Regtien, Antonius Aegidius (1938-1989)

 
English | Nederlands

REGTIEN, Antonius Aegidius (1938-1989)

Regtien, Antonius Aegidius, politiek activist en publicist (Amsterdam 19-10-1938 - Amsterdam 25-12-1989). Zoon van Gerardus Cornelis Regtien, magazijnbediende, en Henriëtta Maria Constantia Wilhelmina Spaan. Op 25-10-1961 gehuwd met Maria Henriëtte Johanna Fleuren (geb. 1939), onderwijzeres. Dit huwelijk, waaruit 2 zoons werden geboren, werd ontbonden op 1-4-1974. Uit een relatie met Mathilda Vermeer werd 1 zoon geboren en uit een relatie met Mireille Cohendy werd 1 dochter geboren.

afbeelding van Regtien, Antonius AegidiusTon Regtien werd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog geboren in de Amsterdamse Kinkerbuurt als vierde van acht kinderen in een katholiek arbeidersgezin. De schoolperiode begon moeizaam. Regtiens kritische geest en opmerkelijke kijk op mensen en maatschappelijke verhoudingen vielen al vroeg op, maar zijn schoolijver liet te wensen over. Uiteindelijk slaagde hij er toch in zijn ritme te vinden en behaalde hij in 1954 met uitstekende cijfers het eindexamen MULO-A.

Het priesterambt was Regtiens eerste roeping. In 1954 ging hij uit eigen beweging naar het Sint Thomascollege van de paters Augustijnen in Venlo. In deze stad ontmoette hij zijn latere vrouw Riet. Na twee jaar seminarium hield Regtien het echter voor gezien, ging 'even plassen' en reed op de fiets terug naar Amsterdam. Hier schreef hij zich in aan het Sint Ignatiuscollege. Op deze door de jezuïeten geleide school lagen de wortels van Regtiens maatschappelijke betrokkenheid. Hij kreeg er les van pater J.J.C. van Kilsdonk, die grote indruk op hem maakte en met wie hij zijn leven lang een persoonlijke band onderhield. In het schoolblad De Harpoen schreef hij enthousiast over de rechten van de mens. Als publicist zou Regtien zijn ware roeping vinden. Hij werd een dwangmatige schrijver, iemand met de behoefte de innerlijke belevingen van zijn zachtaardige en opstandige persoonlijkheid aan anderen te openbaren.

Nadat Regtien in 1959 met glans voor het eindexamen gymnasium-ß was geslaagd, besloot hij psychologie te studeren, en wel aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen, want hij wilde zo dicht mogelijk bij zijn vriendin Riet wonen, die in Venlo de Kweekschool volgde. De wereld van het studentencorps, waarin hij aanvankelijk verkeerde, verruilde hij al snel voor het non-conformistische Nijmeegs Universiteitsblad . In dit milieu, beheerst door een mengeling van personalisme, existentialisme en marxisme, voelde hij zich thuis. Regtien bracht het er tot redactiesecretaris. In oktober 1960 was hij de initiatiefnemer voor het uitbrengen van een speciaal nummer over de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog, een voor het conservatieve Nederlandse studentenmilieu ongebruikelijk initiatief.

Allengs werd Nijmegen voor Regtien te benauwend. In oktober 1961 ging hij weer in zijn geboortestad wonen, ditmaal met Riet, met wie hij diezelfde maand in het huwelijk trad. Hij reisde op en neer tussen Amsterdam - waar hij aan de Gemeentelijke Universiteit het bijvak filosofie volgde - en Nijmegen. In de laatstgenoemde stad behaalde hij in 1962 het kandidaats met een scriptie over de opvattingen van de Britse neurofysioloog Ch.S. Sherrington. Hij kon vervolgens in Nijmegen aan de slag als student-assistent van de hoogleraar F.J.Th. Rutten en verrichtte onderzoek naar het raakvlak van taalkunde en psychologie.

Ondertussen kwam Regtien in Amsterdam in aanraking met de studentenproblematiek. In het voorjaar van 1963 kwam hij op de gedachte een progressieve studentenbeweging op te richten, naar het voorbeeld van de Union nationale des étudiants de France. Net als de Fransen beschouwde Regtien studenten als jonge intellectuele werknemers, met democratische en materieel-financiële rechten en maatschappelijke plichten. Regtiens pleidooi voor democratisering en studieloon in een serie artikelen die vanaf 15 februari 1963 in het Nijmeegs Universiteitsblad verscheen, maakte landelijk enthousiasme los. De Studentenvakbeweging (SVB) zag in juni 1963 het levenslicht in Utrecht. Na een succesrijk begin - democratisering van de studentenwereld, aandacht voor het studentenhuwelijk, pleidooi voor studieloon in het Demokratisch Manifest - leek de doorbraak te verzanden. Als voorzitter hield Regtien het al na een half jaar voor gezien.

