Waning, Christiaan Jan Willem van (1901-1989)

 
English | Nederlands

WANING, Christiaan Jan Willem van (1901-1989)

Waning, Christiaan Jan Willem van, marineofficier en publicist (Ouderkerk aan den IJssel (Z.H.) 4-7-1901 - Voorschoten 7-3-1989). Zoon van Jacob van Waning, burgemeester, en Eva Cornelia de Lussanet de la Sablonière. Gehuwd op 8-5-1936 met Francine Lucia van Maaren. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

Stammend uit een geslacht dat generaties lang dorpsburgemeesters had voortgebracht, koos Van Waning voor een carrière bij de zeemacht. Na eerst, vanaf 1918, een opleiding te hebben gevolgd aan de Adspirantenschool der Marine te Dordrecht en vervolgens, sinds 1920, aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord, werd hij in augustus 1923 tot luitenant-ter-zee der 3e klasse benoemd. Vervolgens specialiseerde hij zich bij de onderzeedienst in Nederland en in Nederlands-Indië. Hij maakte onder meer naam als commandant van de nieuwe onderzeeboot Hr.Ms. 'O 16', waarmee begin 1937 de bekende 'stormreis' van Den Helder via Washington naar Lissabon werd ondernomen, ten behoeve van de zwaartekrachtmetingen door de geofysicus F.A. Vening Meinesz. Een jaar later werd Van Waning aangewezen voor het volgen van de cursus aan de Hoogere Marine Krijgsschool in Den Haag. Hij raakte toen in een vroeg stadium betrokken bij de voorbereiding van het zogeheten slagkruiserplan tot versterking van de Nederlandse vloot, vooral in Indië, dat begin 1940 door de regering werd aanvaard, maar niet meer kon worden verwezenlijkt.

Van 1940 tot 1942 diende Van Waning als eerste stafofficier bij het Commandement der Marine te Soerabaja. In deze functie speelde hij een belangrijke rol bij de voorbereiding en uitvoering van de plannen tot uitbreiding van de Indische vlootbasis, die na mei 1940 ter hand werden genomen. Ook was hij de stuwende kracht achter de vorming van een zogeheten 'war-room' te Soerabaja, nadat hij in het voorjaar van 1941 in het Australische Darwin met dit fenomeen kennis had gemaakt. Het was mede zijn verdienste dat een dergelijke centrale stafkamer voor de gehele archipel reeds functioneerde bij het uitbreken van de oorlog tegen Japan. In deze jaren was Van Waning, die al vóór het begin van de Tweede Wereldoorlog had gepubliceerd, ook zeer actief als redacteur van het sinds september 1940 verschijnende maandblad Zeemacht , dat de maritieme persorganen moest vervangen die sinds de Duitse inval niet meer uit Nederland konden worden betrokken.

Na de val van Nederlands-Indië in maart 1942 evacueerde Van Waning naar Australië, om vervolgens met Hr.Ms. 'Sumatra' scheep te gaan naar Groot-Brittannië. Daar werd hij begin 1943 geplaatst op het Bureau Inlichtingen en Plannen van het Nederlandse Marinehoofdkwartier, later departement van Marine, in Londen. Op deze post hield hij zich voornamelijk bezig met plannen die betrekking hadden op de wederopbouw van Nederland na de bevrijding, in het bijzonder het herstel van de maritieme infrastructuur. In september 1944, kort na zijn bevordering tot kapitein-luitenant-ter-zee, werd Van Waning toegevoegd aan de Britse 'Flag Officer Holland', vice-admiraal Sir Gerald Dickens, en van juni 1945 tot maart 1946 fungeerde hij als chef van de 'Naval Disarmament Control Staff' voor Nederland. Daarna vertrok hij weer naar Indië, waar hij van juni 1946 tot maart 1949 de functie uitoefende van Maritiem Commandant te Soerabaja. Als zodanig commandeerde hij de scheepsmacht die deelnam aan de grote landingen op Oost-Java tijdens de eerste en tweede politionele actie. Deze marineloopbaan sloot Van Waning - inmiddels in september 1947 bevorderd tot kapitein-ter-zee - af als commandant van de kruiser Hr.Ms. 'Jacob van Heemskerck', van augustus 1949 tot december 1950.

