Touw, Hendrik Cornelis (1903-1972)

 
English | Nederlands

TOUW, Hendrik Cornelis (1903-1972)

Touw, Hendrik Cornelis, Nederlands hervormd predikant (Numansdorp 26-4-1903 - Apeldoorn 19-12-1972). Zoon van Cornelis Touw, Nederlands hervormd predikant, en Susanna Catharina Hogenbirk. Gehuwd op 12-7-1928 met Gerritdina Janna Miskotte. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Touw verloor zijn vader toen hij zes jaar oud was. Het gezin verhuisde korte tijd later van Hellevloetsluis naar Utrecht, waar Touw de lagere school en het christelijk gymnasium bezocht. Na het eindexamen in 1921 ging hij theologie studeren aan de universiteit in zijn woonplaats. Als student was Touw actief in de Nederlandsche Christen-Studenten Vereeniging (NCSV), waar in de jaren twintig het functioneren van de kerk in de samenleving ter discussie werd gesteld. Op 15 juni 1927 legde hij het kerkelijk voorbereidend examen af, en het jaar daarop nam hij een beroep naar De Kaag aan. Hier hoopte hij tijd te hebben om in Leiden zijn studie voort te zetten; het bleef echter bij enkele colleges.

Van 1934 tot 1940 was Touw predikant te Eerbeek. In deze jaren van economische crisis werd hij geconfronteerd met de kloof die er op de Oost-Veluwe bestond tussen enerzijds de papierfabrikanten en grondbezitters en anderzijds de fabrieks- en landarbeiders. Dit was ook de periode waarin hij onder de invloed raakte van de theologie van Karl Barth. Mede door contacten met relaties uit zijn NCSV-tijd en met zijn zwager K.H. Miskotte, de latere kerkelijke hoogleraar te Leiden, groeide zijn kritiek op de kerk, die in zijn ogen als institutie te veel deel uitmaakte van een wereldlijk belangensysteem en te weinig aandacht besteedde aan de prediking.

In twee brochures gaf Touw uiting aan zijn bezorgdheid over de richting waarin de Nederlandsche hervormde kerk zich ontwikkelde: De burgerlijkheid der kerk uit 1936 en Verontrustende prediking uit 1938. Vooral het eerste, zeer kritische geschrift lokte veel reacties uit, maar bezorgde hem geen vijanden, omdat men in de kring van zijn collega's ervan overtuigd was dat de erudiete, zachtmoedige auteur uit diepe bezorgdheid zijn kritiek geuit had zonder personen in de kerk te willen treffen. In deze jaren schreef hij meditaties voor verschillende kerkelijke organen, die ten dele in 1940 werden gebundeld in Het wonder der kerk .

Aan de vooravond van de Duitse inval nam Touw een beroep naar Leiden aan. Twee weken na de capitulatie kwamen in zijn pastorie aldaar enige jongere predikanten bijeen om zich te beraden over de houding van de kerk tegenover de bezetter. Zij waren sterk geïnspireerd door Barth en de Bekennende Kirche en zouden de kern vormen van het geestelijk verzet binnen de Nederlandsche hervormde kerk. Dit initiatief leidde in augustus 1940 tot oprichting van de zogeheten Luntersche Kring, een groep theologen die de synodale organen aanzette tot principiële reacties van de kerk op maatregelen van de bezetter en het kerkelijk verzet in de eerste oorlogsjaren coördineerde.

Op 3 oktober 1941 leidde Touw de herdenkingsdienst voor Leidens ontzet in de Pieterskerk. In zijn preek gaf hij een levendige beschrijving van de problemen en de sfeer in het belegerde Leiden, die bij zijn gehoor associaties opriep met de actuele situatie in bezet Nederland. De herdenkingsrede maakte diepe indruk, ging in gestencilde vorm door het land en werd bij volgende 3-oktoberherdenkingen door Radio Oranje gedeeltelijk uitgezonden. De gehele oorlog bleef Touw betrokken bij het geestelijk verzet van de Nederlandsche hervormde kerk.

Nog geen maand na de Duitse capitulatie kreeg Touw opdracht tot het schrijven van de officiële geschiedenis van het verzet van de Nederlandsche hervormde kerk. De auteur, die in overleg met het moderamen van de synode al vóór het eind van de oorlog begonnen was de belangrijkste documenten te verzamelen, kon het resultaat reeds in 1946 in twee delen publiceren: Het verzet der Hervormde Kerk. Geschiedenis van het kerkelijk verzet . Het is een standaardwerk geworden, dat door later onderzoek nauwelijks is achterhaald. Het ontleent zijn waarde niet alleen aan de volledigheid en betrouwbaarheid, maar vooral ook aan het feit dat Touw, die vaak zelf direct of indirect bij de besluitvorming betrokken was geweest, de in beperkte kring besproken motieven voor de acties en reacties van de kerk toelicht. Zelf treedt hij daarbij op de achtergrond: in het register komt zijn naam niet voor.

Na de oorlog heeft Touw niet meer deelgenomen aan de discussies over de koers van de kerk. In 1947 verruilde hij Leiden voor Utrecht, waar hij acht jaar studentenpredikant was. In 1955 werd hij beroepen naar Nijmegen. Tot zijn vervroegde emeritaat wegens ziekte in 1964 zou hij daar blijven. Naast zijn pastorale werk publiceerde Touw van 1953 tot 1962 een 'Kerkelijke Kroniek' in Wending en meditatieve artikelen in Hervormd Nederland en het Kerkblaadje , uitgave van de 'Kring Vrienden van Kohlbrugge'. Voor Woord en Wereld schreef hij eveneens enkele bijdragen, waaronder een uitvoerig artikel over zijn zwager: 'Prof.dr. K.H. Miskotte. Zijn weg in Woord en Wereld' ((1961) 9-75).

P: Bibliografie in de onder L genoemde publikatie van Berkhof, 96-97.

L: A.J. Bronkhorst, in Kerk en Theologie 24 (1973) 159-161; G. van Roon, Protestants Nederland en Duitsland, 1933-1941 (Utrecht [etc.], 1973); H. Berkhof, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1974-1975 (Leiden, 1976) 94-97.

C.B. Wels


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013