Heumen, Wilhelmus Maria van (1928-1992)

 
English | Nederlands

HEUMEN, Wilhelmus Maria van (1928-1992)

Heumen, Wilhelmus Maria van, hockeycoach (Nijmegen 28-10-1928 - 's-Hertogenbosch 31-1-1992). Zoon van Hendrikus Johannes van Heumen, koopman, en Petronella Henkelman. Gehuwd op 9-2-1950 met Martina Gijsberdina Theresia Vollebergh (geb. 1926). Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 1 dochter geboren.

afbeelding van Heumen, Wilhelmus Maria vanWeliswaar stond zijn wieg niet in 's-Hertogenbosch, maar omdat Wim van Heumen al vóór zijn eerste verjaardag met zijn ouders naar deze stad verhuisde, heeft hij zich altijd een echte Bosschenaar gevoeld. Hij deed hier in 1948 eindexamen HBS-A en volgde er - na een onderbreking van twee jaar wegens militaire dienst - een spoedcursus voor onderwijzer. Vanaf februari 1952 stond hij voor de klas: eerst één jaar in Eindhoven, daarna één jaar in het dorpje Hedel bij 's-Hertogenbosch. Intussen studeerde hij in zijn vrije tijd voor de MO-aktes lichamelijke opvoeding. Vanaf 1954 was hij leraar in dit vak aan de opleiding van kleuteronderwijzeressen en aan de kweekschool 'Mariënburg', beide te 's-Hertogenbosch. In 1956 werd Van Heumen benoemd tot docent aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Tilburg, een betrekking die hij tot 1969 combineerde met zijn werk aan de Bossche kweekschool. In Tilburg - waar hij vooral spel en, bij voorkomende gelegenheden, psychologie doceerde - kon Van Heumen reeds in 1959 rector van de Academie worden, maar hij had daartoe geen ambitie. Wel nam hij in 1960 de eindredactie op zich van het nieuwe maandblad Thomas van de katholieke vereniging van leerkrachten in de lichamelijke oefening 'St. Thomas van Aquino'. Vijf jaar lang zou hij dit blad vrijwel alleen volschrijven.

Wim van Heumen was sportman in hart en nieren. Reeds als middelbare scholier werd hij opgesteld in het eerste voetbalelftal van BVV, maar hij schakelde over op hockey en kwam jarenlang uit voor 'Den Bosch'. Ook speelde hij tennis. Zijn sportieve inslag en zijn ervaring als docent lichamelijke oefening, maar vooral zijn - door het voetbal verkregen - inzicht in techniek en tactiek maakten hem bijzonder geschikt om ploegen te leiden. Zijn eigen club 'Den Bosch' ontdekte dit als eerste en stelde hem in 1966 aan als coach.

Nadat Nederland in 1973 het wereldkampioenschap had gewonnen, werd in het herenhockey een hoofdklasse gevormd. Aangezien 'Den Bosch' juist een slecht seizoen achter de rug had, vroeg MEP uit Boxtel, dat wel was gekwalificeerd voor de hoofdklasse, Van Heumen haar topteam te komen leiden. Twee jaar lang zou hij dit doen. Inmiddels bevond de nationale herenselectie zich in een malaise. Het verdedigen van de wereldtitel, begin 1975 in Maleisië, liep - met slechts een negende plaats - uit op een fiasco. Coach C. Tania werd tot zondebok uitgeroepen, en het bondsbestuur ging op zoek naar een opvolger. Nadat twee kandidaten hadden geweigerd, viel eind mei 1975 de keus op Van Heumen. Deze werd bondscoach in deeltijd, want hij wilde zijn baan aan de Academie in Tilburg niet zonder meer prijsgeven. Hoe onverwacht zijn benoeming was, bleek uit het feit dat hij kort tevoren een aanstelling had geaccepteerd bij het Utrechtse 'Kampong'. Beide functies zou hij een jaar lang combineren, met als bekroning het landskampioenschap voor 'Kampong' in 1976.

Bij zijn aantreden als bondscoach - aanvankelijk als niet meer dan de eerst-verantwoordelijke binnen een driemanschap - stuitte Van Heumen op een reeks vooroordelen. Het feit dat hij een katholieke Brabander was, die bovendien niet kon bogen op een erelijst als international, zoals lang als regel voor coaches had gegolden, was indertijd een handicap in de gesloten en behoudende hockeygemeenschap. Al snel wist Van Heumen alle vooroordelen weg te nemen. Zijn kunde en inzicht, didactisch vermogen en overtuigingskracht maakten zelfs op de routiniers onder de spelers indruk. Tegelijkertijd voerde hij een aantal vernieuwingen door, zoals het spelen op kunstgras en de koppeling aan zaalhockey in de winter, welk laatste ideaal niet duurzaam bleek.

Als coach was Van Heumen gericht op resultaat, met de nadruk op overwinningen in grote toernooien: 'Je moet ... trainen op het niveau van het hoogst mogelijk presteerbare. Dat kan alleen vanuit het idee om te winnen', zo zei hij (de Volkskrant , 29-5-1975). Zijn debuut tijdens het pre-olympisch toernooi van Montreal in juli 1975, waar vier overwinningen in vijf wedstrijden werden behaald, vergrootte het vertrouwen in Van Heumens leiderschap. Op de een jaar later in dezelfde stad gehouden Olympische Spelen viel Nederland met een vierde plaats echter net buiten de prijzen. Met het zilver op zowel het wereldkampioenschap van 1978 in Buenos Aires als op het Europese kampioenschap van 1979 in Hannover kwam de nationale ploeg dichter in de buurt van de eindzege. Na in 1981 in Karachi en het jaar daarop in Amstelveen al de eerste plaats te hebben veroverd in de Champions Trophy, behaalde Van Heumen in 1983 zijn grootste triomf als hockeycoach met het veroveren van de Europese titel in Amstelveen.

