Roskam, Evert Jan (1892-1974)

 
English | Nederlands

ROSKAM, Evert Jan (1892-1974)

Roskam, Evert Jan, politicus (Barneveld 22-1-1892 - Ede 4-10-1974). Zoon van Hendrikus Roskam, winkelier en graanhandelaar, en Dirkje Bloemendaal. Gehuwd op 14-11-1913 met Gerritje Overeem. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 3 dochters geboren. afbeelding van Roskam, Evert Jan

Roskam groeide op in een gereformeerd middenstandsgezin. Hij volgde een HBS-opleiding op een kostschool in Ede, maar brak die reeds na twee jaar af. Vervolgens werkte hij van zijn veertiende tot zijn achttiende in het levensmiddelenbedrijf van zijn vader en daarna twee jaar als volontair in een soortgelijk bedrijf te Arnhem. In 1913 keerde Roskam terug naar zijn geboortedorp om er een deel van de zaak van zijn vader over te nemen. Toen deze firma negen jaar later failliet ging - zijn vader was in 1915 overleden -, verhuisde Roskam van Barneveld naar Amsterdam, waar hij zich vestigde als koopman; met even weinig succes overigens, want in 1932 werd hij opnieuw failliet verklaard.

De politiek had al vroeg Roskams belangstelling. Aanvankelijk was hij lid van de Anti-Revolutionaire Partij, waarmee hij echter in 1923 brak. In 1933 sloot hij zich aan bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van A.A. Mussert. Hier trok hij al snel de aandacht, niet alleen als fel agitator voor de belangen van kleine boeren en middenstanders, maar ook als 'ideoloog'. Zo propageerde hij als één der eersten in de NSB de rassenleer, en hoewel Mussert deze leer toen nog afwees, liet hij hem wat dit betreft begaan. In 1934 publiceerde Roskam een brochure met de veelzeggende titel De Nationaal Socialistische Beweging in Nederland in verband met ons christelijk volkskarakter en onze germaansche volksaard , en in oktober van dat jaar mocht hij op de vierde landdag van de NSB in Loosduinen een rede houden over 'De Leidersgedachte in den vrijen Dietschen staat', een geheel van 'Blut und Boden'-ideologie doordrongen betoog.

Roskam kan dus gelden als een duidelijke exponent van de radicalisering die de NSB vanaf 1935 doormaakte en was dan ook weinig geschikt voor de rol die Mussert hem had toegedacht, namelijk als contactman met de gereformeerde kerken: in de in juli 1935 door Mussert ingestelde Raad voor Kerkelijke Aangelegenheden was Roskam secretaris van de (sub-)Raad voor Gereformeerden. Toen de generale synode van de Gereformeerde Kerken zich opmaakte om het NSB-lidmaatschap onverenigbaar te verklaren met de gereformeerde belijdenis, trachtte Roskam dit te voorkomen door de publikatie van een felle 'Open brief aan onze gereformeerde volksgenooten' (in Volk en Vaderland , 25-1-1936). Waarschijnlijk heeft dit averechts gewerkt, want op 2 oktober 1936 kondigde de synode het verbodsbesluit af. Roskam reageerde met de brochure Het calvinisme, de N.S.B. en de Gereformeerde Kerken en brak met de kerk van zijn jeugd.

Van januari 1936 tot december 1937 was Roskam redacteur van Nieuw Nederland , het theoretisch maandblad van de NSB. Daarnaast werkte hij vanaf 1936 mee aan het blad De Wolfsangel - in 1937 omgedoopt in Der Vaderen Erfdeel en sinds 1939 Volksche Wacht geheten -, het orgaan van de 'volkse' groep in de NSB rondom F.E. Farwerck. In april 1937 volgde hij R. van Houten op als directeur van Het Nationale Dagblad , dat onder redactie stond van M.M. Rost van Tonningen. Hij wist de verliezen van de exploitatie te beperken, onder andere door in Leiden een eigen drukkerij voor het blad aan te kopen. Toen begin 1938 de oplage echter tot 11.000 exemplaren was gedaald, eiste en verkreeg Mussert zijn ontslag als directeur.

Opmerkelijk is dat Roskam, ondanks zijn affiniteit met Musserts volkse rivalen, zoals Rost van Tonningen, toch het vertrouwen van de NSB-leider behield. Deze maakte hem op 1 december 1938 leider van de Agrarische Dienst van de NSB (vanaf 1940 aangeduid als hoofd van afdeling VII - agrarische zaken - van het Hoofdkwartier). Daarmee begon voor de 'Saksische boerenzoon' Roskam zijn loopbaan als agrarische specialist van de NSB.

Nadat hij tijdens de meidagen van 1940 in fort Spijkerboor geïnterneerd was geweest, kreeg Roskam op 13 juli 1940 de leiding van een toen opgerichte NSB-boerenorganisatie, het Boerenfront. Dit fuseerde in november 1940 met de Nationale Bond 'Landbouw en Maatschappij' in het Nederlandsch Agrarisch Front, weer onder leiding van Roskam. Van de 20.000 leden van 'Landbouw en Maatschappij' ging overigens slechts een minderheid mee naar de nieuwe organisatie, en toen Reichskommissar A. Seyss-Inquart in oktober 1941 de Nederlandsche Landstand instelde als een publiekrechtelijk lichaam waarvan alle boeren automatisch lid werden, telde zij niet meer dan ongeveer 6000 leden. Roskam werd hoofd van de Landstand, met de titel 'boerenleider'.

