Lindemans, Christiaan Antonius (1912-1946)

 
English | Nederlands

LINDEMANS, Christiaan Antonius (1912-1946)

Lindemans, Christiaan Antonius, (bekend onder de naam King Kong), dubbelspion (Rotterdam 24-10-1912 - Scheveningen 20-7-1946). Zoon van Joseph Hendrik Lindemans, garagehouder, en Christina Antonia van Uden. Alleen kerkelijk gehuwd op 23-8-1941 met Gilberte Yvonne Letuppe. Er werden 2 dochters geboren. afbeelding van Lindemans, Christiaan Antonius

Na een mislukte HBS-opleiding behaalde Chris Lindemans in 1929 aan de ambachtsschool het diploma automonteur. Hij groeide op in een welgesteld milieu en kon zich een auto veroorloven en zweefvlieglessen nemen. Sportief van aanleg beoefende hij onder meer de bokssport. Lindemans had de neiging indruk te willen maken en risico's te nemen. Vanwege zijn forse gestalte en bravoureachtige gedrag noemde men hem al in zijn jeugd 'King Kong', naar de reuzegorilla uit de gelijknamige Amerikaanse speelfilm, die toentertijd furore maakte. In 1934 kreeg hij een zo ernstig motorongeluk dat hij aan de gevolgen daarvan een blijvende invaliditeit - een slepend linkerbeen en een gedeeltelijk verlamde linkerarm - overhield.

In 1939 kwam Lindemans in zijn woonplaats Rotterdam in contact met de Britse geheime dienst. Hij werd echter geen agent van betekenis. Tot aan de capitulatie van Nederland hield hij zich voornamelijk bezig met het verzamelen van informatie over scheepsbewegingen in de Rotterdamse haven. Na enkele maanden werkloos te zijn geweest, begon hij in juli 1940 als chauffeur voor de Duitse Luftwaffe te werken. Als zodanig was hij werkzaam bij benzinetransporten op de route Parijs - Rijssel. In deze laatste stad leerde hij zijn toekomstige vrouw Gilberte ('Gilou') kennen. Vooral via haar raakte Lindemans, nadat hij in maart 1941 zijn baan bij de Luftwaffe had opgegeven, meer en meer betrokken bij illegale activiteiten, zoals het overbrengen van mensen naar het nog niet bezette deel van Frankrijk. Op verdenking van steunverlening aan het verzet werd hij in december 1941 door de Duitsers gearresteerd en korte tijd gevangen gehouden.

Weer vrijgelaten, keerde Lindemans in de zomer van 1942 terug naar Rotterdam, waar zijn broer Henk volop verwikkeld was in het verzetswerk. In de winter van dat jaar trad hij in dienst van een Nederlandse aannemer die voor de Duitse staatsbouwonderneming Organisation Todt werkte. Lindemans kreeg tot taak arbeiders te werven en hen te begeleiden naar Cherbourg. Deze omstandigheden maakten het hem mogelijk een rol te spelen bij het opbouwen en onderhouden van vluchtroutes naar Spanje. Bij dit werk kwam hij in contact met Victor Swane, een van de leiders van een 'pilotenhulp'-groep, en met Kas de Graaf van de verzetsgroep CS-6. Eind 1943 hielp hij De Graaf, via Spanje, ontsnappen naar Groot-Brittannië, waar deze werd opgenomen in de staf van prins Bernhard. Ook ontmoette Lindemans Jean Weidner, leider van een illegaal netwerk in Frankrijk, maar deze wees verdere toenadering af, omdat hij de onvoorzichtige en branieachtige werkwijze van Lindemans onverantwoord achtte.

Toen in het voorjaar van 1944 zijn broer Henk en korte tijd later ook zijn vrouw Gilberte door de bezetter waren gearresteerd, ging Lindemans met de Abwehr, de contraspionagedienst van het Duitse leger, samenwerken, waardoor hij hun vrijheid wist te bewerkstelligen. Als V-Mann (vertrouwensman) verried hij een groot aantal verzetsstrijders. In september 1944 ontmoette hij in het bevrijde Brussel opnieuw De Graaf, wiens vertrouwen hij genoot, en die hem introduceerde bij een Britse inlichtingengroep en bij het hoofdkwartier van prins Bernhard. Lindemans slaagde erin gegevens te verzamelen over de aanstaande grote militaire operatie 'Market Garden', het geallieerde plan om met een gecombineerde aanval van luchtlandings- en grondtroepen de bruggen over de Maas (Grave), de Waal (Nijmegen) en de Rijn (Arnhem) te veroveren. Na in de nacht van 14 op 15 september door de linies te zijn gegaan, meldde hij zich bij het Nederlandse hoofdkwartier van de Abwehr in Driebergen en bracht daar verslag uit van zijn bevindingen. De Duitse militaire autoriteiten hebben echter zijn informatie niet benut, zodat het 'verraad van Lindemans' zonder enige betekenis is geweest voor het verloop van de slag.

Op 16 september was Lindemans in Eindhoven, waar hij zich, na de bevrijding van de stad, weer bij de eerder genoemde Britse inlichtingengroep voegde. In ieder geval heeft hij toen het hoofdkwartier van prins Bernhard verschillende keren bezocht. Ondertussen groeide het wantrouwen jegens 'King Kong', die de held uithing en op de rand van overspanning verkeerde. Zijn arrestatie volgde op 28 oktober 1944. Hij werd voor verhoor overgebracht naar Londen en vandaar, eind november, naar Breda. Ten slotte werd hij, in afwachting van zijn proces, opgesloten in de gevangenis te Scheveningen.

