Winkler, Johan (1898-1986)

 
English | Nederlands

WINKLER, Johan (1898-1986)

Winkler, Johan, journalist en schrijver (Haarlem 6-10-1898 - Deventer 27-9-1986). Zoon van Andries Winkler, en Alida van Blaaderen. Gehuwd op 18-7-1923 met Klara Hedwig Charlotte Richter. In dit huwelijk was 1 zoon. Na echtscheiding (24-4-1939) gehuwd op 25-5-1939 met Johanna Christina Vonk (als kinderboekenschrijfster bekend onder de naam Annie Winkler-Vonk). Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van Winkler, Johan

Johan Winkler groeide op in een hervormd milieu in Haarlem. Na het gymnasium studeerde hij theologie, aanvankelijk vanaf 1918 in Leiden, daarna in Amsterdam. Deze studie werd echter voortijdig afgebroken. Vervolgens doorliep Winkler - grotendeels naast zijn werk - de opleiding voor de akte MO-A Duits die hij in 1921 behaalde; tevens legde hij op 11 maart 1924 het kandidaatsexamen Germaanse Letteren af aan de Universiteit van Amsterdam.

Onder indruk van de revolutionaire woelingen in Europa had Winkler zich in 1919 aangesloten bij de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Reeds het volgende jaar werd hij door P.J. Troelstra aangesteld als persoonlijk secretaris, een functie die hij twee jaar zou vervullen. Na een kort intermezzo als leraar Duits aan de christelijke HBS te Amsterdam trad Winkler in 1923 als corrector-verslaggever in dienst van Het Volk , het hoofdorgaan van de SDAP.

Binnen korte tijd leerde Winkler alle aspecten van het dagbladbedrijf kennen. In 1927 werd hij benoemd tot chef-redacteur van de Rotterdamse Voorwaarts . In deze functie won hij het vertrouwen van Y.G. van der Veen, de drijvende kracht achter dit succesrijke dagblad. In 1928 werd Van der Veen aan het hoofd gesteld van de pas opgerichte, overkoepelende uitgeverij en drukkerij NV De Arbeiderspers, eigendom van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen en de SDAP. Ondanks crisis en interne oppositie wist de autoritaire Van der Veen dit bedrijf tot bloei te brengen, en Winkler, in 1930 als 'algemeen chef der redacties en bedrijfsdirecteur' van de gezamenlijke Arbeiderspers-dagbladen teruggehaald naar Amsterdam, trad daarbij op als zijn rechterhand. De laatstgenoemde moest, naar het voorbeeld van de Britse socialistische pers, de dagbladen moderniseren en populariseren.

Als verbindende schakel tussen redactie, directie en de door het SDAP-congres aangestelde 'politiek hoofdredacteur' - J.F. Ankersmit en zijn opvolger H.B. Wiardi Beckman - was Winkler nauw betrokken bij de heroriëntering van de SDAP in de jaren dertig. Een directe bijdrage daaraan leverde hij in zijn eigen rubriek 'Geestelijk Leven', waarin ruime aandacht werd besteed aan vooruitstrevende stromingen binnen de kerken en aan de kerkstrijd in Duitsland. Zijn persoonlijke opvattingen legde Winkler in 1937 neer in De grote ontmoeting (van Christendom en Socialisme). Als christen-socialist was hij een van de wegbereiders van de doorbraakgedachte en het 'personalistisch socialisme', juist zoals W. Banning en Wiardi Beckman, met wie hij bevriend was.

Toen Het Volk in augustus 1940 onder nazi-beheer werd gesteld en de joodse medewerkers werden ontslagen, verliet Winkler de krant. Het liberale Algemeen Handelsblad bood hem onmiddellijk de gelegenheid zijn journalistieke werkzaamheden voort te zetten; tot 1941 althans. Daarna was Winkler betrokken bij de oprichting van de Amsterdamse Boek- en Courantenmaatschappij, een kleine uitgeverij die vooral werk verschafte aan personen die hun baan hadden verloren. Na een overval van de Duitse bezetter op deze uitgeverij, in 1943, doken Winkler en zijn echtgenote onder. Onderwijl werkte hij mee aan de Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopædie .

Na de oorlog werd Winkler door het Algemeen Handelsblad , dat aanvankelijk een vooruitstrevender richting wilde inslaan, als adjunct-hoofdredacteur aangetrokken. Lang zou deze verbintenis niet standhouden. Na een conflict over het plaatsen van een foto van Soekarno trad hij in 1946 in dienst van de oud-verzetskrant Het Parool , waar hij dezelfde positie bekleedde.

Twee jaar later, in 1948, werd Winkler, naast H.M. van Randwijk, hoofdredacteur van Vrij Nederland . Deze benoeming geschiedde op aandringen van Het Parool , dat als financier streefde naar een fusie tussen het noodlijdende Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer . Winkler moest het blad een journalistiek aanzien geven. Na het mislukken van deze fusieplannen werd de Arbeiderspers als medefinancier aangetrokken, waardoor Vrij Nederland bloot kwam te staan aan druk vanuit de Partij van de Arbeid (PVDA).

Winklers optreden bij Vrij Nederland , vanaf 1950 als enig hoofdredacteur, was geen onverdeeld succes. De samenwerking met Van Randwijk, die het blad in de oorlog had opgericht en op eigenzinnige wijze bestierde, verliep moeizaam. Daarbij ging het eerder om journalistieke en persoonlijke dan om politieke verschillen. Ten aanzien van de Indonesische kwestie bijvoorbeeld deelden beiden hetzelfde standpunt. Zo zegde Winkler vanwege de politionele acties zijn PVDA-lidmaatschap op; tot zijn dood zou hij 'partijloos socialist' blijven. In 1955 verliet Winkler Vrij Nederland na een reeks van wrijvingen en meningsverschillen, onder meer met de 'redactieraad', waarin, naast de eigenaren, ook een aantal vertegenwoordigers van maatschappelijke en politieke organisaties zitting hadden.

Hierna werkte Winkler geruime tijd als free-lance journalist, tot hij in 1961, 63 jaar oud, hoofdredacteur werd van de Kluwerpers, waaronder het Deventer Dagblad . Ook na zijn pensionering in 1965 bleef hij journalistiek actief.

Behalve reportages en biografische portretten verschenen van zijn hand enkele literaire werken en een groot aantal vertalingen. Ook hierin uitte zich zijn religieus-socialistisch engagement. Figuren als de Deense schrijver-dominee Kaj Munk, die in het verzet tegen het nazisme omkwam, en de arts en zendeling Albert Schweitzer boeiden hem zeer. Winkler vertaalde literaire, politieke, filosofische en historische werken van uiteenlopende auteurs als Erich Kuttner, L. Kolakowski, Upton Sinclair, Willy Brandt, Munk, R.M. Rilke en Stefan Zweig. Winkler was erelid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en het Genootschap van Vertalers en ontving Nederlandse, Deense en Franse onderscheidingen. Hij was lid van de Commissie Kerk en Samenleving van de Nederlandse hervormde kerk.

P: Behalve de in de tekst genoemde publikaties en vertalingen, bewerkingen en bundels met journalistieke artikelen en columns: Pieter Jelles Troelstra (Amsterdam, 1933); Jan [autobiografische roman] (Amsterdam, 1937); Café in Antwerpen [novelle] (Amsterdam, 1946); Profeet van een nieuwe tijd. Leven en streven van mr. Pieter Jelles Troelstra (Amsterdam, 1948); samen met Niels Njgaard, Kaj Munk, dominee, dichter, martelaar ('s-Gravenhage, 1950); Naar het land van Brazza en Albert Schweitzer (Amsterdam, 1951); In Gods naam. Acht levens voor anderen (Amsterdam, 1960).

L: 'Johan Winkler, tussen kerk en waarheid', in Het Parool , 5-10-1963; A.S., 'Johan Winkler. Vandaag 40 jaar in journalistiek', in Het Vrije Volk , 13-12-1963; E. Werkman, 'Een student uit Haarlem', in Het Parool , 16-11-1978; Gerard Mulder en Paul Koedijk, H.M. van Randwijk. Een biografie (Amsterdam, 1988); Frank van Vree, De Nederlandse pers en Duitsland 1930-1939. Een studie over de vorming van de publieke opinie (Groningen, 1989).

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1642.

Frank van Vree


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013