Als een der favorieten reisde Van Heumens team in 1984 naar de Olympische Spelen in Los Angeles, maar het resultaat viel tegen. De Nederlandse hockeyers werden nog vóór de halve finales uitgeschakeld en kwamen in de eindklassering niet verder dan een zesde plaats. Het was het meest teleurstellende resultaat in Van Heumens loopbaan als nationaal coach. Een aantal ervaren spelers stelde zich hierna niet meer beschikbaar, en Van Heumen moest een nieuw team opbouwen. Nadat ook de toernooien om de Champions Trophy van 1985 en 1986 op een debacle waren uitgelopen, meende het bondsbestuur dat Van Heumens grote tijd voorbij was. Hij hield de eer aan zichzelf en diende zijn ontslag in. In datzelfde jaar benoemde de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond hem tot erelid. Onder leiding van de 'hockeyprofessor' - zoals Van Heumen om zijn wedstrijdanalyses en theoretische beschouwingen werd genoemd - had Nederland 232 officiële interlands gespeeld. Daarvan werden 139 gewonnen, eindigden 35 in gelijkspel en werden 58 verloren; een positieve balans dus.

Reeds in 1984 vervroegd uitgetreden als docent in Tilburg, kon Van Heumen zich na zijn vertrek als hockeycoach geheel wijden aan de gemeentepolitiek van 's-Hertogenbosch. Sinds augustus 1970 was hij lid van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch, eerst voor de Katholieke Volkspartij (KVP), later voor het Christen Democratisch Appèl (CDA). In de raad nam hij een vooraanstaande plaats in; sinds 1978 was hij fractievoorzitter. 'De vraag wat ik belangrijker vind, hockey of politiek, is moeilijk te beantwoorden', zei hij eens (Brabants Dagblad , 1-2-1992). Met zijn enorme werkkracht, doelmatige tijdsindeling en sterke gestel slaagde hij erin veel te combineren. Wel verhinderden zijn sportactiviteiten hem lange tijd een wethouderspost te aanvaarden. In 1990 deed zich deze kans eindelijk voor: op 1 mei van dat jaar kreeg hij binnen het college van Burgemeester en Wethouders de portefeuille financiën, bedrijven, economische ontwikkeling en informatiebeleid. Van zijn ervaring, besluitvaardigheid en afgewogen oordelen heeft de stad niet lang geprofiteerd, al bleef hij formeel tot zijn dood wethouder. Nog datzelfde jaar kreeg Van Heumen lichamelijke klachten, die uiteindelijk de alvleesklier betroffen en hem na een lang ziekbed sloopten. Hij overleed op 63-jarige leeftijd.

De werkzaamheden van Wim van Heumen zijn uiteenlopend van aard geweest, van hockeycoach op internationaal niveau tot raadslid en wethouder in een provinciestad. Van Heumen was een kalme, stevig gebouwde man, die weloverwogen te werk ging en zich ook zo uitte. Hij was een theoreticus met zicht op het praktische. Hij bezat een natuurlijk overwicht en wist mensen te motiveren en met argumenten te overtuigen. Veel waarde kende Van Heumen toe aan de sportieve vorming van jongeren, niet alleen beroepshalve, als docent lichamelijke oefening en in dienst van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond, maar ook in zijn vrije tijd, als lid van verschillende commissies.

A: Bescheiden collectie persdocumentatie betreffende Van Heumen in het Stadsarchief van 's-Hertogenbosch.

P: Behalve bijdragen aan het maandblad Thomas : Spel en gymnastiek voor de kleinsten (Amsterdam [etc.] z.j.); Zaalhockey. Tactiek, techniek, training (Amstelveen 1976); Jeugd op weg naar de top (Amstelveen 1980); Hockey. Leerplan voor de complete hockeyer (Amsterdam 1984); Young Stars (Amstelveen 1985); Op weg naar het hockey-diploma (Amstelveen 1989).

L: Behalve necrologieën o.a. in Brabants Dagblad , 1-2-1992; NRC Handelsblad , 1-2-1992; in de Volkskrant , 1-2-1992; Thomas-Bulletin 3 (1992) 5 (mrt.) 1: Onno Zelsman, in de Volkskrant , 29-5-1975; Aad Gaanderse, in Hockeysport , 6-6-1975; Hans Kraay, in NRC Handelsblad , 7-11-1975; interview door Ton van Esch, in Hockeysport , 12-8-1983; interview door Siet IJdema, ibidem , 20-7-1984; Siet IJdema, ibidem , 18-4-1986; Onno Zelsman, 'Afscheid zonder glorie', in Elseviers Magazine , 26-4-1986.

I: Onno Zelsman, `Afscheid zonder glorie', in Elseviers Magazine , 26-4-1986 (p. 175).

Frans Oudejans †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013