Egeraat, Leonardus Sebastianus van (1923-1991)

 
English | Nederlands

EGERAAT, Leonardus Sebastianus van (1923-1991)

Egeraat, Leonardus Sebastianus van, publicist en omroepmedewerker (Langeweg (N.Br.) 14-12-1923 - Ulvenhout (N.Br.) 30-7-1991). Zoon van Adrianus Josephus van Egeraat, hoofd van een lagere school, en Maria Elisabeth van Gils. Gehuwd op 7-6-1947 met Jacoba Johanna Maria Poncin (1924-1992). Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren.

afbeelding van Egeraat, Leonardus Sebastianus vanLeo van Egeraat groeide op als de oudste van zeven kinderen in een rooms-katholiek onderwijzersgezin. Hij doorliep het Onze Lieve Vrouwe Lyceum in Breda en liet zich in 1942 inschrijven aan de Katholieke Economische Hoogeschool te Tilburg. Na het kandidaatsexamen combineerde Van Egeraat zijn economiestudie met een baan als leraar aan een Bredase middelbare school. Tevens publiceerde hij in die tijd in krant en brochure over economische onderwerpen. In 1946 behaalde hij het doctoraalexamen. Twee jaar later werd hij docent in een aantal economische en juridische vakken aan de Koninklijke Militaire Academie, een functie die hij tot 1982, in deeltijd, zou uitoefenen. Van 1947 tot 1953 maakte hij voor de Katholieke Volkspartij deel uit van de gemeenteraad van Breda.

Vervolgens begon Van Egeraat aan een promotie-onderzoek over Engeland, de Labour partij en Europa , waarmee hij op 15 november 1951 aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam de doctorstitel verwierf. In zijn proefschrift beschreef hij de positie van de Britse socialistische partij en vergeleek hij deze met die van zusterpartijen op het Europese vasteland. Daarbij besteedde hij ook ruime aandacht aan de Britse volksaard, zij het in nogal haastige en simpele typeringen, zoals 'Een Engelsman - en zeker een in Londen - is het meest eenzame schepsel ter wereld' (p. 12).

In de eerste helft van de jaren vijftig verbleef Van Egeraat in Italië, waar hij, in dienst van de UNESCO, de ontwikkeling van het zuiden bestudeerde. Hij vergaarde kennis over het land en zijn bewoners, wat hem bij terugkeer tot een 'Italië-specialist' maakte en hem talrijke uitnodigingen voor lezingen opleverde. Die belangstelling bracht hem ertoe zich te gaan specialiseren in het toerisme. In 1954 verscheen zijn eerste reisgids, getiteld Gids voor Nederland . In de tweede helft van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig schreef Van Egeraat een tiental boeken over Italië en een serie reisgidsen, veelal voor de Amsterdamse uitgeverij Allert de Lange. Deze gidsen kenmerken zich door een belerende toon en door uiterst gedetailleerde informatie. Vanuit de reiswereld en in de media klonken kritische geluiden. Men beschuldigde Van Egeraat van plagiaat, omdat hij veel feiten uit bestaande reisgidsen zou overnemen, en men verweet hem met behulp van correspondenten ook over landen te schrijven waar hij zelf niet was geweest. Dit is echter nooit bewezen. Wel is het een feit dat Van Egeraat weinig op reis ging, behalve naar Vlaanderen en één keer per jaar naar zijn vaste vakantieadres in Zwitserland.

