Haan, Setske de (1889-1948)

 
English | Nederlands

HAAN, Setske de (1889-1948)

Haan, Setske de, (pseudoniem Cissy van Marxveldt), schrijfster van jeugdboeken (Oranjewoud (Fr.) 24-11-1889 - Bussum 31-10-1948). Dochter van IJnze de Haan, hoofdonderwijzer, later leraar geschiedenis, en Froukje de Groot. Op 3-2-1916 gehuwd met Leon Beek (1893-1944), bedrijfsleider. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren.

afbeelding van Haan, Setske deHet schrijven van verhaaltjes zat er bij Setske de Haan, enig kind van een vooruitstrevende hoofdonderwijzer in het Friese dorp Oranjewoud, reeds op jeugdige leeftijd in. Op de lagere school pende zij schriften vol met verzinsels - 'gestolen uit alle boeken, die ik zoo voor en na als de leesmaniak, die ik was ... verslonden had' ( Confetti , 18) - en allengs nam haar verlangen naar het schrijverschap toe, blijkens een passage uit haar dagboek: 'En nou dinsdag word ik al 19 en elken dag wordt mijn wensch vuriger en inniger, dat ik toch eens een boek mag schrijven - ik kan er me in verdiepen en me indenken, hoe heerlijk het wezen moet een boek te kunnen schrijven en ik voel, dat ik het misschien eens kan' (Van Ginneken).

Hoewel zij al bij haar geboorte een zwak gestel had, gedroeg Setske de Haan zich op school als de speelse bakvis die ze later zou vereeuwigen in haar meisjesboeken over 'Joop ter Heul'. Vanaf haar elfde ging zij dagelijks op de fiets naar de HBS in het naburige Heerenveen, waar ze naar eigen zeggen 'tamelijk de beest schopte'.

Op haar vijftiende verkocht Setske de Haan - onder een schuilnaam - een romantische novelle aan het Nieuwsblad van Friesland , die als feuilleton werd gepubliceerd. Intussen doorliep zij tussen 1902 en 1905 met hangen en wurgen en 'minne sifers' de driejarige HBS, maar door een blindedarmontsteking kwam ze niet meer toe aan het eindexamen.

Aangezien het dorp haar benauwde, vroeg Setske de Haan haar ouders toestemming om naar het buitenland te gaan. Eerst werd zij in 1908 au pair bij een doktersgezin in het Britse Coventry, waar Setske de roepnaam 'Cissy' kreeg. Door het strenge regime hield zij het daar echter niet langer dan twee maanden vol. Vervolgens ging zij op haar eigen verzoek naar een kostschool in Bath. Maar toen zij op haar negentiende terugkeerde naar Oranjewoud, wist ze nog steeds niet zeker wat ze wilde. Voor een studie Engels voelde zij niets, en een dienstverband als leerling-verslaggeefster bij de Dragtster Courant was van korte duur; zij had te veel fantasie om zich aan de kale nieuwsfeiten te houden. Ten slotte ging De Haan omstreeks 1910 in Amsterdam op kamers wonen, haalde daar de diploma's stenografie en machineschrijven en werd secretaresse op handelskantoor Wolff; de directeur was een Duitser.

In haar Amsterdamse pension ontmoette Setske de Haan omstreeks 1914 de reserve-tweede luitenant der infanterie Leo Beek, die door de mobilisatie onder de wapenen was geroepen. De brieven die zij hem naar zijn legerplaats schreef, waren dermate levendig en onderhoudend dat hij haar aanspoorde verhaaltjes te schrijven en naar tijdschriften te sturen. De eerste verschenen, vanaf 1915, in het weekblad Panorama onder namen als 'Betty Bierema', 'Ans Woud' en 'Cissy (of soms ook Sissy) van Marxveldt'. De herkomst van het laatstgenoemde pseudoniem staat niet vast. Vermoed wordt dat 'Van Marxveldt' verwijst naar het feit dat Oranjewoud indertijd bekend stond als een 'rode gemeente' (Wagenaar). Aangezien zij vaak gebruikmaakte van bestaande situaties en personen - en ook omdat ze haar eigen naam niet artistiek genoeg vond - koos ze ervoor onder een pseudoniem te publiceren.

Intussen was Setske de Haan in 1916 met Leo Beek getrouwd. Hij was - hoewel vier jaar jonger dan zij - een vaderfiguur en gaf haar zekerheid en geborgenheid. Ze verhuisden naar Hilversum, dichter bij het Larense garnizoen waar Beek was gelegerd. Daar werd eind 1916 hun eerste zoon geboren.

