Molenaar, Albert de (1921-1985)

 
English | Nederlands

MOLENAAR, Albert de (1921-1985)

Molenaar, Albert de, musicus (Leiden 30-5-1921 - Berkel (Z.H.) 11-3-1985). Zoon van Johannes Gerardus de Molenaar, kantoorbediende, en Machteld Paulina Carma Noya. Gehuwd op 17-6-1942 met Sanna Elisabeth Day (geb. 1921), zangeres. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. Na echtscheiding (29-10-1949) gehuwd op 31-8-1956 met Bodil Marie Margrete Mller (geb. 1928), zangeres. Dit huwelijk bleef kinderloos.

afbeelding van Molenaar, Albert deAb de Molenaar en zijn twee jaar oudere broer Jochem kwamen uit een muzikaal gezin. Hun vader speelde piano en zou het tot docent aan het Utrechtse conservatorium brengen; hun uit Indië afkomstige moeder bracht hun de liefde voor krontjongmuziek bij. De broers groeiden op in Blaricum en vormden daar in 1936 een pianoduo - in speelse verengelsing van hun achternaam 'The Two Millers' genaamd -, dat in beperkte kring optrad. Enkele jaren later zou Ab, geïnspireerd door de Franse gitarist Django Reinhardt, de piano verruilen voor de gitaar, een instrument dat hij zichzelf had leren bespelen.

Na de HBS ging Ab de Molenaar, in het voetspoor van zijn broer, naar de Zeevaartschool in Amsterdam. In 1939 voltooiden zij hier hun opleiding en monsterden vervolgens aan bij de Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij voor een reis naar Curaçao. De oorlogsdreiging maakte dit tot een riskante onderneming, zodat hun moeder het verbood. Het zou niet de laatste keer zijn dat de oorlog De Molenaars levensloop zou beïnvloeden.

De broers zeiden daarop hun zeemansplannen vaarwel en brachten 'The Two Millers' weer tot leven, nu semi-professioneel. In de zomer van 1939 kregen zij een engagement bij de accordeonist Johnny Meijer, die met een orkestje optrad in Amsterdam. Hier ontmoetten zij Amerikaanse beroemdheden als tenorsaxofonist Coleman Hawkins en pianist Freddy Johnson. Toen deze laatste een contract in de hoofdstad kreeg, werd Ab de Molenaar diens gitarist. Het ene contract leidde naar het andere, en zo kregen beide broers een plaats in een gelegenheidsorkest van de Britse trompettist Nat Gonella, dat door Nederland toerde. In de pauzes speelden Ab en Jochem quatre-mains. Gonella was zeer te spreken over het tweetal en nodigde hen uit voor een tournee door Latijns-Amerika. Zij moesten wel hun eigen reis betalen, en om aan geld te komen gingen ze begin mei 1940 bij een orkest in Tilburg spelen. De Duitse inval, enkele dagen daarna, verhinderde ook deze verre reis.

Een maand later was Ab de Molenaar te horen in het Amsterdamse 'Negro Palace' met een 'Miller Quartet', waarvan, behalve zijn broer op bas, ook pianist Joop Maten en zangeres Sanny Day deel uitmaakten; zelf trad hij op als gitarist. Het repertoire was Amerikaans-Engels. Toen de bezetter dit soort nummers weldra verbood, was daar snel een mouw aangepast. De titels en teksten van bestaande nummers werden door De Molenaar gewoon vertaald; 'Tiger Rag' werd bijvoorbeeld 'Katzenjammer', en 'Undecided' veranderde in 'O, wat ben je wispelturig'.

De beperkingen die de Duitsers 'The Millers' - hun Engelse naam bleven zij gedurende de gehele bezetting onverstoorbaar voeren - oplegden, dwongen Ab de Molenaar een eigen stijl voor het kwartet te zoeken. De samenstelling van het ensemble veranderde voortdurend. Sanny Day, met wie De Molenaar in 1942 trouwde, bleef de zangeres, maar broer Jochem verdween, na bij een razzia te zijn opgepakt, terwijl Maten een beroepsverbod kreeg wegens te 'Amerikaans spel'. Alleen vibrafonist Coen van Nassou, die in 1943 toetrad, zou jarenlang deel uit blijven maken van de band. Ook de naam veranderde herhaaldelijk: van 'The Two Millers' werd het - naar gelang de grootte - 'The Miller Quartet', '-Quintet' en '-Sextet' en uiteindelijk 'The Millers'. Ab de Molenaar was in deze turbulente jaren de spil van de groep, belangrijk als ritmisch ondersteuner, maar vooral als mentor en bewaker van het kenmerkende soft-swinggeluid.

Na de bevrijding traden 'The Millers' als sextet op voor Amerikaanse legereenheden in België en Duitsland. Zakelijk ging het hun voor de wind. In 1947 vertrok De Molenaar naar de Verenigde Staten om te proberen in het Mekka van de jazz contracten te krijgen. Hoewel hij daarin niet slaagde, was zijn reis niet vruchteloos, want hij keerde terug met tal van nieuwe nummers. De invloed van klarinettist Benny Goodman werd duidelijk herkenbaar in de muziek van de groep, zoals bleek bij geregelde optredens voor de VARA-microfoon. Eind 1948/begin 1949 maakten 'The Millers' een toernee naar Nederlands-Indië voor de daar gelegerde militairen.