Van Egeraat - sinds 1956 woonachtig te Ulvenhout nabij Breda, in zijn bungalow 'Italiëtta' - werd in 1958 door de VARA uitgenodigd een serie toeristische programma's te presenteren, eerst voor de radio in Op reis met dr. L. van Egeraat , later ook voor de televisie met Kent gij het land? , Op reis en Met de plaat op reis . Bij zijn omroepcollega's leverde hem dit de bijnaam 'Dr. V.V.V. van Egeraat' op. Iedere uitzending bereidde hij tot in de kleinste details voor; zijn bloemrijke teksten schreef hij tevoren in spreektaal op, zodat deze gemakkelijk uit het hoofd te leren waren. Gezeten achter een immens bureau in de televisiestudio, prees Van Egeraat met behulp van filmpjes en uit reisgidsen overgenomen foto's de - zijns inziens - mooiste vakantiestreken aan. Hij kreeg hierdoor nationale bekendheid en ontving naar aanleiding van zijn programma's soms wel tweeduizend brieven per week. Zijn wat schoolmeesterachtige presentatie, alsmede zijn Brabantse tongval maakten hem tot een dankbaar onderwerp voor menige cabaretier. Zo dichtte tekstschrijver Michel van der Plas in zijn 'Reizigers nachtlied': 'Ik had vanmiddag nog wel even / uw Gids voor Spanje in mijn hand, / maar 't was (o kunt u 't mij vergeven?) / onder mijn hoofd op 't stille strand. / O, Doctor L. uit Ulvenhout, / ik deed u schreien, ik was fout'.

In 1964 kwam het bestuur van de VVV in Breda met het voorstel een instituut voor de zich snel uitbreidende toeristische sector op te richten. Er kwam overheidssubsidie en er werd een stichtingsbestuur in het leven geroepen, dat de medewerking verzocht van de toerismedeskundige Van Egeraat. Deze stelde op zijn beurt voor de Bredase geschiedenisleraar P. Huilmand bij de uitvoering van het plan te betrekken. Al spoedig ontstond er echter een richtingenstrijd, toen Huilmand een wetenschappelijk instituut bleek voor te staan, gericht op hogere kaderfuncties, en Van Egeraat meer zag in een beroepsopleiding. In 1966 opende het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme in Breda zijn deuren, met Van Egeraat als directeur. Maar vanaf het begin waren er fricties tussen hem en het bestuur, niet in de laatste plaats door zijn vaak bevoogdende optreden jegens de leerlingen.

Na een ernstig conflict met het bestuur nam Van Egeraat in april 1967 ontslag en richtte hij zijn eigen particuliere School voor Toeristische Vorming op, met eveneens Breda als vestigingsplaats. Deze school - aanvankelijk alleen voor vrouwelijke studenten - was sterk op de praktijk gericht: het accent lag vooral op de toeristische informatieverstrekking. Maar het onderwijsniveau moge er dan lager geweest zijn dan op het Wetenschappelijk Instituut, de leerlingen van Van Egeraats school konden na de opleiding snel in de toeristische sector aan de slag, terwijl zij die afstudeerden aan het instituut veelal werkloos bleven. Van Egeraat gaf hiermee opnieuw blijk van zijn vermogen goed te analyseren en snel te doorzien waaraan de markt behoefte had.

In het toeristisch onderwijs heeft Van Egeraat baanbrekend werk verricht. Als directeur van de school was hij echter niet altijd even geliefd. Zijn straffe discipline - met onder meer verkeerslichten in de schoolgangen - en zijn starre, formalistische houding brachten één van de docenten, E. Roem, er begin jaren zeventig toe een zwartboek over de gang van zaken op de school samen te stellen. De zaak kwam in het nieuws toen juist Van Egeraats vroegere werkgever, de VARA, er een televisieuitzending aan wijdde. De directeur versoepelde daarop zijn beleid, maar drukte niettemin nog geregeld eigen beslissingen door. Voor de leerlingen was Van Egeraat een strenge docent. Daar stond echter tegenover dat hij zo'n boeiende verteller was, dat men in de collegezaal een speld kon horen vallen als hij over zijn reizen vertelde.

Intussen bleef Van Egeraat zijn reisgidsen schrijven, onder meer over Frankrijk, Zuid-Duitsland, Joegoslavië, Tsjechoslowakije, de Spaanse kust en over Zwitserland. Met zijn in 1973 verschenen boek Zeg maar dàg tegen Brabant gaf Van Egeraat er opnieuw blijk van een goed inzicht in de toekomst te hebben. In deze bestseller waarschuwde hij namelijk voor de gevolgen van het massatoerisme voor het milieu, niet alleen in Brabant, maar ook in de rest van de wereld. Het mogen opmerkelijke denkbeelden heten voor iemand die juist het toerisme bevorderde.