Via de redactie van Panorama kwam Setske de Haan in contact met de uitgever van het blad, A.W. Sijthoff te Leiden, die tevens boeken uitgaf. Daar verscheen in 1917 haar eerste meisjesroman, Game-and set! , die zich afspeelt in een tennismilieu. Een jaar later volgde haar tweede boek, Het hoogfatsoen van Herr Feuer. Herinneringen uit mijn Duitschen kantoortijd , gebaseerd op De Haans ervaringen bij het handelskantoor. Geen van beide boeken, geschreven in een montere spreektaal onder het pseudoniem Betty Bierema, werd echter een succes. Wel bracht Game-and set! een nieuw jongerentijdschrift ertoe de schrijfster om een vervolgverhaal te vragen. Kort voor het verstrijken van de eerste deadline vond De Haan, nu schrijvend onder het pseudoniem Cissy van Marxveldt, haar vorm: een reeks brieven van een HBS-leerlinge aan haar hartsvriendin. De hoofdpersoon kreeg de naam 'Joop ter Heul'.

Het blad ging na drie nummers over de kop, maar Cissy van Marxveldt had de smaak te pakken. Zij wentelde zich in haar eigen HBS-herinneringen en gaf haar 'Joop' de afkomst die ze zelf graag had willen hebben: een gegoed milieu in een groot huis met veel personeel, de modernste transportmiddelen, een hang naar de tennisbaan en een eindeloze rij potentiële verloofdes, over wie honderduit kon worden geroddeld en met wie giechelig kon worden geflirt. Sijthoff had echter geen belangstelling voor haar plan om daar een boek over vol te schrijven; de uitgever achtte deze 'gewoontjes aandoende' stof niet geschikt voor zijn eerbiedwaardige fonds. Een andere uitgeverij, Valkhoff&Co. in Amersfoort, wilde het echter wel proberen met De HBS tijd van Joop ter Heul . Het boek verscheen in 1919 en was onmiddellijk een bestseller.

De jonge lezeressen herkenden zich in de natuurgetrouwe conversatietoon van de hoofdpersonen en droomden tegelijkertijd weg in hun geïdealiseerde omgeving. Valkhoff vroeg Cissy van Marxveldt dan ook om een vervolg. Achtereenvolgens verschenen drie nieuwe boeken over 'Joop ter Heul', waarin de springerige bakvis langzaam maar zeker verandert in een serieuze verloofde en een aangepaste huisvrouw met een vaderfiguur als echtgenoot. Die indertijd min of meer verplichte aanpassing aan de burgerlijke moraal verliep echter niet zonder problemen. Na haar huwelijk kan de heldin haar jolige levenshouding maar moeilijk inruilen voor het vereiste verantwoordelijkheidsgevoel van de keurig getrouwde vrouw. Zij blijft op aanstekelijke wijze uit de band springen, tot ze zich ten slotte toch bij het onvermijdelijke moet neerleggen. Dat maakt de 'Joop ter Heul'-boeken iets opstandiger en minder rolbevestigend dan ze op het eerste gezicht zouden lijken (Pattynama).

Overigens ontkende Cissy van Marxveldt dat 'Joop ter Heul' een zelfportret was, maar zij gaf wel toe 'dat de heldin eigenschappen vertoont, die ik in ruime mate zelf bezit' (Van Gelder). In elk geval gaf de schrijfster haar bij de nieuwe huishoudelijke taken veel personeel, zoals zij dat ook in haar eigen dagelijkse leven had. Het huishouden stond Van Marxveldt namelijk tegen. Over haar belangstelling voor haar twee zonen lopen hun verhalen uiteen. Zelfs over een ogenschijnlijk onbetekenend detail bestaan twee volstrekt tegenstrijdige verhalen. 'Ze was beslist geen moeder die ons om vier uur achter de theepot zat op te wachten', zei de oudste zoon IJnze later (Dresselhuys). Maar zijn broer Leo vertelde: 'Als we 's middags om vier uur uit school kwamen, zat ze klaar met thee' (Lindo).

In 1929 raakte Cissy van Marxveldt - 37 jaar oud - na een beroerte aan de rechterkant van haar lichaam verlamd. Pas jaren later bleek dat dit was veroorzaakt door een hersentumor, waaraan ze nooit was geopereerd. Voortaan typte zij haar boeken met de linkerhand. De veranderende tijdgeest beïnvloedde ook de boeken die Cissy van Marxveldt sindsdien schreef. De doldwaze jaren twintig waren voorbij, de ernst ging overheersen. Zij schiep nog wel nieuwe heldinnen - 'Marijke', 'Puck van Holten' -, maar die vonden minder weerklank dan 'Joop ter Heul' en de bakvissen uit haar andere kassucces Een zomerzotheid (1927). Door de toneelbewerkingen van haar populairste boeken en door de herdrukken die daarvan jaar in jaar uit werden gemaakt, bleef Cissy van Marxveldt echter in goeden doen. In de jaren dertig zou zij zo'n vijftigduizend gulden per jaar aan auteursrechten hebben verdiend.