Roskam had zijn affiniteit met de 'volksen' inmiddels zover gedreven dat hij in juli 1941 lid was geworden van de Nederlandsche SS. Hij had H.A. Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer, voor zich gewonnen met de belofte de Landstand ideologisch in SS-richting te zullen sturen. Doch ook nu volbracht Roskam het kunststuk om zowel het vertrouwen van Rauter en de SS als dat van Mussert te behouden. Hoe hij hierin slaagde - door handige laveerkunst? door persoonlijke charme? -, is niet helemaal duidelijk, maar zeker is in ieder geval dat dit niet te danken was aan zijn prestaties als leider van de Landstand. Het ontbrak Roskam namelijk te enen male aan organisatorische capaciteiten. Al spoedig liet hij de opbouw van de Landstand geheel over aan zijn 'hoofdstafleider', O.F.J. Damave, die zich in zijn functie schaamteloos verrijkte, een corruptie waarvan hij zijn chef liet meeprofiteren. De toenemende klachten over het wanbeheer in de Landstand maakten dat Roskam in 1942 Rauters protectie verloor, juist toen hij poogde H.M. Hirschfeld te verdringen als waarnemend secretaris-generaal op het departement van Landbouw en Visserij. Ten slotte kon departementale controle van het financiële beheer van de Landstand niet langer worden tegengehouden, met als resultaat dat Damave op 7 september 1943 werd gearresteerd. Roskam, wiens medeplichtigheid aan Damaves malversaties was gebleken, hield de eer aan zichzelf en diende eind september 1943 zijn ontslag in als boerenleider. Mussert zag hem met spijt vertrekken en bleef hem persoonlijk goed gezind.

Nadat Roskam als 'boerenleider' van het politieke toneel was verdwenen, werd hij voor het eerst echt boer. Al in 1942 had hij het beheer gekregen over een aan het Leger des Heils toebehorende hoeve, 'Groot Batelaar' in Lunteren; later pachtte hij deze boerderij. In december 1944 vertrok hij naar Hüde in Oldenburg (Duitsland), waar hij Verwalter werd van een boerderij van Freiherr von Witzleben. Daar werd hij in mei 1945 gearresteerd.

In mei 1948 veroordeelde het tribunaal te Arnhem Roskam tot drie en een half jaar internering met aftrek en levenslang ontzetting uit het kiesrecht. Aangezien de Hoge Autoriteit de straf te licht achtte en het fiat executio weigerde, bleef Roskam daarna nog geïnterneerd tot 24 november 1948, toen het kantongerecht-tribunaal te Nijmegen na een nieuw proces de Arnhemse uitspraak bevestigde.

Na zijn vrijlating werd Roskam in de jaren vijftig opnieuw boer in de streek tussen Barneveld en Lunteren. Gedurende zijn laatste jaren woonde hij als rentenier in een kleine villa te Lunteren. Anders dan de meeste oud-NSB'ers schuwde hij de publiciteit niet. Hij schreef bijdragen voor De Vrije Boer , het blad van de Boerenpartij, en gaf eind jaren zestig enkele malen een interview, waarin hij blijk gaf zijn nationaal-socialistische denkbeelden in hoofdzaak te zijn trouw gebleven.

A: Documentatiedossier-E.J. Roskam en knipselcollectie bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam.

P: Behalve de in de tekst genoemde publikaties en talrijke artikelen in kranten en tijdschriften: Het 'drama' Colijn. Ondergang van de Anti-Revolutionaire partij (Utrecht [1937]); De wereldbeschouwing van den Nederlandschen boer [S.l., 1939]; De stem van ons bloed [S.l., 1940]; De eenheid van stad en land. Rede ... (Leiden, 1940); Het Nederlandsch Agrarisch Front (Amsterdam, 1940).

L: Correspondentie van mr. M.M. Rost van Tonningen I: 1921 - mei 1942 . Ingel. en uitg. door E. Fraenkel-Verkade in samenw. met A.J. van der Leeuw ('s-Gravenhage, 1967); idem II: mei 1942 - mei 1945 . Ingel. en uitg. door David Barnouw (Zutphen, 1993); A.A. de Jonge, Het nationaal-socialisme in Nederland. Voorgeschiedenis, ontstaan en ontwikkeling (2e dr.; 's-Gravenhage, 1979); Eelke de Jong, 'Boerenprofeet Roskam: het nationaal-socialisme leeft!', in Haagse Post , 17-8-1968; idem, 'De zwarte bladzij van het jubileumboek', in De Spiegel , 12-4-1969; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog IV ('s-Gravenhage, 1972); ibidem , V ('s-Gravenhage, 1974); De SS en Nederland. Documenten uit SS-archieven 1935-1945 . Ingel. en uitg. door N.K.C.A. in 't Veld (2 dln.; 's-Gravenhage, 1976); J.H. de Ru, Landbouw en maatschappij. Analyse van een boerenbeweging in de crisisjaren (S.l., 1980); A.J.G.T. Sniekers, Politieke biografie van de NSB'er en 'boerenleider E.J. Roskam Hzn., 1933 - september 1943 [Niet- gepubliceerde doctoraalscriptie geschiedenis, KU Nijmegen] (Nijmegen, 1983); Harmjan Dam, De NSB en de kerken. De opstelling van de Nationaal Socialistische Beweging in Nederland ten opzichte van het christendom en met name de gereformeerde kerken, 1931-1940 (Kampen, 1986).

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Collectie ANEFO; Roskam in 1940].

A.A. de Jonge


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013