In de ziekenzaal van de gevangenis knoopte Lindemans een relatie aan met de verpleegster Tine Onderdelinden, met wie hij afsprak samen een einde aan hun leven te maken. Op 18 juli 1946 namen zij een grote dosis van het slaapmiddel luminal in. De verpleegster kon op het laatste moment nog worden gered. Voor Lindemans kwam die hulp te laat. Volgens de officiële lezing pleegde 'King Kong' zelfmoord, maar weldra circuleerden er geruchten dat hij om het leven zou zijn gebracht: had Lindemans, toen hij in bewusteloze toestand werd aangetroffen, niet kunnen worden gered? Tijdens de gevangenschap en vooral na zijn dood trokken speculaties over het 'verraad van Arnhem' regelmatig de aandacht van de media. Enerzijds probeerde men hierin een verklaring te vinden voor de Britse nederlaag bij Arnhem, anderzijds vroeg men zich af of Lindemans zijn informatie verkregen had in het hoofdkwartier van prins Bernhard.

Eind jaren zestig schreef W.F. Hermans in opdracht van de gemeente Amsterdam het toneelstuk King Kong , dat zo controversieel werd bevonden, dat het pas in 1981, één keer, gespeeld kon worden. In 1984 kwam door de publikatie van W.H. Tiemens, 'Stierf King Kong?' (in: idem, Facetten van de Slag om Arnhem (Weesp, 1984) 150-188) de kwestie-Lindemans opnieuw in de aandacht. Twee jaar later lokten enkele artikelen in het Haarlems Dagblad (januari/februari 1986), geschreven door J. de Roos en A. Maandag, een stroom van reacties uit. Het verhaal deed de ronde dat Lindemans niet zou zijn gestorven, maar in 1946, met behulp van de een of andere geheime dienst naar Zuid-Amerika zou zijn uitgeweken. Ten einde aan alle geruchten een einde te maken, gaf de burgemeester van Rotterdam toestemming het stoffelijk overschot van 'King Kong' op de Algemene Begraafplaats 'Crooswijk' te Rotterdam op te graven en te identificeren. Deze exhumatie vond plaats op 17 juni 1986. Vastgesteld werd dat de opgegraven lichaamsresten inderdaad als die van Lindemans konden worden herkend, dat anatomisch aan het skelet geen doodsoorzaak aanwijsbaar was, en dat er onvoldoende argumenten waren om een arsenicumvergiftiging aan te tonen. Alles scheen er dus op te wijzen dat Lindemans inderdaad zelfmoord had gepleegd.

A: Gegevens over Lindemans zijn te vinden bij de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf te 's-Gravenhage (collectie-Boeree), bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam (Doc. I-1059A) en bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Archief van de Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945). In 1986 brachten de ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken de onder hen berustende bescheiden samen onder de titel Documenten betreffende Christiaan Lindemans (6 dln.; 's-Gravenhage, 1986), die in een kleine oplage zijn verschenen.

L: Behalve de in de tekst genoemde publikaties: H.J. Giskes, Abwehr III F. De Duitse contraspionage in Nederland . Vert. uit het Duits] door en met een verantw. van W.H. Nagel (Amsterdam, 1949); Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek [der] Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 IVa en b ('s-Gravenhage, 1950) 686-704; Th.A. Boeree, '"De Slag bij Arnhem" en "Het verraad van Lindemans"' ' in Ons Leger 39 (1955) 11 (nov.) 17-23; idem, 'De dubbelspion Christiaan Lindemans, alias King Kong', ibidem 39 (1955) 12 (dec.) 2-9; C. Bauer, De Slag bij Arnhem. De mythe van het verraad weerlegd . Naar gegevens van Th.A. Boeree (Amsterdam [etc.], 1963); Anne Laurens, L'affaire King Kong. Cinquième colonne aux Pays-Bas (Parijs, 1969); Willem Frederik Hermans, King Kong, gevolgd door wat Nederland niet op de televisie mocht zien (Amsterdam, 1972); L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog X en XII ('s-Gravenhage, 1980 en 1988); Willem H. Tiemens, Veertig jaar affaire King Kong. Licht in een duistere zaak (Arnhem, 1985); Oreste Pinto, Vriend of vijand. De ontmaskering van King Kong en vele andere spionnen in WO II . [Vert. uit het Engels.] Met een nawoord van A. Korthals Altes (Amsterdam, 1986) 166-204; A. Korthals Altes, 'Het dossier-King Kong', in Elseviers Magazine , 22-2-1986; Frans Dekkers, King Kong. Leven, dood en opstanding van een verrader (Amsterdam, 1986); Nigel West, Unreliable witness. Espionage myths of the Second World War (Londen [etc.], 1986) 145-158; R.J. Hollander, King Kong op Crooswijk (Rotterdam, 1988); F.H. Hinsley, British intelligence in the Second World War. Its influence on strategy and operations IV (Londen, 1990) 373-378; Bob de Graaff, Spion in de tuin. King Kong voor en na zijn dood ('s-Gravenhage, 1992).

I: Bob de Graaff, Spion in de tuin. King Kong voor en na zijn dood ('s-Gravenhage 1992) 193.

C.M. Schulten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013