Nadat hij wegens leeftijdsontslag de marine had verlaten, was Van Waning jarenlang werkzaam in de binnenvaart. Eerst had hij van 1951 tot 1953 namens de regering zitting in de Centrale Rijnvaartcommissie, en vervolgens was hij van 1953 tot 1965 president-directeur van het Rotterdams Rijnvaart Bedrijf NV. Daarnaast toonde hij zich zeer actief in het verenigingsleven de maritieme sector in de ruimste zin van het woord betreffende. Bij de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, in oktober 1955, was hij één der initiatiefnemers. Naderhand nam hij met zijn boeier 'Maartje' aan vele manifestaties van de stichting deel. In 1965 ontving hij de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Fonds voor zijn werk ten behoeve van het genoemde Stamboek en in juli 1971 werd hij bevorderd tot commandeur titulair, in het bijzonder vanwege zijn verdiensten in de civiele sector.

Nadat hij de actieve marinedienst had verlaten, bleef Van Waning publiceren, in het bijzonder over historische onderwerpen. Tot werk van deze aard behoren vooral verschillende bijdragen in het gedenkboek De Nederlandse onderzeedienst, 1906-1966. Uitgegeven ter gelegenheid van het zestig jarig bestaan (onder redactie van J.J. Leeflang) uit 1967 en de samen met A. van der Moer geschreven studie Dese aengenaeme tocht. Chatham 1667 herbezien door zeemansogen uit 1981. Als auteur van historische werken gaf Van Waning blijk van een brede feitenkennis en een uitstekend ontwikkeld vermogen situaties te doorzien en origineel te interpreteren. Wel toonde hij daarbij soms een zekere neiging tot hypercorrectie en romantisering.

De meesten van zijn tijdgenoten in de marine kenden Van Waning onder de bijnaam 'Jumbo'. Deze geeft een rake typering van bepaalde prominente facetten van zijn persoonlijkheid: hij was zeer energiek en ging in principe recht op zijn doel af. Wat anderen waarschijnlijk kwalijk zou zijn genomen als een uiting van gebrek aan tact, werd bij hem vaak door de vingers gezien wegens zijn charmante, soms enigszins naïef aandoende wijze van optreden.

A: Collectie-Van Waning bij de Afdeling Maritieme Historie van de Marinestaf te 's-Gravenhage.

P: Naast de in de tekst genoemde publikaties o.a.: 'De jagers bij Jutland', in Marineblad 53 (1938) 844-890; De verdediging van Nederlandsch-Indië [brochure] ('s-Gravenhage [ca. 1938]); 'De weermacht voor het behoud van den Staat', in Marineblad 54 (1939) 1071-1114. Onder dezelfde titel ook verschenen als brochure (S.l., 1939); 'Ervaringen met de organisatie van het maritieme operatieve commando te Soerabaia van 8 december 1941 - 6 maart 1942', ibidem 62 (1952) 794-819; 'De lemsteraak', in Prinsessejacht 'De Groene Draeck' . Samengest. door J. Loeff (Schiedam, [1957]) 11-21; 'De Marine-Vereeniging en Vereniging van Marine-officieren met hun organen (1883-1970). Een beschouwing bij de voltooiing van de 80ste jaargang van het Marineblad', in Marineblad 81 (1971) 155-211; samen met anderen, Vijf burgemeesters Van Waning en hun voorgeschiedenis (Voorschoten [etc.], 1988).

L: Verhoor van C.J.W. van Waning, in Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek [der] parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945 VIIIc ('s-Gravenhage, 1956) 953-956; Ph.M. Bosscher, De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog II (Franeker, 1986); [G.J.] v[an] N[imwegen], in Zeewezen 78 (1989) 4 (april) 94. Carrièreoverzichten in: Gedenkboek honderd jarig bestaan der adelborsten-opleiding te Willemsoord, 1854-1954 . Samengest. door P.S. van 't Haaff en M.J.C. Klaassen (Bussum [1954]) 268 en Marineblad 81 (1971) 155.

Ph.M. Bosscher


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013