Tels, Hartog Hijman (1810-1885)

 
English | Nederlands

TELS, Hartog Hijman (1810-1885)

Tels, Hartog Hijman, advocaat en journalist (Rotterdam 2-11-1810 - Rotterdam 1-11-1885). Zoon van Hijman Salomon Tels, koopman, en Hester Sprengers. Gehuwd op 16-8-1843 met Johanna Hijmans. Uit dit huwelijk werden, behalve 1 zoon die jong overleed, 6 zoons en 2 dochters geboren.

Tels stamde uit een joodse familie te Rotterdam, waar zijn vader koopman was in juwelen en galanterieën en later een fabriek had van lijsten en spiegels. Sinds 11 januari 1830 studeerde hij aan de Leidse hogeschool, waar hij op 1 maart 1838 tweemaal promoveerde: eerst in de letteren bij prof. J. Bake en daarna in de rechten bij prof. H. Cock. In zijn literaire proefschrift, De jure publico usque ad Ulricum Huberum , gaf Tels een overzicht van het publiek recht in oudheid en middeleeuwen tot aan het optreden van de 17e-eeuwse Friese rechtsgeleerde Ulric Huber. De juridische dissertatie, De meritis Ulrici Huberi in jus publicum universale , schetste de verdiensten van Huber, die niet als hervormer, maar als de schepper van het publiek recht werd voorgesteld en in sommige opzichten zelfs boven Hugo de Groot geplaatst. Na aldus zijn studie te hebben voltooid, vestigde Tels zich als advocaat in Rotterdam, waar hij een uitgebreide praktijk opbouwde.

Op 1 januari 1844 werd Tels hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), die kort tevoren door de uitgever H. Nijgh was opgericht en sinds september 1844 als dagblad verscheen, nadat een groep geldschieters voldoende kapitaal had bijeengebracht. Hoewel de krant zich vooral toelegde op snelle en uitgebreide handelsberichtgeving nam zij van meet af aan een liberaal politiek standpunt in: veel meer dan haar voorbeeld, het Amsterdamse Algemeen Handelsblad , stelde de NRC zich nadrukkelijk achter de beweging voor grondwetsherziening en handelsvrijheid. Ondanks grote verliezen in de eerste tien jaar - pas in 1855 werd een batig saldo bereikt - heeft de voornaamste geldschieter, de koopman-reder H. van Rijckevorsel, zich als president-commissaris steeds achter de liberale koers van Tels gesteld.

Om in zijn onderhoud te voorzien moest Tels zijn advocatenpraktijk aanhouden, en zo kon hij zich niet volledig aan de politiek wijden. Zijn plannen voor een 'constitutioneel volksboek' over staatsrecht en staatsinrichting, waartoe Thorbecke hem in 1846 had aangezet, bleven dan ook in de uitvoering steken. Wel werd hij meteen lid van de liberale Amstelsociëteit (1846-1851). Na de opzienbarende politieke ommezwaai van Willem II in maart 1848, waarover de NRC als eerste berichtte, steunde de krant aanvankelijk het liberale ministerie-De Kempenaer-Donker Curtius (1848-1849), hoewel Tels betreurde dat Thorbecke daarin niet was opgenomen. Toen dit kabinet na de grondwetsherziening weinig meer tot stand bracht, ijverde de NRC voor de vorming van het ministerie-Thorbecke (1849-1853). Tels werd hiervan een der voornaamste verdedigers, in het bijzonder van het financiële beleid van minister P.P. van Bosse. Dit leidde in 1850 tot een ernstig conflict met de aandeelhouders, van wie een aantal zich verzette tegen de liberale handelswetgeving en de wijze waarop de krant liberale kandidaten bij de verkiezingen pousseerde. De verkiezing in augustus 1850 van oud-minister van Koloniën J.C. Baud tot lid van de Tweede Kamer voor Rotterdam betekende een zware klap voor de NRC ; Bauds adviseur, E.L. Jacobson - die in 1848 met Tels een pennestrijd had gevoerd over de veilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij - had Tels zelfs tot een duel uitgedaagd. In de jaren na 1850 polemiseerde de NRC vooral tegen de antirevolutionairen en tegen de 'oligarchische partij' en streed zij voor handelsvrijheid en afschaffing van accijnzen.

De Aprilbeweging van 1853 leidde tot nieuwe moeilijkheden. Niet alleen verloor de krant veel abonnees, maar ook de in 1851 opgerichte kiezersvereniging 'Eendragt maakt Magt', waarvan Tels en Van Rijckevorsel bestuursleden waren, keerde zich tegen de liberalen. Tels en de zijnen richtten nu de kiezersvereniging 'Orde' op, die samen met de NRC het politieke leven in Rotterdam geheel zou gaan beheersen dank zij een hecht bondgenootschap met de middenklasse en de steun van katholieke en joodse kiezers. Ook was Tels een van de eerste leden van de Vereeniging van Constitutionelen, die in 1854 werd opgericht om de liberale krachten in het land te bundelen.