Cissy van Marxveldt en haar man, die in vredestijd onder meer een functie als bedrijfsleider bij het warenhuis 'De Bijenkorf' vervulde, hebben veel adressen gehad. Volgens zoon IJnze was verhuizen 'een soort hobby van haar' (Dresselhuys). Ook bewoonden zij soms twee huizen tegelijk, waarvan het ene - in Bloemendaal of Wijk aan Zee - in gebruik was als zomerhuis en het andere - in Amsterdam of Hilversum - gedurende de rest van het jaar werd bewoond. Haar laatste verhuizing, van Amsterdam naar Bussum, dateert van april 1944.

Tijdens de Duitse bezetting raakte Leo Beek betrokken bij verzetswerk en clandestien beraad over de naoorlogse inrichting van Nederland. Hij werd in 1944 opgepakt en in de duinen bij Overveen geëxecuteerd. 'U moet weten,' zei Cissy van Marxveldt later, 'dat mijn man een grote stimulans voor mij was en nadat ik bericht over zijn dood ontving, heb ik niets meer gepresteerd' (Wagenaar). Onder de naam Cissy van Marxveldt verscheen kort na de bevrijding alleen nog het boek Ook zij maakte het mee (1946), een sober relaas over een meisje dat in het verzet werkte. Zij droeg het op aan haar gefusilleerde man. Maar voor een meisjesboek over de bezettingstijd bestond in die tijd weinig belangstelling. Ook met haar gezondheid ging het bergafwaarts. Zij las thrillers en amuseerde zich met de eerste publicaties van Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt in Het Parool , maar zelf kwam ze niet meer tot schrijven. 'Die laatste jaren was ze erg broos,' aldus haar zoon Leo, 'maar verdriet en lichamelijk ongemak wist ze perfect te camoufleren. Dus je merkte eigenlijk niets aan haar' (Lindo).

Toen ze in 1948 stierf, op 58-jarige leeftijd, was de naam Cissy van Marxveldt onverbrekelijk verbonden met de reeds lang voorbije jaren twintig. Haar boeken uit die tijd hebben de schrijfster echter met succes overleefd.

A: Persdocumentatie betreffende Cissy van Marxveldt bij het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage.

P: Een bibliografie van Cissy van Marxveldt in de onder L genoemde publicatie van Dornseiffer. Autobiografisch artikel: 'Wat voorbijging', in Cissy van Marxveldt en Emmy Belinfante-Belinfante, Confetti (Amersfoort 1930) 17-30.

L: Interview door Emmy Belinfante-Belinfante, in De Hollandsche Revue 33 (1928) 623-626; Lily van Ginneken, 'Een zomerzotheid, verhalen die onthouden worden', in Algemeen Handelsblad , 2-4-1970; Tjaard W.R. de Haan, 'Leven en werk van Cissy van Marxveldt', in Cissy van Marxveldt, Mijn dorp in Friesland ('s-Gravenhage 1970) 5-31; E. Reitsma, 'Joop ter Heul, van rebelse meid tot opofferende moeder', in Vrij Nederland , 9-8-1975; Cisca Dresselhuys, 'Cissy van Marxveldt: Schrijven met één hand', in Opzij. Feministisch Maandblad 8 (1980) 7/8 (juli/aug.) 5-9; Henk van Gelder, 'Jopopinoloukico', in idem, 't Is 'n bijzonder kind, dat is ie. Kinderboekenschrijvers van toen (Bussum 1980) 50-61; Sylvia Dornseiffer, 'Cissy van Marxveldt' [1985], in Lexicon van de jeugdliteratuur (Alphen aan den Rijn 1982- ); Liddie Austin, 'Cissy van Marxveldt', in Libelle nr. 23 (2/9-6-1989) 49-56; Marjoleine de Vos, 'Het leven van Joop ter Heul', in NRC Handelsblad , 14-7-1989; Leonoor Wagenaar, 'Cissy van Marxveldt gaat nooit verloren', in Het Parool , 22-7-1989; interview met Leo Beek door Mary Ann Lindo, in Het Parool , 11-10-1991; Jan van Marxveldt, De zoon van Joop ter Heul (Helmond [etc.] 1991); Pamela Pattynama, 'Ontheemde vondelingen. Vrouwelijke adolescentie en ''Bildung''', in Denken over sekse in cultuur en wetenschap. Lezingen over gender- en vrouwenstudies . Onder red. van Mineke Bosch (Amsterdam 1996) 22-44.

I: [T.W.R. de Haan,] Cissy van Marxveldt (1889-1948). Biografie (Heerenveen 1989) 20 [Cissy van Marxveldt op circa achttienjarige leeftijd].

Henk van Gelder


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013