Hoewel Regtien op de achtergrond actief bleef, verschoof zijn aandacht naar de politiek. Gedurende 1964/1965 was hij voorzitter van de Amsterdamse socialistische studentenvereniging 'Politeia', en op 1 januari 1965 meldde hij zich aan als lid van de Partij van de Arbeid (PvdA). Van begin 1965 tot eind 1968 maakte hij deel uit van de redactie van het nieuwe tijdschrift Links. Voor een strijdend socialisme .

Regtien ontwikkelde zich tot een fulltime revolutionair op missie. Laaiend enthousiast kwam hij in 1965 terug van een reis naar Cuba. Artikelen volgden over de Cubaanse revolutie, over generatie-idool Ernesto Che Guevara. Het verhaal van een revolutionair (1967) en diens Franse epigoon Régis Debray. Was de Algerijnse kwestie voor Regtien voornamelijk een kwestie van emotionele verbondenheid, bij de oorlog in Vietnam raakte hij ook daadwerkelijk betrokken. Vanaf 1966 smokkelde hij Amerikaanse deserteurs over de grens naar Frankrijk en Zweden, organiseerde 'teach-ins' en schreef voor het Vietnam Bulletin . In 1967 woonde 'Teach-in-Ton' - zoals zijn bijnaam luidde - het Internationale Tribunaal ter Beoordeling van Oorlogsmisdaden in Vietnam bij dat in mei van dat jaar in Stockholm en in november in het Deense Roskilde werd gehouden. In deze drukke periode werkte Regtien freelance voor De Nieuwe Linie , Vrij Nederland , de Friese Koerier en de Volkskrant , schreef voor Demokrater. Nederlands studentenblad en zat in de redactie van Te Elfder Ure .

Regtiens opvattingen verschoven van belangenbehartiging voor studenten, via hervorming van de universiteit - tot Kritische Universiteit - naar omverwerping van de bestaande maatschappelijke orde. De meidagen van 1968 stortten hem in Amsterdam terug in de studentenwereld. Het jaar daarop schreef hij in drie weken tijd Universiteit in opstand. Europese achtergronden en de Nederlandse situatie . Het werd een bestseller, waarvan 15.000 exemplaren werden verkocht.

Het overmatig gebruik van zware shag en alcohol, gecombineerd met onophoudelijke trektochten door Europa, op zoek naar de revolutie, eisten hun tol. Regtien stortte in. Overspannen trok hij zich terug op een boerderij in het Noord-Hollandse Schagen. De Maagdenhuisbezetting in 1969 liet de dertigjarige revolutionair echter niet aan zich voorbij gaan: 'Neem bij de volgende bezetting schone sokken mee, want zoiets kan lang duren en op den duur gaan die dingen ontzettend stinken' (Haagse Post , 31-5-1969).

Hoewel de in wezen pragmatische SVB na de radicalisering van 1967 - Sindikaal Manifest - in 1969 ter ziele ging, zou Regtien tot vervelens toe met zijn geesteskind worden geassocieerd. Lange tijd vermeed hij rituele interviews over de studentenopstand in de jaren zestig liever. Na de Maagdenhuisbezetting zegde hij zijn PvdA-lidmaatschap op, uit onvrede over het gebrek aan loyaliteit van de socialistische voorman J.M. den Uyl met de studenten. Regtien radicaliseerde in de richting van de Communistische Partij Nederland (CPN), maar de liefde was niet wederzijds. In april 1971 weigerde de partij hem het lidmaatschap. Pas in 1975 mocht hij toetreden tot de CPN, waarvan hij tot aan zijn dood lid is gebleven.

De rusteloze Regtien - in zijn leven verhuisde hij zo'n twintig keer - vestigde zich in september 1970 met zijn vrouw en twee zoons in Groningen. Aan de Rijksuniversiteit in die stad pakte hij de draad van zijn psychologiestudie weer op en behaalde in 1971 het doctoraalexamen; zijn scriptie droeg hij op aan de Noord-Vietnamese leider Ho Chi Minh. Daarna was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de subfaculteit Psychologie, vakgroep Arbeids- en Organisatiepsychologie van de Rijksuniversiteit te Groningen. Regtien streefde ernaar de 'stoffige, naar de lamp riekende, abstracte wetenschap' midden in de maatschappelijke werkelijkheid te plaatsen. Hij begeleidde de studie van zijn studenten intensief en trok graag met hen op; hieruit haalde hij zijn voldoening.

Als medeoprichter van de Tema-groep Noord Nederland verrichtte Regtien onder meer onderzoek naar de leefomstandigheden op Groningse boerderijen en de arbeidsvoorwaarden in de strokartonindustrie. Bij de gevestigde pers en in academische kringen werd de themagroep als een lastig verschijnsel beschouwd en verketterd als 'het wetenschappelijk bureau van de CPN in het noorden'. Regtiens ideologische benadering leidde tot veel polemieken, onder meer met de politieke activist Roel van Duyn.

In Groningen kreeg Regtien een relatie met Til Vermeer, waaruit in december 1972 een zoon werd geboren. Riet keerde met de jongste zoon in 1971 terug naar Amsterdam; de scheiding volgde begin april 1974. Veel bevrediging vond hij in deze periode in de opvoeding van zijn oudste zoon, Taco. Deze zorgende jaren kenschetste hij later als de 'roots' van zijn bestaan.

