Kuhn, Pieter Joseph (1910-1966)

 
English | Nederlands

KUHN, Pieter Joseph (1910-1966)

Kuhn, Pieter Joseph, striptekenaar (Amsterdam 22-5-1910 - Amsterdam 20-1-1966). Zoon van Pieter Joseph Kuhn, sigarenmaker, en Janie Munnikes. Gehuwd op 20-12-1934 met Margaretha Groenewoud. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren.

afbeelding van Kuhn, Pieter Joseph

Pieter Kuhn groeide op in een Amsterdamse volksbuurt als zoon van een arbeider in een sigarenfabriek. Na de lagere school trad hij in dienst bij de drukkerij Senefelder. In de avonduren volgde hij een opleiding aan Kunstnijverheidsschool 'Quellinus'. Op aansporing van zijn tekenleraar, die zijn artistieke talent onderkende, deed Pieter daarna een avondstudie aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. In 1929 behaalde hij het diploma van lithograaf.

In 1932 aanvaardde Kuhn een baan als reclametekenaar bij de drukkerij Van Dooren in Vlaardingen en verliet hij zijn geliefde Amsterdam. Hij was toen al verloofd met Margaretha Groenewoud, met wie hij eind 1934 trouwde. Het paar woonde vervolgens vier jaar in Schiedam. Naast zijn reclamewerk voor Van Dooren illustreerde Kuhn boeken en titelpagina's voor bladmuziek en ontwierp hij filmaffiches. Intussen bleef de hoofdstad lokken. Bovendien wilde Kuhn na verloop van tijd graag voor zichzelf beginnen. Aangezien de mogelijkheden daartoe gunstiger leken in een grote stad, keerde hij in januari 1939 met zijn jonge gezin naar Amsterdam terug. Intussen reisde hij dagelijks per bus heen en weer naar zijn werk in Vlaardingen. De pogingen om in Amsterdam als zelfstandig illustrator en grafisch ontwerper werk te vinden liepen evenwel op niets uit. Een half jaar later besloot Kuhn naar Hilversum te verhuizen, waar hij in dienst trad bij het reclamebureau Kastelein. Tot zijn dood zou hij hier in de Van Beuningenstraat blijven wonen.

Vier jaar lang was Kuhn als reclametekenaar werkzaam bij Kastelein. Naast deze baan deed hij ook veel los werk. Zo illustreerde hij boeken voor verscheidene uitgevers. In 1943 en1944 werkte hij voor de Volksche Uitgeverij Westland. In overleg met het verzet in Hilversum verzekerde hij zich aldus van een dekmantel voor zijn illegale activiteiten, zoals het vervalsen van persoonsbewijzen, het verbergen van onderduikers en het verlenen van hulp aan de Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten.

In de winter van 1944/1945, toen hij weinig om handen had, ontstond bij Kuhn het idee voor een krantenstrip. Kort na de bevrijding ging hij met een volledig uitgewerkt voorstel naar de redactie van Het Parool. Toen men hier belangstelling toonde voor zijn plan, trad hij op freelance basis in dienst van het jonge dagblad. Daarnaast bleef hij boeken illustreren, reclamewerk vervaardigen en verpakkingsmateriaal ontwerpen.

Op 11 december 1945 verscheen de eerste aflevering van Kuhns strip 'De avonturen van kapitein Rob' in Het Parool. Het waren de verhalen van een zeiler die met zijn trouwe hond 'Skip' op zijn jacht 'De Vrijheid' de wereldzeeën bevaart en het ene ongelooflijke avontuur na het andere beleeft. Iedere aflevering bestond uit drie tekeningen met daaronder een korte tekst. Kuhns herhaalde voorstellen om zijn beeldverhaal, naar buitenlands voorbeeld, te voorzien van tekstballons zijn door de redactie steeds afgewezen. De teksten onder de strip werden vanaf het tweede verhaal geschreven door Parool -journalist Evert Werkman, aan de hand van vaak niet meer dan enkele in de marge van de tekeningen gekrabbelde opmerkingen en namen. Kuhn was en bleef echter de geestelijke vader van 'Kapitein Rob', en het verloop van ieder verhaal werd alleen door hem bepaald.

