der Waerden, Zoekt een ster niet te ver. ... Emilie Charlotte Knappert, 1860-1952 (Amsterdam, 1960); lemma door F.L. van 't Hooft, in Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme I (Kampen, 1978) 98-99; J. Slangen, 'De oprichters. Emilie Charlotte Knappert (1860-1952) ...', in H. Kramers [e.a.], Het Leidse Volkshuis. Geschiedenis van een stichting sociaal-kultureel werk (Leiden, 1982) 97-108; Herman Nijenhuis, Werk in de schaduw. Club- en buurthuizen in Nederland, 1892-1970 (Amsterdam [etc.] 1987); lemma door Hermien van Veen, in Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland III (Amsterdam, 1988) 95-98; Rob Neij en Ernest Hueting, De opbouw van een sociaal-agogische beroepsopleiding 1899-1989 (Zutphen, 1989); Mieke Lunenberg, 'E.C. Knappert (1860-1952). ''Van allen vrij, aan allen dienstbaar'' ', in Vrouwelijke pedagogen in Nederland . Onder red. van Mineke van Essen en Mieke Lunenberg (Nijkerk, 1991) 49-61, 204-205.

I: M. de Meijer-van der Waerden, Zoekt een ster niet te ver. ... Emilie Charlotte Knappert, 1860-1952 (Amsterdam, 1960) afbeelding tegenover pagina 64.

Jaak Slangen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013