Eind jaren zeventig begon Van Egeraat zich steeds meer op Vlaanderen te richten. Hij las de daar verschijnende kranten en tijdschriften, luisterde en keek naar de Vlaamse radio en televisie, bereisde het landsdeel wekelijks en bezocht typische evenementen als de IJzerbedevaart en het Vlaams Nationaal Zangfeest. Met zijn boek Veertig verkenningen van Vlaanderen uit 1984 wilde Van Egeraat 'een grote poging doen om de in Nederland bestaande geringe interesse voor Vlaanderen - waaraan de onkunde recht evenredig is - te doorbreken' (5). Ook politiek was hij in dit opzicht actief. Op een jongerencongres van het rechts-nationalistische Vlaams Blok in februari 1989, met als thema 'Europa aan de Europeanen', hield Van Egeraat een toespraak waarin hij zich gelijkstelde aan een 'vurig Vlaams-nationalist in Vlaanderen zelf'. Hij pleitte voor de oprichting van een Vlaamse staat, maar wees er tevens op dat Vlaams nationalisme geen monopolie mocht zijn van extreem-rechts.

In 1986 had de 63-jarige Van Egeraat zijn School voor Toeristische Vorming overgedragen aan een andere eigenaar, die de opleiding omdoopte in het Nederlands Opleidingscentrum voor Toeristisch Kader. Het lag in de bedoeling dat Van Egeraat er nog een aantal jaren zou blijven lesgeven, maar door verscheidene meningsverschillen met de nieuwe directie zag hij hier vanaf. De druppel die de emmer deed overlopen was de instelling van een rookverbod. Als kettingroker kon en wilde Van Egeraat zich hieraan niet aanpassen.

Van Egeraat was een man die Nederlanders in de jaren van beginnend massatoerisme heeft leren reizen en als eerste op radio en televisie over toerisme sprak. Hoewel zelf veel onderweg en steeds bezig met zijn werk, was hij toch het liefst thuis in Ulvenhout bij zijn vrouw en dochter. Bij voorkeur liet Van Egeraat - aan wie ijdelheid niet kon worden ontzegd - zich aanspreken met de titel 'doctor', en zo presenteerde hij zich ook bij voorkeur. Na onder die naam meer dan zestig boeken en reisgidsen te hebben geschreven noemde hij zich in zijn laatste werk, De Vlaamse kust uit 1990, voor het eerst Leo van Egeraat. Het jaar daarop overleed hij aan de gevolgen van longkanker. Dat Van Egeraat de zaken graag zelf tot in de details regelde, bleek nog eens bij zijn begrafenis. Gedurende de laatste maanden van zijn leven had hij hiervoor het scenario samengesteld. Daarbij hoorde ook het inspreken van teksten op bandjes die tijdens de uitvaartplechtigheid werden afgespeeld.

A: Bescheiden collectie persdocumentatie betreffende Van Egeraat in het Stadsarchief van Breda.

P: Behalve de in de tekst genoemde publicaties en vele tientallen reisgidsen: Wat gebeurt er met ons geld? (Helmond 1945); Vrijheid of gebondenheid in het economisch leven [Z.pl. 1945]; De Europese eenwording (2 dln.; Leiden 1954); Italië. Schatkamer van Europa (Meppel 1955); Op reis met dr. L. van Egeraat. Het Margriet-reisboek (Amsterdam 1960); Kent gij het land...? De televisie-voordrachten over Nederland (Amsterdam 1961); Uncle Sam verwacht U ('s-Gravenhage 1973); Brabant. Het andere Nederland (Haren 1974); Het Brabants landschap. Beschrijving, tochten, wandelingen (Nijmegen 1977).

L: Behalve necrologieën o.a. in NRC Handelsblad, 31-7-1991, Algemeen Dagblad, 1-8-1991, De Stem [Editie Breda], 1-8-1991 en Trouw, 1-8-1991: Bredasche Courant, 16-11-1951; De Stem, 25-1-1966; Michel van der Plas, 'Reizigers nachtlied', in idem, Ben je belazerd, ben je bedonderd. Verzameld cabaret (Baarn 1993) 69-71.

I: NRC Handelsblad, 31-7-1991, p. 2.

Rianne Schuurman


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013