'De avonturen van kapitein Rob' - aanvankelijk gesigneerd met 'QN', later met de achternaam voluit - waren getekend in een realistische stijl die nogal stijfjes aandoet. Kuhns tekeningen geven blijk van een groot perfectionisme: elk detail moest kloppen. Zo werd wel eens een reeds voor druk gereed gemaakte aflevering teruggehaald, omdat hij een ogenschijnlijk onbeduidende fout in de tuigage van een schip had ontdekt. De strip bevat de nodige autobiografische elementen. Voor de hoofdpersoon stond Kuhn - een hartstochtelijk zeiler - zelf model: hij gaf hem zijn eigen gelaatstrekken. Verder zijn in veel verhalen, naast bestaande locaties - onder andere in het Amsterdamse havenkwartier - verschillende personen uit zijn familie- en vriendenkring te herkennen. Hoewel 'De avonturen van kapitein Rob' waren bedoeld voor kinderen, genoten zij ook bij volwassenen grote populariteit. In de verhalen, met pakkende titels als Het geheim van de Bosplaat, Mysterie van het Zevengesternte, De rose parels van Tamoa of Het raadsel van Straat Magelhaes, gaf hij zich geheel over aan zijn ongebreidelde fantasie. Niets was voor hem onmogelijk: reizen in de ruimte, noch reizen naar het verleden. Kuhns strip bevatte geen boodschap. Hij wilde slechts een spannend avontuur brengen met weinig gecompliceerde figuren tegen de achtergrond van een steeds wisselend, vaak exotisch decor, waarin het goede uiteindelijk zegeviert over het kwade. In feite zijn het eindeloze variaties op een en hetzelfde thema.

Begin april 1955 kwam er plotseling een einde aan 'De avonturen van kapitein Rob'. Na een kleine tien jaar wilde Kuhn wel eens wat anders dan elke dag zijn 'drieluikje' tekenen, terwijl ook de geestelijke druk die dit met zich bracht hem steeds zwaarder viel. Hij besloot daarom opnieuw een broodwinning te zoeken in het reclame- en illustratiewerk, dat hij incidenteel naast het tekenen van zijn krantenstrip was blijven verrichten. Het werd geen succes, zodat hij uit financiële overwegingen - de strip liep inmiddels ook goed in een aantal buitenlandse dagbladen - zijn 'Kapitein Rob'-verhalen voortzette. Vanaf september 1956 verschenen zij weer in Het Parool. Ruim twee jaar later volgde opnieuw een onderbreking, toen Kuhn getroffen werd door een hartinfarct. Van november 1958 tot juni 1959 moesten de lezers van Het Parool de avonturen van hun held missen. Een tweede hartaanval werd Kuhn fataal. Op 21 januari 1966, daags na zijn overlijden, verscheen de laatste aflevering van 'De avonturen van kapitein Rob', middenin het 73e verhaal Rendez-vous in Jamaica .

Pieter Kuhn behoort met Hans Kresse ('Eric de Noorman'), Alfred Mazure ('Dick Bos') en Marten Toonder ('Tom Poes') tot de belangrijkste Nederlandse striptekenaars van na 1945. De strip verwierf zich al snel een vaste plaats op pagina twee van Het Parool . Vanaf 1946 werden de verhalen na voltooiing ook afzonderlijk uitgegeven in boekjes van oblongformaat, die eveneens in vertaling in het buitenland verschenen. Vooral in de jaren vijftig kenden 'De avonturen van kapitein Rob' een grote populariteit, zowel bij jong als bij oud. Kuhns strip was overigens sterk tijdgebonden. Toen Het Parool , met het oude succes voor ogen, de verhalen in 1980 opnieuw afdrukte, bleken zij bij het publiek niet meer aan te slaan en werd de serie spoedig gestaakt.

A: Persoonlijke bescheiden bij de Erven P.J. Kuhn.

P: Een overzicht van alle 'Kapitein Robpublicaties' in: Lex Ritman, Kapitein Robs stormachtige leven ('s-Gravenhage 1995) 6-13. Kuhns overige werk wordt daar beschreven op pp. 60-62. Op 29 november 2007 ging de speelfilm Kapitein Rob en het geheim van professor Lupardi van regisseur Hans Pos in première met Thijs Römer in de rol van ‘Kapitein Rob’.

L: Interview door Willem [Wittkampf], in Het Parool , 5-9-1964; herdenkingsartikel door Evert Werkman, ibidem , 21-1-1966; Han Mulder, 'Kapitein Rob vaart opnieuw uit', ibidem , 12-4-1969; Kees Tamboer, 'Kapitein Rob, jeugdsentiment uit Koude-Oorlogsjaren', in Het Vrije Volk , 16-8-1969; themanummers over 'Kapitein Rob' in Stripschrift 3 (1970) 24 (dec.) en 11 (1978) 107/108 (jan./feb.); Bert Meppelink, 'Pieter Kuhn' (1987), in Lexicon van de jeugdliteratuur (Alphen aan den Rijn [etc.], 1982-); Lex Ritman, Kapitein Robs stormachtige leven ('s-Gravenhage, 1995); Sjoerd Faber en Gretha Donker, Bijzonder gewoon. Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (1944-2000) en de 'lichte gevallen' (Haarlem 2000) 30.

I: Lex Ritman, Kapitein Robs stormachtige leven ('s-Gravenhage, 1995) 20 [Foto: Erven P.J. Kuhn].

A.J.C.M. Gabriëls


Bovenstaande biografie weerspiegelt de stand van het onderzoek tot aan het jaar van publicatie in het gedrukte deel van het BWN. Dit jaar is hieronder weergegeven. Alle daarna verschenen literatuur is niet in de tekst verwerkt en wordt evenmin vermeld in de literatuuropgave (onder L).

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013