In 1975/1976 was Regtien secretaris van de vakgroep, een functie waarop hij volkomen afknapte. Het failliet van zijn ideaal, universitaire democratisering, werd na een mislukte poging tot reorganisatie van de subfaculteit Psychologie in 1978 duidelijk. Gedurende de jaren 1978-1981 werd Regtien op eigen verzoek gedetacheerd in Amsterdam, waar hij bij de marxistische historicus F. de Jong Edz. vergeefs werkte aan een proefschrift over de studentenbeweging. Teleurgesteld in wat hij tot stand had gebracht, besloot de rode doctorandus in 1981 de Groningse universiteit definitief de rug toe te keren. Zijn ontslag volgde twee jaar later.

Gedesillusioneerd leefde de - inmiddels kalende - revolutionair van weleer in Amsterdam van een wachtgeld. Hij greep de dood van zijn broer Jan - onderwijzer in Papoea-Nieuw-Guinea - in 1981 aan om de wereld in te vluchten met lange reizen door Australasië, Afrika en Latijns-Amerika, daartoe in staat gesteld door een ruime wachtgeldregeling, die werd aangevuld door met reportages verdiend geld. Ondertussen probeerde Regtien zijn leven opnieuw in te richten. Bij zijn vriendin de Française Mireille Cohendy kreeg hij in 1983 een dochter. Hij ging zich nu geheel aan het schrijven wijden. Reportages over onderwerpen betreffende de Derde Wereld verschenen in De Waarheid en Vrij Nederland . Pogingen een solide basis als publicist op te bouwen mislukten.

De laatste jaren van Regtiens leven werden vooral getekend door ziekte als gevolg van een virusinfectie, opgelopen in de tropen, en door geregeld terugkerende depressies, die hij op het Drentse platteland probeerde te verjagen. Een van de weinige functies die hij nog vervulde, was het bestuurslidmaatschap van de Stichting 'Lau Mazirel' ten behoeve van zigeuners en woonwagenbewoners. Vergeefs solliciteerde hij naar een nieuwe werkkring. Ondertussen broedde Regtien op zijn memoires van de jaren zestig, die in 1988 onder de titel Springtij. Herinneringen aan de jaren zestig verschenen. Een hartaanval, het gevolg van zijn sluimerende ziekte, werd hem op eerste kerstdag 1989 fataal.

Ton Regtien, de 'revolutionair van de koude grond', was in werkelijkheid een soms wat rechtlijnige, vaak onrustige, maar vóór alles sociale persoonlijkheid, voortdurend op zoek naar menselijke en universele waarden. Regtien was een tragische persoon, omdat hij nooit afstand heeft kunnen nemen van de jaren zestig, en de jaren zestig niet van hem.

A: Archief-Regtien en persdocumentatie over hem in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

P: Behalve de in de tekst genoemde publicaties: [samen met Maarten van Dullemen,] Het Vietnam-tribunaal Stockholm-Roskilde, 1967 (Amsterdam 1968); Black Power en de derde wereld. Een interview met Stokely Carmichael (Amsterdam 1968); [samen met H.C. Boekraad e.a.,] Universiteit en onderneming. Een analyse van het rapport Maris (Nijmegen 1968); [samen met Konrad Boehmer,] Van provo naar Oranje Vrijstaat ([Nijmegen] 1970).

L: Necrologieën op 28-12-1989 in o.a.: NRC Handelsblad , Het Parool , de Volkskrant en Trouw ; interviews in o.a.: Haagse Post , 11-9-1965, Algemeen Handelsblad , 31-5-1969, NRC Handelsblad , 18-9-1971; De Groene Amsterdammer , 31-5-1978, Het Parool , 4-8-1979, Het Vrije Volk , 16-2-1980 en Folia Civitatis , 29-4-1988; portretten in o.a.: Haagse Post , 31-5-1969, Elseviers Weekblad , 28-6-1969 en De Groene Amsterdammer , 30-11-1983. Verder: Waarom kinderen altijd willen dat de indianen winnen. Een bloemlezing uit het Nijmeegs Universiteitsblad en de Vox Carolina . Samengest. door Hugues C. Boekraad [e.a.] ([Amsterdam] 1968); Karel van het Reve, 'Kanttekeningen bij Regtien', in idem, Marius wil niet in Joegoslavië wonen en andere stukken over cultuur, recreatie en maatschappelijk werk (Amsterdam 1970) 146-155; Moet dit een wereldbeeld verbeelden? Van en over Pé Hawinkels . Onder red. van H.C. Boekraad [e.a.] (Nijmegen 1979) 45-71; Niek Pas, Studentensyndicalisme in Frankrijk en Nederland. De UNEF en de SVB, 1946-1967 [Ongepubliceerde doctoraalscriptie, Vakgroep Geschiedenis RU Utrecht] (Utrecht 1996).

I: Ton Regtien, Universiteit in opstand. Europese achtergronden en de Nederlandse situatie (Amsterdam 1969) [Foto: Willem Diepraam].

Niek Pas


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 19-03-2015