Bij terugkeer werd alles anders. Prominente leden als pianiste Pia Beck en zanger Eddie Doorenbos sloegen andere wegen in, en na het stuklopen van het huwelijk in 1949 vertrok ook Sanny Day. De Molenaar zelf verhuisde naar het Beierse Garmisch-Partenkirchen, waar hij zeven jaar zou wonen. In deze jaren verbleven 'The Millers', nu weer een kwartet, bijna continu in het buitenland. Deze reislust leidde tot voortdurende veranderingen in de samenstelling van de groep. Als pianist trok De Molenaar de briljante musicus Paul Ruys aan, en in 1951 kwam Sanny Day terug als zangeres. Sinds 1943 werden bijna jaarlijks nummers van het ensemble op de plaat vastgelegd. Dit stokte echter na 1951, met uitzondering van zes opnamen in het Deutsches Museum te München in 1953.

Een engagement van 'The Millers' in Kopenhagen bracht Ab de Molenaar in 1954 in contact met de Deense zangeres Suzy MÍller. Met haar zou hij twee jaar later in het huwelijk treden. Eind 1955 keerden 'The Millers' naar Nederland terug, ditmaal voorgoed. De VARA sloot onmiddellijk een nieuw radiocontract met de band af. Tot vreugde van veel luisteraars bleek de klank ervan enigszins veranderd: nog altijd swingend, maar meer beïnvloed door de moderne jazz uit Amerika. Om te bewijzen dat hij in Nederland wilde blijven, begon De Molenaar in 1957 in Rotterdam een Millerclub onder de naam 'De Wieck'. Toen in de jaren zestig de muzikale smaak veranderde, kwam het ensemble in de problemen. De Molenaar kreeg een zware inzinking; zijn muzikanten moesten elders emplooi zoeken. Zelf werd hij horeca-exploitant, en geruime tijd werd van 'The Millers' nauwelijks iets gehoord.

Het keerpunt kwam in 1968, toen een Rotterdams platenhandelaar een aantal oud-leden van 'The Millers' bijeenbracht om een langspeelplaat te maken. Bovendien traden zij drie dagen later op in een televisieprogramma van presentatrice Mies Bouwman. De comeback van de groep was daarmee een feit. De Molenaar ging weer aan de slag als muzikant en kreeg een contract bij de NCRV-radio. Platenfirma's stelden haastig langspeelplaten samen uit oude opnamen, waarvan er in één jaar liefst vijf op de markt kwamen. De accordeonist Matthieu Schwartz, die in 1949 korte tijd deel had uitgemaakt van 'The Millers' en daarna in de Verenigde Staten roem had verworven als Mat Matthews, kwam terug als muzikaal leider, terwijl NCRV-radioproducer Skip Voogd optrad als organisator van het herrezen ensemble. Ab de Molenaar zelf bleef gitaar spelen en zorgde voor het aantrekken van spelers en zangers, bijna steeds oud-bandleden. Hij had daarbij keuze genoeg, want hoewel de bezetting van 'The Millers' nooit groter is geweest dan acht personen - meestal minder -, hebben er in de loop van de tijd zo'n honderdvijftig musici deel van uitgemaakt. Ondanks al deze wisselingen heeft De Molenaar de klankkleur van de groep weten te handhaven. Muzikaal leverde de comeback van 'The Millers' echter niet veel verrassingen op.

Het echtpaar De Molenaar vestigde zich te Berkel en Rodenrijs als eigenaar van een café-boerderij. 'The Millers' herleefden voornamelijk rond jubilea, omdat die voor nieuwe aandacht zorgden. Dan werden ook oude platen opnieuw uitgebracht. In 1977 werd Ab de Molenaar ernstig ziek, viel kilo's af, maar herstelde en ging weer aan de slag, optimistisch als altijd. Een jaar later maakte hij met 'The Millers' een tournee naar Florida en de Bahama's.

Als solist heeft Ab de Molenaar nooit echt uitgeblonken; hij was een vaardige gitarist, ook door groten in de jazz gewaardeerd, maar geen ster. Zijn kracht school in de wijze waarop hij anderen inspireerde om samen een muzikale stijl te ontwikkelen die jaren achtereen fris bleef klinken. Het ogenschijnlijk luchtige repertoire, waarin het swingelement kundig werd verpakt - een mengvorm van amusement en jazz - maakte 'The Millers' tot een van Nederlands populairste ensembles. Tijdens opnamen voor de radio overleed Ab de Molenaar plotseling op 63-jarige leeftijd. Zijn begrafenis werd een imponerende reünie, een eerbetoon aan een man die meer dan veertig jaar had gezorgd voor een geheel eigen, aanstekelijk geluid.

A: Persdocumentatie en foto's betreffende De Molenaar in het Nederlands Jazz Archief te Amsterdam.

P: Discografie: overzicht van opnamen van 'The Millers' o.l.v. Ab de Molenaar 1943-1974 door Henk Zwartenkot in Doctor Jazz Magazine nr. 85 (sept. 1978) 39-41 en nr. 86 (dec. 1978) 18-21; The Dutch jazz&blues discography, 1916-1980 . Onder red. van Wim van Eyle (Utrecht 1981) 153-155.

L: G.L. van Lennep, 'Waarin ... Get up those stairs', in NRC Handelsblad , 26-11-1977; Tony Palmer, All you need... De geschiedenis van de lichte muziek in de twintigste eeuw [Ned. bewerking] (Bussum 1977); Hans Langeweg, 'Heb je wel gehoord van .... Ab de Molenaar?', in Doctor Jazz Magazine nr. 83 (mrt. 1978) 27-34; Jazz&geïmproviseerde muziek in Nederland . Onder red. van Wim van Eyle (Utrecht [etc.] 1978); Wouter van Gool, in Doctor Jazz Magazine nr. 109 (juli 1985) 21-23.

I: The Dutch jazz&blues discography 1916-1980 . Onder red. van Wim van Eyle (Utrecht 1981) 151.

Frans Oudejans †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013