Hoewel de NRC onder Tels altijd een steunpilaar van de 'constitutionele partij' is gebleven, nam de krant geleidelijk meer afstand van Thorbecke, die in de spoorwegkwestie te weinig voor de Rotterdamse belangen opkwam. Zo weigerde Tels in 1858 pertinent Thorbeckes leerling W.C.D. Olivier als redacteur. In de jaren zestig koos de NRC de kant van minister van Koloniën I.D. Fransen van de Putte en diens jong-liberale medestanders in hun conflict met Thorbecke. Tot 1 april 1869 voerde Tels alleen de hoofdredactie. Toen na de afschaffing van het dagbladzegel de omvang en de oplage van de krant flink toenamen, werd de voormalige predikant I.A. Lamping aan de hoofdredactie toegevoegd; deze nam allengs de dagelijkse leiding over en werd na Tels' overlijden in 1885 de enige hoofdredacteur. Dank zij de parlementaire overzichten van G. Belinfante en de medewerking van, onder anderen, de Utrechtse hoogleraren J.A. Fruin en H.P.G. Quack had de NRC intussen steeds meer het karakter van kwaliteitskrant gekregen.

Tels was een zeer gezien en invloedrijk advocaat en gold als een beginselvast, maar ook tactvol en eenvoudig man. Hij was bijzonder bevriend met de Leidse jurist J.E. Goudsmit; diens zoon, de advocaat M.Th. Goudsmit, trouwde een dochter van Tels en was te Rotterdam geassocieerd met Tels' zoon Martinus. In de joodse gemeenschap heeft hij verschillende functies vervuld. Zo had hij zitting in de Hoofdcommissie tot de zaken der Israëlieten in Nederland, het joodse kerk- en armbestuur te Rotterdam en het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Nut der Israëlieten in Nederland; van de Rotterdamse afdeling was hij voorzitter. Van de sociëteit Amicitia kon Tels als jood echter geen lid worden. Als deken van de Rotterdamse orde van advocaten moest hij aftreden ten gevolge van de geruchtmakende affaire-Pincoffs in 1879. Tels werd ervan beschuldigd dat hij als juridisch adviseur van koopman-reder L. Pincoffs samen met de commissarissen van diens ondernemingen de justitie het handelen zou hebben belet en daardoor de vlucht van Pincoffs naar de Verenigde Staten had mogelijk gemaakt. Inderdaad heeft de NRC de affaire zoveel mogelijk doodgezwegen, wat Tels tot mikpunt maakte van antisemitische aanvallen van katholieke en antirevolutionaire zijde op de 'joods-liberale logedictatuur over bank en pers' (Rogier, 21).

De naam van Tels is onlosmakelijk verbonden met de Nieuwe Rotterdamsche Courant , die hij samen met de uitgever Nijgh heeft gemaakt tot de meest gezaghebbende krant van Nederland. Kan Nijgh worden beschouwd als de organisator van het nieuwsblad dat alle concurrenten in snelle berichtgeving de baas was, Tels was de schepper van het politieke orgaan dat vanaf 1844 steeds de liberale beginselen heeft verdedigd, zowel in Rotterdam als daarbuiten.

P: Behalve de in de tekst genoemde dissertaties: Een woord aan den heer E.L. Jacobson, ter wederlegging van zijn Antwoord op de bedenkingen enz. (Rotterdam, 1848); Redevoering, uitgesproken in de jaarlijksche algemeene vergadering der Rotterdamsche afdeeling van de Maatschappij tot Nut der Israeliten in Nederland 21 July 1850 en 25 Juny 1851 (2 dln.; Rotterdam, 1850-1851); De hoofdartikelen der Nieuwe Rotterdamsche Courant [1844-1870](6 dln.; S.l., 1862-1871).

L: Behalve herdenkingsartikelen o.a. in Nieuwe Rotterdamsche Courant , 2-11-1885 en 1-1-1894, en in Weekblad van het recht , 5-11-1885: E.L. Jacobson, Antwoord op de bedenkingen van den heer mr. H.H. Tels over de wijze van verkoopen der Nederlandsche Handel-Maatschappij (Rotterdam, 1848); idem, Laatste woord aan den heer H.H. Tels over de plaats gehad hebbende veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij (Rotterdam, 1848); Open brief aan mr. H.H. Tels door eenige kiesgeregtigden van Eendragt maakt Magt (Rotterdam, 1853); E. van Raalte, 'Brieven van mr. J.R. Thorbecke aan mr. H.H. Tels', in Themis 93 (1932) 421-435; Maarten Schneider, 'Uit de 100-jarige geschiedenis van de ''Nieuwe Rotterdamsche Courant''', in Historia. Maandschrift voor geschiedenis en kunstgeschiedenis 9 (1943) 249-253; W.H.R. van Manen, 'Toen de Nieuwe Rotterdamsche Courant werd opgericht', in Rotterdamsch Jaarboekje 1944 (Rotterdam, 1944) 32-33; L.J. Rogier, Rotterdam in het derde kwart van de negentiende eeuw (Rotterdam, 1953) passim; Joan Hemels, Op de bres voor de pers. De strijd voor de klassieke persvrijheid (Assen, 1969) 275-278; [F. den Houter, A. Stempels e.a.,] Kijk in een jarige krant. NRC 125 ([Rotterdam] 1969); D. Hausdorff, Jizkor. Platenatlas van drie en een halve eeuw geschiedenis van de joodse gemeente in Rotterdam van 1610 tot -A 1960 (Baarn, 1978) 131-132; Bram Oosterwijk, Vlucht na victorie. Lodewijk Pincoffs (1827-1911) (Rotterdam, 1979) passim.

J.H. von Santen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013